Opinie

    • Arjen Fortuin

Danny Ghosen vraagt altijd door

Zap Programmamaker Danny Ghosen bezoekt in ‘Danny in de buitenwijken’ de no-go-zones van Europese steden. In de Italiaanse wijk Scampia werd het spannend.

Danny Ghosen in het reportageprogramma ‘Danny in de buitenwijken’ (NTR)

Het klinkt of je wat heen en weer scrollt op de site van EasyJet om een stedentripje uit te zoeken: Napels, Dublin, Marseille, Athene of deze keer toch Boekarest? Maar het NTR-programma Danny in de buitenwijken is nu eens niet de voortzetting van de stedentrip met andere middelen. Hier geen terrasjes, kerken en winkelstraten – maar de no-go-zones van Europese steden.

„Neem je dan ook een lijfwacht mee?” vroeg Jeroen Pauw dinsdag aan presentator Danny Ghosen. Beter van niet, zei die. Hij is klein, dan oog je minder gevaarlijk. In de eerste aflevering, woensdag, toog Ghosen naar Scampia in Napels – wereldberoemd door het boek Gomorra van Roberto Saviano en de daaruit voortvloeiende film en tv-serie.

Scampia beantwoordt aan de sombere verwachtingen. Ghosen begint op een iconische plaats: vlak voor de reusachtige driehoekige flats, Le Vele, die dankzij Gomorra inmiddels voor Napels zijn wat de toren voor Pisa is – even verderop worden opnamen voor het vierde seizoen gemaakt.

Ghosen betreedt het vervallen en vrijwel verlaten bouwwerk voorzichtig. Het staat op de slooplijst, maar de gemeente komt zelfs niet in Scampia om iets af te breken. Ghosen is een verslaggever die op een vlotte toon ongenadig te werk gaat; steeds met een lach, nooit zichtbaar oordelend. Maar hij vraagt altijd door. „Hoe voelde je je door je ex-vriend?” aan de voormalige geliefde van een veroordeelde. „Als een vrouw”, is het welbeschouwd nogal trieste antwoord.

Een veertiger vertelt dat hij voor ‘kwajongensstreken’ in de gevangenis heeft gezeten. Vijf jaar lang. Als Ghosen oppert dat hij dan wel iets op zijn kerfstok zal hebben, volgt slechts weer dat ‘cosa da bambini’. Als hij de mooie auto van de man, die een klein winkeltje uitbaat, ter sprake brengt: „Erfenis van mijn opa.” Ghosen, met een brede lach: „Dan moet je wel een hele rijke opa hebben gehad.”

Velen zwijgen. Tekenend is een mooie compilatie van mensen die wel voor de camera willen komen, maar zich op het allerlaatste moment bedenken en geen woord uitbrengen: de omertà precies in beeld gebracht. Ghosen: „Telkens slaan de zenuwen en de paniek toe.”

De judoschool van Scampia

De veiligste plek die hij in Scampia bezoekt is een judoschool, waar de klassiek strenge maestro Maddaloni de scepter zwaait. Hij praat alsof hij zijn zinnen opleest van een autocue. Sport is het enige dat jongens in de buurt op het rechte spoor kan houden, zegt hij. Zelf heeft hij zijn vader en zijn broer verloren. Deze jongeren hebben vaders die dood zijn of gevangen zitten. Hij zal hun strenge, sturende vader zijn.

Maddaloni haalt een judoka van een jaar of zestien bij zich, knijpt de jongen in de nek en kijkt hem recht aan. Tegen Ghosen: „Van oudsher keken vaders en zonen elkaar in de ogen.” Hij kijkt nu de verslaggever aan, vraagt „duidelijk?” en zwijgt. Eigenlijk is het meer verwarrend dan duidelijk. Het zijn precies de omgangsvormen die je met de maffia associeert – maar misschien heb ik te veel films gezien.

Angstaanjagend is het moment waarop Ghosen een introductietekst op camera inspreekt, maar wordt afgeleid door iets buiten beeld. Snel en zeer gedecideerd zegt hij tegen zijn cameraman: „Stop”.

Even later, in veilige haven, krijgt Ghosen van zijn chauffeur te horen dat er een groepje van de camorra hun kant op kwam. „Ik sta nog steeds te shaken”, zegt de dappere verslaggever. Gelukkig wisten we door zijn optreden bij Pauw dat hij Scampia levend heeft verlaten. Die man heeft wel een ontspannen weekendje weg verdiend.

    • Arjen Fortuin