Recensie

Een robot weet niet wat liefde is

Tentoonstelling Op de expositie ‘Robot Love’ in Eindhoven staan veel voorbeelden van kunst met robots. Maar de liefde die de robots tonen is op ‘Robot Love’ ontdaan van intimiteit. Is het dan nog wel liefde?

Gael Langevin,InMoov te zien op ‘Robot Love’. Foto Yethy

Robot Love gaat over aanraken, en veel minder over kijken. De hoge vilten deuren bij de ingang krullen open wanneer je de hand erop legt (Adam Ponnis: Enter Aliveness, A Reinvented Door).

Met het gezicht gedrukt in een zachte vagina van plastic krijg je ritmische kleur- en lichtsignalen te zien (Patricia Reis: Underneath the Skin Another Skin).

In een hoek zit Annelies te huilen, robot-kloon en het derde zusje van de eeneïge kunstenaarstweeling L.A. Raeven. Wanneer je haar schouder beroert kijkt de robot met betraande blik naar je op.

En er is op Robot Love een overdaad aan objecten gemaakt van siliconen, van een sprekende sekspop met pruik tot Amygdala (2018) van Marco Donnarumma. Amygdala mag weliswaar niet aangeraakt worden, maar bezorgt toch rillingen: een arm met een scherpe dolk doet aan zelfmutilatie door te krassen en te snijden in de eigen huid. Er kleven wat restjes aan het mes.

Ine Gevers, initiatiefnemer en directeur van Stichting Niet-Normaal, heeft een goed gevoel voor maatschappelijke thema’s. Niet-Normaal wil „dominante mythes relativeren” en „het publiek op een positieve manier uit de comfortzone lokken”. Na tentoonstellingen als Hacking Habitat (over sociale controle en technologie, 2016) en Ja, Natuurlijk (over natuur, cultuur en ecologie, 2013) stelt Gevers nu de vraag: kunnen we van robots leren wat liefde is? Robot Love omarmt kunstmatige intelligentie en werpt de hypothese dat we in symbiose kunnen leven met technologie, in een maatschappij gebaseerd op liefde en generositeit. Deze utopie krijgt gestalte tientallen interactieve kunstwerken en een programma van performances, cyborg-catwalks en symposia.

Kietelen

Hooggespannen verwachtingen van technologie zijn niet nieuw. Aristoteles speculeerde dat technologie, en met name de robot - een woord dat van oorsprong ‘slaaf’ of ‘dienstbaarheid’ betekent - de mens zou verlossen van de ellende van slavernij. De belofte van de technologie ligt ook aan de wortel van De Verlichting. In New Atlantis (1627) beschreef filosoof Francis Bacon een utopische samenleving die gebaseerd is op wetenschap en technologie. Descartes betoogde in Verhandeling over de Methode (1637) dat technologie de mens zou verlossen van fysieke kwalen, en van honger en gezwoeg, waardoor er veel tijd zou zijn voor kennis, cultuur en sport. Naar deze geschiedenis wordt in het boek bij Robot Love niet verwezen.

Zo bezien is de zorgrobot de directe uitkomst van Verlichtingsidealen. In 2016 was in de televisiedocumentaire Ik ben Alice (2016) te zien hoe Alice gezellige gesprekjes voert met eenzame bejaarden en liedjes met hen zingt. Op Robot Love kan de bezoeker zich in de Tickle Saloon 2.0 van Erwin Driessens en Maria Verstappen laten vertroetelen door een kietelrobot.

Het techno-optimisme van deze tentoonstelling wil het publiek even doen vergeten dat de ‘belofte van de technologie’ ook een andere kant heeft en dat technowetenschappen deze eeuw niet alleen vooruitgang hebben gebracht, maar evenzeer agressie en verschrikkelijke destructie. Ook de donkere visioenen van sciencefiction, waarin robots en algoritmen de macht van de mens overnemen en hem aan zich onderwerpen, zijn al lang niet meer fictief. We leven in een techno-organische wereld: wie gebruik maakt van technologie wordt zelf ook door die technologie gebruikt. Dit inzicht bracht de feministische filosoof Donna Haraway – een andere belangrijke denker die bij Robot Love afwezig is - er al in 1985 toe haar ‘Cyborg Manifesto’ te publiceren. Hierin betoogt zij dat we allemaal allang cyborgs zijn, hybride wezens die intieme verbindingen aangaan met wat niet-menselijk en niet-organisch is. Dit was overigens voor haar niet per se iets negatiefs. Technowetenschappen bieden mogelijkheden om tot nieuwe vormen van samenleven te komen, en om bestaande machtsverhoudingen omver te werpen.

Lust of liefde

Het is goed dat Robot Love aandacht vraagt voor de ingewikkelde dilemma’s waar de technologie ons voor stelt. De vraag is wel: voegen de kunstwerken iets toe aan deze discussie, is de tentoonstelling als tentoonstelling van kunstwerken overtuigend?

Het geforceerde optimisme van Robot Love, de ongetwijfeld ironisch bedoelde maar evengoed kinderachtige provocatie van robot-positivisme, dit maakt het allemaal eentonig en oppervlakkig. De expositie biedt vooral goedkoop entertainment en doet afzonderlijke kunstwerken geen recht. De Playbot (2018) van Zoro Feigl, een reusachtige machine-arm van het soort dat aan de lopende band staat in autofabrieken, draait tastend in het rond. Er is van alles bij te bedenken: verlangen, eenzaamheid en wat niet, maar dit is goedkoop en de Playbot zou in een andere context misschien meer te vertellen hebben.

Het begrip ‘liefde’ is door Robot Love ontdaan van betekenis. Zonder intimiteit – wie zich wil laten kietelen in de Kietelsalon moet zich publiekelijk ontkleden - zonder empathie en intuïtie, zonder wederkerigheid, kan geen sprake zijn van liefde.

Als de tentoonstelling bedoeld is om een discussie uit te lokken, zou het mooi zijn geweest als een complexer beeld van het thema werd gegeven. Nu gaat het vooral over pornografie en over het aloude verhaal van de vrouw als lust-object. De voorwerpen in de ‘seks-kamer’ (waar ook de sekspop en de plastic vagina van Reis te vinden zijn) zijn bepaald niet vernieuwend en tamelijk seksistisch.

Het enige moment waar liefde, empathie en genegenheid gesuggereerd worden is in The Thread van Hans Op de Beeck (2015), een film die gebaseerd is op Japans poppentheater. Het verhaal - jongen en een meisje worden verliefd, meisje wordt ziek en sterft in zijn armen – is cliché. Maar de manier waarop zes poppenspelers, zwart geschminkte schaduwen op de achtergrond, de twee poppen tot leven brengen, in een spel van subtiele bewegingen en trage aanrakingen, is adembenemend. En hier komt nu juist geen robot aan te pas.

    • Janneke Wesseling