Recensie

Net alsof Chadwicks beelden met die van Giacometti willen vechten

Beeldende kunst Museum de Fundatie organiseert een grootse posthume ontmoeting tussen beeldhouwers Alberto Giacometti en Lynn Chadwick. De visuele verbanden zijn sterk.

'De vreemdeling' (1954) van Lynn Chadwick tegenover acht 'Vrouwen van Venetië' (1956) van Alberto Giacometti. Foto Gijsbert van der Wal

Ze hebben elkaar waarschijnlijk maar één keer ontmoet, de Zwitserse beeldhouwer en schilder Alberto Giacometti (1901-1966) en de Engelse architect en beeldhouwer Lynn Chadwick (1914-2003). Volgens Chadwick was dat omstreeks 1960 in Parijs, waar Giacometti woonde en werkte. In 1956 namen beide kunstenaars deel aan de Biënnale van Venetië, waar Chadwick de Grote Prijs voor de Beeldhouwkunst kreeg, maar Giacometti was daar al voor de opening vertrokken.

Hoe dan ook heeft Museum de Fundatie in Zwolle nu een grootse posthume ontmoeting tussen de twee gearrangeerd. Over vier verdiepingen van het museumgebouw worden sculpturen, tekeningen en grafiek van Giacometti (bruiklenen van de Fondation Maeght in Saint-Paul-de-Vence) en Chadwick (uit de nalatenschap van de kunstenaar) met elkaar in verband gebracht.

De overeenkomsten moeten volgens de Fundatie worden gezocht in oorlog en oorlogsdreiging – vandaar de ondertitel van de tentoonstelling: Facing fear. De geabstraheerde mensen en dieren van Chadwick, die in de Tweede Wereldoorlog gevechtspiloot was geweest, doen soms aan de constructie van een eenvoudig vliegtuig denken. Zijn bronzen Leeuw (1961) lijkt wel een kanon, met de opengesperde bek als loop; in een latere variant van glimmend roestvrij staal krijgt het leeuwkanon ook iets van een vliegtuig.

Hond van Giacometti en Beest van Chadwick.
Foto Gijsbert van der Wal
‘Hond’ (1957) van Alberto Giacometti en ‘Beest VII’ (1956) van Lynn Chadwick.
Foto Gijsbert van der Wal

Buitenkant

Over Giacometti’s graatmagere figuren is veel gezegd en geschreven. Ze zouden bijvoorbeeld de fundamentele eenzaamheid van de moderne mens verbeelden, en Jean-Paul Sartre vergeleek ze met ‘de vleesloze martelaren van Buchenwald’. Giacometti zelf sputterde af en toe tegen. Hij zei dan dat hij tijdens zijn werk eigenlijk nooit aan eenzaamheid dacht en dat hij meer in de buitenkant dan in de binnenkant van zijn modellen geïnteresseerd was.

Het is dus nog maar de vraag of deze twee beeldhouwers écht meer dan andere kunstenaars bezig waren met het bezweren van existentiële angsten (of de specifieke angst voor een nucleaire oorlog). Ze zochten ook gewoon naar nieuwe, eigen vormen in de weergave van mensen en dieren, zich allebei bewust van de lange traditie waarin ze daarmee stonden. Waar hun werk in het persbericht en de catalogus inhoudelijk aan elkaar wordt geredeneerd, heeft gastconservator Feico Hoekstra in de museumzalen vooral naar visuele verbanden gezocht. Dat leidt tot leuke beeldrijmen en botsingen.

Lopende man (1960) van Giacometti en Jubileum II van Chadwick
Foto Gijsbert van der Wal
‘Lopende man I’ (1960) van Alberto Giacometti en ‘Model Jubileum II’ (1983) van Lynn Chadwick.
Foto Gijsbert van der Wal.

Opwaaiende mantels

Regelmatig lijkt het of de figuren van Chadwick het op die van Giacometti gemunt hebben. Zijn Trigonen (1961), een drietal totemachtige figuren op driemaal drie poten, staan als hongerige insekten vanuit hun plexiglazen vitrine te loeren naar Giacometti’s nietsvermoedende Grote figuur (1958). In het zaaltje ernaast lijkt Chadwicks Beest VII (1956) te willen spelen of vechten met de vermoeide oude hond die een sokkel hoger voorbij sjokt – een striptekening in 3D die Giacometti als een zelfportret beschouwde. Giacometti’s levensgrote Lopende man uit 1960 wordt – oké, niet heel onopvallend – geschaduwd door een flamboyant gekleed echtpaar met opwaaiende mantels van Chadwick.

De indrukwekkendste confrontatie heeft plaats in de grote zaal op de eerste verdieping, waar beelden staan die de twee in 1956 op de Biënnale in Venetië lieten zien. Chadwicks Vreemdeling is een potloodventer met een vogelkop, die zijn lange regenjas openhoudt richting Giacometti’s acht Vrouwen van Venetië. Naast hem staan twee andere, eveneens windschermachtige figuren druk gesticulerend met elkaar te praten. De ene wijst op Giacometti’s vrouwen, de andere heft zijn armen ten hemel. De vrouwen, intussen, staan er onbewogen bij. Benen bijeen, armen langszij, kleine kopjes op de dunne nekken: acht grote opgebrande lucifers op een rij. Chadwicks druktemakers laten hen koud. Dit is een tentoonstellingszaal als een toneelvoorstelling, met zowel uitbundig als stil spel. De jury die in 1956 de beeldhouwersprijs moest toekennen stond voor een moeilijke keuze.

    • Gijsbert van der Wal