Van het kastje naar de muur voor hulp bij ondervoeding

Bureaucratie Wijkverpleegkundigen worstelen met bureaucratie bij de zorg voor ondervoede ouderen, meldde De Monitor. Hoe groot is het probleem?

Ondervoede ouderen in de thuiszorg krijgen vaak niet tijdig de juiste hulp voor hun voedingsprobleem. Dat meldde tv-programma De Monitor (KRO-NCRV) dinsdagavond op basis van een rondgang onder zevenhonderd wijkverpleegkundigen. Oorzaak van het gebrek aan hulp: wijkverpleegkundigen verdwalen in een bureaucratisch doolhof, aldus het programma.

  1. Wat meldt De Monitor precies?

    Bijna 80 procent van de wijkverpleegkundigen zegt cliënten te bezoeken die hulp nodig hebben maar niet (tijdig) krijgen. Volgens 71 procent van de wijkverpleegkundigen werkt het „doolhof aan instanties” ondervoeding in de hand. Tweederde van de verpleegkundigen ondervindt problemen bij de aanvraag van maaltijdondersteuning doordat instanties geregeld naar elkaar doorverwijzen, aldus De Monitor. „Het kastje-naar-de-muurverhaal”, zegt een wijkverpleegkundige in de uitzending.

    Lees ook: De honger van ouderen
  2. Wanneer telt iemand als ondervoed?

    Iemand geldt als ondervoed bij een onbedoeld gewichtsverlies van meer dan 10 procent in de laatste zes maanden of meer dan 5 procent in de laatste maand, óf als je aanzienlijk te licht bent voor je lengte (body mass index onder de 18,5). Ondervoede mensen verbruiken meer energie dan zij binnenkrijgen. Het lichaam breekt dan spiermassa af om alsnog aan energie te komen. Het lijf verzwakt daardoor.Ook mensen met overgewicht kunnen ondervoed zijn: ook zij kunnen veel spiermassa verliezen door onbedoeld te weinig te eten.

    Onderzoek in 2012 onder ouderen die verpleegkundige thuiszorg kregen, wees uit dat 30 tot 40 procent ondervoed was. Maar ook bij één op de tien thuiswonende ouderen die geen thuiszorg nodig hebben, is sprake van ondervoeding, vertelt Canan Ziylan, docent-onderzoeker aan de Hogeschool Rotterdam, die in 2016 op het onderwerp promoveerde. Ondervoede ouderen bewegen minder soepel, vallen sneller en herstellen langzamer bij ziekte.

  3. Is bureaucratie de reden dat maaltijdondersteuning in de knel komt?

    Het helpt niet dat sinds 2015 op papier zowel de zorgverzekeraar als de gemeente hulp kan vergoeden. De zorgverzekeraar gaat sindsdien puur over de ‘lijfgebonden’ zorg, gericht op genezende, verplegende en verzorgende patiëntenzorg. Gemeenten gaan over de niet-medische begeleiding van thuiswonende ouderen om hen zelfstandig te laten functioneren, zoals hulp bij het huishouden. Maaltijdhulp valt ertussenin. Als een thuiswonende alzheimerpatiënt vaak vergeet te eten, bij wie moet de wijkverpleegkundige dan aankloppen? Zorgverzekeraar of gemeente? De wet biedt ruimte voor discussie en de betalende instanties nemen die ruimte.

    Wijkverpleegkundigen en onderzoekers klagen ook over de bedenktijd die gemeenten nemen om te beslissen over de aanvraag van maaltijdhulp. Zes of zelfs acht weken zijn geen uitzondering, zegt docent-onderzoeker Ziylan. „Die traagheid is funest voor iets acuuts als ondervoeding.”

    Lees ook: Strijd tegen onderbetalende gemeenten in de thuiszorg
  4. Is bureaucratie het enige probleem dat ondervoede mensen parten speelt?

    Nee. Ondervoeding bij ouderen is een hardnekkig probleem, dat ook speelt bij ouderen zónder thuiszorg. Eenzaamheid kan eraan ten grondslag liggen, depressie, het gebrek aan geld om voldoende (gevarieerd) eten aan te schaffen.

    Als het gaat om de aanvraag van hulp, spelen ook wijkverpleegkundigen zélf een rol, zegt Aletta Oosterhuis, voorzitter van het Nederlands Wijkverpleegkundigen Genootschap. „De zorgverzekeraar vraagt om een zorgvuldige, medische onderbouwing van de aanvraag. Maar wijkverpleegkundigen onderbouwen vaak onvoldoende hoe ondervoeding leidt tot een verslechterende gezondheid van de patient.” Docent-onderzoeker Ziylan beaamt dat. Zij ziet een rol weggelegd voor de opleiders van verpleegkundigen, „De aandacht voor voeding in curricula is beperkt.” Dat wreekt zich soms. „Dan smeren wijkverpleegkundigen in een gestolen momentje een boterham voor een patiënt die weinig eet, maar dan doen ze er jam op in plaats van kaas. Krijgt de patiënt alsnog nauwelijks eiwitten binnen, terwijl die juist zo nodig zijn voor de opbouw van spieren.”

Correctie (26 september 2018): In een eerdere versie werd Canan Ziylan een ‘hij’ genoemd. Dat moet ‘zij’ zijn.

    • Ingmar Vriesema