Vliegen is niet duur, maar met de bus is nóg goedkoper (maar ook comfortabel?)

Stedentrip Een busreis is goedkoper en minder vervuilend dan vliegen. Voor 43 euro van Clermont-Ferrand naar Utrecht.

Auteur Gerbert van der Aa reisde met de bus van Clermont-Ferrand naar Utrecht, met een overstap in Parijs – een reis van 900 kilometer. Foto Gerbert van der Aa

Op het Gare Routière van Clermont-Ferrand, in Midden-Frankrijk, controleert de buschauffeur de vervoersbewijzen. Met een mobiele telefoon scant hij de QR-codes die de reizigers hebben gedownload toen ze reserveerden bij FlixBus, de grootste aanbieder van busreizen in Europa. Een net gearriveerde reiziger uit Parijs zet zijn racefiets, die met gedemonteerde wielen gratis als bagage mee mag, in elkaar. Zo kan hij zonder taxi of openbaar vervoer de stad in. Een familie maakt een laatste afscheidsfoto.

Ik sluit aan in de rij voor mijn eerste FlixBus-rit. Vliegtickets binnen Europa zijn vaak spotgoedkoop, maar voor de bus betaal je nog minder. 43 euro kostte mijn kaartje van Clermont-Ferrand naar Utrecht, met een overstap in Parijs – een reis van 900 kilometer. Wie ruim van tevoren boekt, kan voor 27 euro mee. Trein, auto en vliegtuig kunnen aan die prijs niet tippen. Het grote nadeel van de bus is de reistijd. Het is nu bijna drie uur ’s middags, als alles meezit arriveer ik morgenochtend om zeven uur in Utrecht.

Reizen met de bus is beter voor het klimaat, zegt FlixBus. Via de site van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal, een initiatief van de overheid, heb ik uitgerekend dat ik tijdens deze reis zo’n 50 kilogram CO2 uitstoot. Met het vliegtuig zou dat bijna acht keer zoveel zijn. De CO2-uitstoot van een busreis is volgens Milieu Centraal per persoon per kilometer ongeveer gelijk aan die van de trein. De auto zit tussen bus en vliegtuig in, afhankelijk van het aantal inzittenden.

Lees ook: De complexe milieustrijd tussen vliegtuig en trein

Zelf ben ik nooit zo bezig met het klimaat, maar onder een aantal vrienden en collega’s is broeikasgas nogal een issue. Een WhatsApp-groep om samen te fietsen transformeerde onlangs tot een platform voor klimaatactivisme, omdat we onze rijwielen met de auto naar de Veluwe zouden transporteren. Iemand stelde serieus voor om de milieuschade te compenseren door bomen te planten. Een aantal leden van de WhatsApp-groep dat net een vliegreis had geboekt, voelde zich genoodzaakt publiekelijk verontschuldigingen aan te bieden. Eén boom, weet ik nu, neemt per jaar gemiddeld twintig kilogram CO2 op. Aangestoken door deze discussie leek het me interessant om uit te proberen hoe milieuvriendelijk reizen in de praktijk bevalt.

Belasting op brandstof

Stipt op tijd vertrekt de bus van het Gare Routière. Met in de verte de vulkaan Puy de Dome, een belangrijke toeristische attractie, rijden we door de buitenwijken van Clermont-Ferrand naar de snelweg. Vanaf mijn stoel voor in de bus kan ik de snelheidsmeter op het dashboard zien. De chauffeur houdt zich netjes aan de regels, op geen enkele moment rijden we harder dan 100 kilometer per uur.

De luxe touringcar is voor ongeveer driekwart gevuld. Het interieur is schoon, er is een chemisch toilet, airconditioning, wifi en stroom voor opladers; naast elke zitplaats is een stopcontact. De passagiers zijn vriendelijk. Ik zit naast een Frans-Algerijnse vrouw die familie in Parijs gaat bezoeken. Ook relatief veel andere reizigers hebben een migratieachtergrond.

Het chemisch toilet aan boord blijkt te zijn overgestroomd. De chauffeur zet het raam open, maar dat helpt niet echt

Een meisje komt de chauffeur vragen of er cola is. Maar repen en frisdank, volgens een prijslijst te koop in de bus, blijken niet leverbaar. „De snackverkoper is wegbezuinigd”, vertelt de chauffeur, een vriendelijke dertiger met een grote bos krullend haar. „Ik zit alleen op de bus. Anders zouden we deze lage tarieven niet kunnen aanbieden. Snacks verkopen achter het stuur is te onveilig.”

Het is inderdaad bijna niet voor te stellen dat de bus zo goedkoop kan zijn. Op diesel zit veel meer belasting dan op kerosine, de brandstof voor vliegtuigen. Dat vliegen desondanks duurder is, komt door de enorme hoeveelheden brandstof die vliegtuigmotoren verbruiken. Ook de spoorwegen zijn uit kostenoogpunt niet in staat met de bus te concurreren.

De eerste stop is in Bourges. De bus verlaat de tolweg en rijdt door een buitenwijk naar het Gare Routière, niet ver van het centrum. Na het instappen van nieuwe passagiers gaan we snel verder. De enige echte pauze is op ongeveer tweederde van de reis, bij een tankstation. Daar zijn wel snacks te koop.

Toiletproblemen

Vlak voor Parijs komen we terecht in een file. Terwijl we stapvoets over de snelweg rijden, begint het ineens te stinken: een indringende urinelucht verspreidt zich door de bus. Om me heen zie ik passagiers hun neus dichtknijpen. Het chemisch toilet aan boord blijkt te zijn overgestroomd. De chauffeur zet het raam open, maar dat helpt niet echt. Pas in Parijs zal de wc worden schoongemaakt, laat hij weten.

Een parkeerplaats langs de tolweg, tussen Bourges en Parijs. Foto Gerbert van der Aa

Tegen negen uur ’s avonds arriveren we op busstation Parijs Bercy. Hier heb ik twee uur tijd om over te stappen. In een parkeergarage aan de Seine staan zo’n dertig bussen klaar. Behalve FlixBus verzorgen ook andere bedrijven, zoals Ouibus en Eurolines, busvervoer tussen steden in Europa. Ook Marokko en Turkije zijn aangesloten op het netwerk.

Sluit het spoor beter aan op de luchtvaart. Die oproep aan politici deden KLM-topman Pieter Elbers en NS-topman Roger van Boxtel in NRC. Maar hoe? Een tweegesprek

Bij het inchecken voor de bus naar Utrecht is trammelant. Een Frans echtpaar van middelbare leeftijd blijkt niet het juiste kaartje te hebben. Hun bus is al vertrokken. Met veel misbaar probeert het stel toestemming te krijgen om in te stappen. „Dit kan niet waar zijn”, schreeuwt de vrouw als blijkt dat de chauffeur zich niet laat vermurwen. De enige optie is een nieuw kaartje kopen, want er is nog wel plaats. Dat weigeren de Fransen, omdat ze dan dubbel zoveel moeten betalen.

Na een lange nacht, met stops in Lille, Brussel, Antwerpen en Breda, arriveert de bus vroeg in de ochtend, met ruim een uur vertraging, in Utrecht. Ook op deze rit waren problemen met het toilet. Dit keer nam de chauffeur de moeite het sanitair op orde te brengen. De reis viel me zwaarder dan ik had verwacht. De rit was spotgoedkoop en de chauffeurs waren vriendelijk, maar de reistijd is een belangrijk minpunt. Slapen in de bus lukte niet echt. Wellicht neem ik de volgende keer, ondanks de prijs en de milieuschade, toch maar gewoon het vliegtuig.

    • Gerbert van der Aa