Sandra Le Poole: „Je ziet een burn-out aankomen. Mensen melden zich steeds vaker kort ziek. Ze gaan zich isoleren, verliezen hun zelfvertrouwen.”

Foto Merlijn Doomernik

‘Als er twee uit vorm zijn, ga jij geen goud winnen’

Interview Sandra Le Poole Een burn-out is niet slechts het probleem van een individu, maar van het hele team. Sandra Le Poole deelt haar lessen uit het hockey.

‘Stel, het Nederlands elftal hockey dames staat in de olympische finale”, zegt Sandra Le Poole (58), „en je ziet dat de verdediging linksachter en de linker middenvelder niet goed spelen. Wat doe je dan? Een coach kan niks, want die hoor je niet op het veld met het lawaai van 50.000 toeschouwers. Het moet dus door het team zelf worden opgelost. Hoe haal je als speler de anderen er weer bij?”

Le Poole treft in een vergaderruimte boven een Amsterdams restaurant voorbereidingen om een team van Heineken te ontvangen. Ze traint driehonderd managers van de bierbrouwer op omgaan met werkdruk. Het voorbeeld van het hockeyteam is niet toevallig: Le Poole werd als hockeyer vier keer wereldkampioen, won in 1984 olympisch goud. Een prestatie die zij in 2008 herhaalde, als manager van het Nederlands dameselftal hockey. Ze had destijds de zakelijke en organisatorische leiding over het olympisch team en was ‘mental coach’ voor de spelers en de staf.

Dat wat ze toen leerde brengt ze nu in de praktijk, als trainer bij accountantskantoren, multinationals en zorginstellingen. „In het bedrijfsleven en de zorg wil iedereen óók voor goud gaan”, zegt ze. „Alleen staat goud dan voor het hoogst haalbare voor dat team, in die omstandigheden.”

Om als team goed te kunnen presteren moet iedereen in vorm zijn. Maar wat Le Poole vaak ziet misgaan is dat een deel van het team in „de overlevingsstand” staat: ze werken te lang, te hard door. In die overlevingsstand komen er volgens Le Poole stresshormonen vrij, die op den duur een destabiliserend effect op ons gevoel en rationele denkvermogen hebben. En dáár heeft vervolgens het hele team last van.

‘De Tour win je in je bed’

Ze tekent een kruis op een flip-over. „Zo moet het”, zegt ze. „Eerst zit je hier”, ze wijst op het vlak rechtsboven. „Dit is de groene zone, in de sport noemen we dat de prestatiezone”. Als de prestatie eenmaal is geleverd, moet je terug naar het blauwe vlak eronder waarop ‘herstelzone’ staat. „Joop Zoetemelk zei altijd al: ‘De Tour win je in bed.’” Herstel zit volgens Le Poole in fysieke beweging, in slaap, in sociaal contact.

„Op teamniveau zit herstel hem in samen even gas terugnemen – schouderklopjes uitdelen, successen vieren, checken of iedereen nog achter het gezamenlijke doel staat. Dat zorgt voor de aanmaak van gelukshormonen, en dat leidt weer tot goed werk.”

Volgens Le Poole is er op de werkvloer te weinig aandacht voor herstel. „In plaats daarvan schiet iedereen door.” Op de flip-over trekt ze een streep van het groene naar een oranje vlak, waarop ‘overleven’ staat. „Je ziet vaak dat er een omgeving wordt gecreëerd waarin mensen oververmoeidheid dragen als een badge of honour. Ze nemen nooit de tijd bij te komen van inspanning. Ze zitten om acht uur ’s ochtends achter hun laptop, eten een broodje achter de computer, gaan om zes, zeven uur met de auto weer naar huis. Na het eten gaan de bordjes op het aanrecht, duiken ze weer achter die laptop. Ze denken dat ze ontspannen als ze op de bank nog even een serie kijken.”

Er gaat een vinger van het oranje naar het rode vlak, de ‘burn-out zone’. „En zo gaan ze van de overlevingsstand naar een burn-out. Je ziet het aankomen: ze melden zich steeds vaker kort ziek, één dagje, twee daagjes. Mensen gaan zich isoleren, verliezen hun zelfvertrouwen.”

Heel vervelend voor de persoon in kwestie, maar óók voor het team, zegt Le Poole. Want zo’n collega heeft een gebrek aan relativeringsvermogen, maakt alles groot, verliest de humor, wordt cynisch. „En natúúrlijk heeft dat effect op de anderen. Voor je het weet staat zo’n heel team in het oranje of rood. Ze boeken niet meer de resultaten die ze zouden kunnen boeken, want daar is een helder brein, een volledige focus en een enthousiaste inzet voor nodig.”

Besmettelijk

Begin 2017 schreef de Amerikaanse psycholoog Christina Maslach, pionier op het gebied van overspannenheid, dat een burn-out in zekere zin besmettelijk kan zijn. Juist vanwege het proces dat Le Poole beschrijft: mensen doen hun werk minder goed, dat leidt tot frustratie bij anderen, die schieten richting overlevingsstand. Volgens Maslach is daarom niet alleen het individu, maar ook de werkomgeving verantwoordelijk voor uitval.

