Zoektocht naar de perfecte houtsoort

Wielerbanen Sander Douma ontwierp tientallen velodromes in de hele wereld. Ooit had hij drie werelduurrecords tegelijk op ‘zijn’ banen.

Ontwerper Sander Douma op de vloer van ‘zijn’ wielerbaan in Alkmaar.

Pure magie blijft het voor Sander Douma, steeds opnieuw. Van leeg gebouw tot wielerbaan. „Het is zo’n mooi moment als al het materiaal in de hal ligt. Tot wel 80 kilometer aan planken en 400.000 nagels. Je ziet de lokale mensen verwachtingsvol kijken. Maar er gebeurt op het oog nog even niks. Eerst inmeten, nullijn en exacte hoogtes bepalen. Dan zie ik ze altijd weer denken: ‘komt er nou nog wat?’ Maar wij weten het al. Binnen een week staan de spanten overeind en zie je de 3-dimensionele vorm al van een prachtige wielerbaan. We plaatsen als het ware het meubel erin, als een keuken in een woning.”

In zijn kantoor in Stompetoren ontwierp Douma (73) de afgelopen veertig jaar tientallen velodromes, die hij bouwde over de hele wereld. Van Alkmaar tot Omsk, van Rio tot Mashad in Iran. „Dit is Yichun in China”, zegt de architect en oud-wielrenner, bijna verliefd bladerend in een stapeltje afbeeldingen. „Prachtige buitenbaan van hout.” Hij bouwt ze in allerlei soorten en maten. Binnen of buiten, vast of demontabel. Van 500, 333, 250 of 200 meter. Met krappe, steile bochten of vlakker en wijder. Van beton, asfalt of van hout. „Hout blijft toch wel het mooiste. Dat kun je het meest strak verwerken.”

Noord-Europees larix

Maar het ene hout is de andere niet. „Veel indoorbanen waren van Siberian pine, hebben wij ook gebruikt in Plovdiv, Omsk en Jincheon in Zuid-Korea. Dat is vuren of grenen, een zachte houtsoort, die op den duur wel wat harder wordt.” Tot Douma de baan van Alkmaar gaat renoveren, bij hem om de hoek, waar hij iedereen kent. „Ik zat dicht bij het vuur en had invloed op de keuzes. Toen heb ik voor Noord-Europees larix gekozen.” Waarom? „De oude olympische 333-meterbaan van Moskou was van larix. Van renners wist ik dat die heel snel was. Larix is oorspronkelijk al harder dan pine, later wordt zo’n baan echt kneiterhard.”

Logisch dat Douma opnieuw voor larix kiest als hij in 2008 wordt gevraagd een baan aan te leggen in het nagelnieuwe Omnisport in Apeldoorn. Tot het hout na zes jaar ineens begint te splinteren. „Er was een probleem met de luchtvochtigheid in de hal. Die moest tussen de 40 en 60 procent zijn, maar hij was 25. Dan gaat zo’n baan werken. Hij werd gort- en gortdroog. Larix bleek in die omstandigheden gevoelig voor splintering.” Een juridisch conflict tussen gemeente en bouwer wordt ternauwernood voorkomen. „Kreeg ik ineens een brief van een duur advocatenkantoor. Ik stond sterk maar wilde geen strijd.”

Tropisch hardhout

De oplossing lag in Georgië en China. „In die tijd bouwden we een 200-meterbaantje in Tbilisi en een 250-meterbaan in Yichun, buiten. Dan werd vaak tropisch hardhout gebruikt, maar dat lag politiek steeds gevoeliger. Ik kwam in contact met een bedrijf uit Arnhem dat hout van radiata pine modificeerde. Accoya noemden ze het. Door de veranderde chemische structuur konden ze 25 jaar garantie geven, zelfs in de buitenlucht. Het zag er prachtig uit in Tblisi en Yichun.”

