Opinie

    • Michel Krielaars

De ontdekking van een nieuwe Nabokov

Het fort van het vestingstadje Peníscola, in de Spaanse provincie Castellón, wordt door de zee omringd. In 1417 zocht de afgezette tegenpaus Benedictus XIII er zijn toevlucht om er tot aan zijn dood in 1423 vol te houden dat hij de enige rechtmatige kerkleider was.

Ik sta in een van zijn privévertrekken, waar een venster uitkijkt op de Middellandse Zee. Tegen de stenen wand staat een boekenkast met zo’n twintig folianten. Ze vertegenwoordigen de circa tweeduizend boeken die Benedictus’ bibliotheek telde: verhandelingen over theologie, geneeskunde, wetenschap, geschiedenis.

Zo’n bibliotheek die de wereld moet verklaren, zet me aan het denken. In Peníscola komen de mediterrane culturen samen: Grieken, Romeinen, Carthagers, Feniciërs, Arabieren, Spanjaarden en Joden. Die mix vormt niet alleen de basis van de westerse beschaving, maar ook van de wereldliteratuur, die iets tijdloos en universeels heeft.

Op zoek naar die wereldliteratuur ga ik naar de lokale boekhandel Librería Paris en vraag naar de nieuwe roman van Javier Marías, Berta Isla. Tevergeefs. ,,Op het strand lezen ze liever Danielle Steel en Jo Nesbø”, zegt de verkoopster.

Als troost lees ik op internet een korte voorpublicatie uit Berta Isla en stuit ik op de volgende passage: ‘Iemand hoeft maar door een deur te gaan en te verdwijnen, of zijn beeld begint te vervagen, niet meer zien is genoeg om niet meer duidelijk te zien, of om niets te zien; en met horen gebeurt hetzelfde, om niet te spreken van de tastzin. Hoe kan iemand zich dan exact en in de juiste volgorde herinneren wat lang geleden is gebeurd?’

Die zinnen over dat herinneren doen me even later The aviator openslaan, een in het Engels vertaalde Russische roman. De schrijver ervan heet Jevgeni Vodolazkin (Kiev, 1964) en ik moet bekennen dat ik niet eerder van hem had gehoord. Maar wat een geweldig boek heeft hij geschreven over onbereikbare en verloren liefde, verlies, verraad en wraak, thema’s die ons ons leven lang bezighouden omdat ze zo bepalend zijn voor ons handelen. The aviator is wereldliteratuur.

Hoofdpersonage Innokenty Platonov, geboren in het prerevolutionaire Sint-Petersburg van 1900, is in de jaren dertig in een strafkamp op last van Stalin ingevroren. In 1999, in het postcommunistische Rusland, wordt hij ontdooid. Uiterlijk blijkt hij niet verouderd, maar hij is een mens uit een andere tijd.

In een speciaal ziekenhuis wordt Platonov door een Duitse arts naar het heden begeleid. Die arts laat hem een dagboek bijhouden om zijn herinneringen uit de voorbije zestig jaar naar boven te halen. En in die herinneringen – aan Platonovs ouders, zijn geliefde en haar geleerde vader, zijn neef die bij de bolsjewieken gaat en hem later als kampcommandant de dood in probeert te jagen, zijn vader die in 1917 vermoord wordt door revolutionaire matrozen, zijn vriend die hem aangeeft bij Stalins geheime politie – schuilt Vodolazkins grootsheid. Ze komen als poëtische dromen met al hun geuren en kleuren naar boven en verklaren zo het lot van een mens die model staat voor miljoenen anderen. En omdat Vodolazkin ook nog eens alle romantische kitsch over Rusland mijdt, is hij voor mij een nieuwe Nabokov, want aan diens autobiografie Speak memory doet The aviator me nog het meeste denken.

    • Michel Krielaars