Wat is er wetenschappelijk eigenlijk allemaal bekend over de oorzaken van burn-out? Lees het hier

Samen met het bedrijf Lifeguard doet Le Poole ‘energiescans’ met teams. Ze laat ze vragenlijsten invullen die in kaart brengen hoe vitaal een groep mensen zich voelt. De vragen hebben betrekking op gedrag van collega’s, bijvoorbeeld: ‘mijn collega’s zijn veerkrachtig en wendbaar’, of: ‘mijn collega’s zijn vermoeid en besluiteloos.’ Soms is het hele team dan al opgebrand, ziet Le Poole.

„Om te kunnen presteren heb je iedereen nodig. Als er twee uit vorm zijn tijdens een finale, ga jij geen gouden medaille winnen, forget it. Wat we dus moeten weten is: hoe ziet het eruit als iemand in die overlevingsstand komt te staan? En hoe kan jij diegene dan helpen om weer in vorm te komen? Je moet met elkaar een cultuur creëren waarin mensen uit vorm mogen zijn, waarin mensen dat van elkaar herkennen, en elkaar daar vervolgens mee kunnen helpen.”

Wat Le Poole adviseert sluit aan bij wat Maslach de workplace burn-out noemt. Volgens haar studies moet er een veilig werkklimaat zijn waarin iedereen over vermoeidheid durft te praten, omdat je anders dat domino-effect krijgt: wanneer de een niet in vorm is, valt de ander ook om.

Als manager van het olympisch team inventariseerde Le Poole bijvoorbeeld met de spelers en de staf wat de individuele signalen van stress waren. „De een zei: ‘Ik ga me verstoppen’, de ander zei: ‘Ik ga nog harder werken.’ Een derde zei: ‘Ik geef iedereen de schuld van wat fout gaat.’”

De volgende stap is uitzoeken hoe je de ander weer in vorm krijgt, zegt Le Poole. Terug naar het Nederlands elftal. „De linksachter zei: ‘Geef me sturing, zeg waar ik moet ik staan.’ De linker middenvelder zei: ‘Give me hell, zeg tegen me: zit niet zo te zeiken.’ De linksbuiten zei: ‘Geef me vertrouwen, zeg dat het goed gaat.’” De clou? „Iedereen heeft andere steun nodig om weer in vorm komen.” Mensen denken alleen nog niet zo, stelt Le Poole. „We vinden dat we veel zelf moeten kunnen oplossen.”

Overlevingsgedrag

Tessa van Nes, verantwoordelijk voor alle IT-projecten van Heineken wereldwijd, volgt met haar managementteam de trainingen van Le Poole. „Ik heb zelf een burn-out gehad en stuur momenteel een jong ambitieus team aan, dat hard werkt en veel verantwoordelijkheid draagt. Gezamenlijk proberen we de signalen van overbelasting nu te herkennen, en elkaar daarop aan te spreken.” Het operationeel overleg begint volgens Van Nes daarom altijd met een stemmingsmeter: hoe voelt iedereen zich?

Moet er niet gewoon wat minder werk worden opgedragen, als dit een issue is? Van Nes: „Uiteindelijk gaat het erom dat je je eigen grenzen leert kennen, en ook durft te stellen. Ik las vroeger voor ik ging slapen en meteen als ik wakker werd mijn e-mail, omdat we binnen Heineken met verschillende tijdszones te maken hebben. Dat doe ik dus niet meer.” De cultuur van tanden-op-elkaar is bovendien aan het verschuiven, ziet ze. „Als mensen nu zeggen dat ze tot tien uur ’s avonds doorgewerkt hebben, klinkt het: dat is niet verstandig van je. Heb je je kinderen wel gezien?”

Terug naar het Nederlands elftal in 2008. Na vier, vijf dagen vertoonde de hele staf het soort overlevingsgedrag dat eerder alleen bij enkele teamleden te zien was geweest. Op een middag zat Le Poole aan de keukentafel in het stafappartement, en zei: „Jongens, ik vind er geen reéééét meer aan! We hebben normaal altijd de grootste lol, we lachen, die power stralen we ook uit. En nu: jij zit op je kamer, jij zit op je kamer, jou zie ik niet meer, dit is niet wat we hebben afgesproken. We gaan vanavond koffie drinken na het diner, met zijn allen.”

Het commentaar van de staf: „Koffie drinken? Ik heb mijn tijd nodig, ik moet nog een videoanalyse doen, en…” Le Poole: „Ik zei: ‘Wij gaan koffiedrinken, en iedereen gaat mee!’ Ik voelde me een heks. Maar we gingen, en binnen vijf minuten hadden we weer de grootste lol. We voelden weer de kracht van het samenzijn, dus zei ik: ‘Dit gaan wij voortaan elke avond doen, om die verbinding te behouden.’ Voor elkaar zorgen kan soms zó eenvoudig zijn.”

    • Annemiek Leclaire