De vakman overtuigt uiteindelijk de Apeldoornse politici. „Lang gepraat, onderzoeken gedaan, naar de fabriek geweest. Toen was het: klap erop, accoya.”

Duur, een wielerbaan bouwen? „Een baan zelf heb je vanaf driekwart miljoen tot acht of negen ton. Dat hangt af van de extra’s die erbij moeten. Brede safety-zone, glazen wand aan de binnenkant. Ik zeg altijd: Er staat potdorie een gebouw van tien tot twintig miljoen, en dan wordt er gesoebat over een wielerbaan? Die is juist het belangrijkste.” Zoals de Johan Cruijff Arena niet moet bezuinigen op een perfecte grasmat. „Besteed anderhalve ton extra, zo’n beetje het verschil van Siberian pine naar accoya. Dat is gewoon het beste. Apeldoorn is nu in mijn ogen de perfecte wielerbaan. Een prachtig visitekaartje.”

Zoveel banen, zoveel vormen. „Met de straal van de bocht zit je tussen 19 en 23 meter, dat is nogal een verschil hoor. Ik zie liever een wat wijdere bocht. Apeldoorn heeft om en nabij de 22 meter.” De hellingshoek? „Dat is een simpel rekensommetje met de middelpuntvliedende kracht. Hoe nauwer de bocht, hoe steiler die moet zijn. Een renner moet 85 kilometer per uur kunnen halen zonder eruit te vliegen. Dat is de bovengrens, dat rijden ze nooit.”

Soms levert dat in de bochten een steile wand op, zoals in het monumentale Kuipke in Gent. „Die baan is 166 meter, de hellingshoek zal zo’n 50 graden zijn. Gooi de beschikbare lengte en breedte in een computerprogramma en je krijgt een prachtig resultaat.”

Met een vast team van veertien medewerkers trekt Douma de wereld over. „We beginnen de spanten te plaatsen en de onderste rij latten. Schroeven, vullen. Dat steekt heel nauw. Na twee of drie latten wordt het spijkeren tot bovenaan. Kilometers maken, zeggen wij.” Het timmermansoog blijft cruciaal. „Ook voor de belijning, dat is millimeterwerk.” Zijn bedrijf SDA Velodromes bouwt niet alleen met hout. Hij toont lachend een foto van de prille junior Tom Dumoulin. „Geleen, een 500-meterbaan van asfalt.” De afgebladderde betonbaan van Mexico-City komt voorbij, waar hij in 2003 een speciale epoxy coating op aanbrengt. „Op de onderste meter van de baan, voor het werelduurrecord van Leontien van Moorsel.”

Werelduurrecords

Zoals elke ijsmeester het snelste ijs wil, wil Douma de snelste wielerpiste. „Dat kun je wel vergelijken ja. Op een gegeven moment had ik drie werelduurrecords: Leontien in Mexico, Boardman in Manchester en Matthé Pronk op Alkmaar achter de derny.” Bij de WK vielen begin dit jaar in Apeldoorn ook twee records. „Dan is jouw baan in orde, hè.” Spelen met de luchtstromen in hal, wat op ijsbanen gebeurt? „Ik heb er in Apeldoorn wel eens aan gedacht om de blowers niet naar beneden te laten blazen maar met de rijrichting mee. Maar dat is verboden. Ook coating doen we normaliter niet. Dan wordt het te glad.”

Snelle banen en records zijn mooi, nog mooier is het veel van de wereld te zien. „We werken tien uur op een dag, zaterdag zes of zeven uur, en als het even past hebben we één dag per week vrij. Om de cultuur te zien.” Bijzonder? „Iran, heeft een speciaal plekje in mijn hart. Triest om te zien wat de internationale politiek er van maakt, maar de mensen zelf zijn heel hartelijk en gastvrij. Een prachtig land.” Hij is net terug uit Oman, er staan afspraken in Indonesië en Japan. „Ja, daar kom je allemaal terecht via die wielerbaan.”

    • Maarten Scholten