Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Wijkverpleging

In het laatste nummer van het tijdschrift Arts en Auto staat een interview met Kitty Saal (62). Zij was 23 jaar de partner van schrijver Harry Mulisch. Ze leerden elkaar kennen aan de bar in café De Smoeshaan in Amsterdam. „We begonnen een gesprek en dat is eigenlijk nooit opgehouden.” Na de dood van de schrijver in 2010 ging Saal weer werken. Als consulent bij Care for Women, een organisatie die professionele hulp biedt aan vrouwen met hormonale klachten en als wijkverpleegkundige op IJburg.

Aan Arts en Auto vertelt ze hoe Harry Mulisch profiteerde van haar creativiteit.

„Ik was goed in staat hem te delen met zijn boeken, die in feite een soort kinderen voor hem waren. Als we eens een eindje gingen wandelen zei hij bijvoorbeeld: „Ik wil niet te ver weg voor het geval ik een ingeving krijg.” Ik kon dat begrijpen.”

Saal begeleidde hem bij zijn overstap van de elektrische schrijfmachine naar de pc.

„Heel lang heeft hij geroepen dat hij niet aan de computer wilde, maar zo’n tekstverwerker bleek toch wel erg handig. Harry schoof altijd graag met scènes en nu hoefde hij alles niet steeds opnieuw in te tikken. Opgetogen concludeerde hij uiteindelijk: „Een tekstverwerker is geen verbeterde schrijfmachine, maar een verbeterde pen.” De ontdekking van de hemel was het eerste boek dat hij op de computer schreef.”

Andersom inspireert Harry Mulisch haar nog iedere dag bij haar werk als verpleegkundige. Zo durft ze dankzij hem van protocollen af te stappen als dat nodig is.

„Harry zei altijd dat hij moest luisteren naar wat zijn boeken willen. Als hij bijvoorbeeld had bedacht dat twee personages met elkaar moesten trouwen, en dat vervolgens alsmaar niet gebeurde, dan wilde het boek het blijkbaar niet, was zijn conclusie. En daar luisterde hij dan naar. Zo heb ik geleerd goed te luisteren naar wat patiënten willen. […] En je moet ook goed ‘luisteren’ naar je instrumenten en materialen. Je kunt niet zomaar een slangetje of spuit ergens in steken. […] Ook heb ik van Harry geleerd om naar oplossingen te zoeken. Als hij vast kwam te zitten met een scène, dan moest hij iets bedenken om het verhaal verder te kunnen laten gaan. Voor die twee personages die niet wilden trouwen moest hij wat anders verzinnen. Als een patiënt iets pertinent niet wil, moet je ook naar een andere oplossing zoeken.”

Tot zover de overeenkomsten tussen schrijvers en verpleegkundigen. De mensen op IJburg zijn in goede handen, dankjewel Harry.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen