Eens ging de nepzee hier tekeer

Reportage In het Waterloopbos in de Noordoostpolder werd getest voor de Deltawerken. Nu is het een monument en de enorme ‘Deltagoot’ is verzaagd tot kunstwerk. Want we geloven niet meer in onverwoestbaar Nederland.

Ronald Rietveld (links) en Erick de Lyon in hun kunstwerk Deltagoot // in de Noordoostpolder. Foto Sake Elzinga

Er is een plek waar de Deense kustlijn zij aan zij ligt met de haven van Lagos. Waar de Rotterdamse Nieuwe Waterweg overstroomt in de haven van IJmuiden. Die plek is te vinden in de Noordoostpolder, in het Waterloopbos bij Marknesse. Het is een openluchtmuseum vol sluizen, waterkeringen, kanalen, rivieren en dijken, allemaal op schaal nagebouwd - een soort Madurodam voor waterkundig vernuft.

Het Waterloopbos is vlak na de oorlog aangelegd. Vanaf de jaren vijftig werden hier onderzoeken verricht door tientallen ingenieurs van het Waterloopkundig Laboratorium. In het bos werden onder meer de proeven gedaan voor de Deltawerken. De hele Oosterschelde was er op schaal nagebouwd. In de Deltagoot, een 240 meter lange betonnen geul waar metershoge golven konden worden opgewekt, werd getest of de pylonen van de Stormvloedkering het zouden houden bij zwaar weer.

In 1996 heeft het Waterloopkundig Laboratorium het terrein verlaten – alleen de Deltagoot bleef in werking tot 2014. Echte grote waterstaatkundige werken zoals het Deltaplan werden in Nederland toen niet meer uitgevoerd. En dankzij de voortschrijdende techniek konden de onderzoeken intussen net zo goed gedaan worden met behulp van computersimulaties. In 2012 werd een veel meer geavanceerde Deltagoot aangelegd op de universiteitscampus in Delft. De circa dertig modellen in de Noordoostpolder werden teruggegeven aan de natuur. Vleermuizen namen bezit van de gebouwtjes die achterbleven, mos en varens bedekten de verroeste golfmachines. Met de jaren werd het Waterloopbos, dat nu eigendom is van Natuurmonumenten, steeds meer een ruïne.

Eén van de testlocaties krijgt nu een nieuw leven als kunstwerk. Vanaf donderdag heeft de oude Deltagoot een nieuwe naam: Deltawerk //. Met afmetingen van 240 meter lang, 5 meter breed en 7 meter hoog zal het in één klap een van de grootste landschapskunstwerken in Nederland zijn. „De Euromast past er liggend in”, grijnst Ronald Rietveld van RAAAF [Rietveld Architecture-Art-Affordances], die samen met kunstenaar Erick de Lyon de bedenker is van het project. „Ons kunstwerk is 2,5 keer groter dan de Shelltoren in Amsterdam.” Ter vergelijking: de Groene Kathedraal van Marinus Boezem, het beroemde land-artwerk in de Flevopolder, is 150 meter lang.

Vanwege de belangrijke rol die het gebied heeft gespeeld bij de wederopbouw van Nederland, werd het Waterloopbos in 2016 uitgeroepen tot Rijksmonument. De komende tien jaar wil Natuurmonumenten de modellen restaureren. Vier jaar geleden kreeg Rietveld de tip van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed dat het hele bos opnieuw zou worden ingericht. „Toen hebben we onszelf maar eens voorgesteld bij Natuurmonumenten.”

De 240 meter lange Deltagoot is door Rietveld en De Lyon uitgegraven en in stukken gezaagd tot het kunstwerk Deltagoot //.
Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga
Foto’s Sake Elzinga

Hardcore heritage

Het plan van RAAAF en Atelier de Lyon, zoals het bureau van Erick de Lyon heet, was even drastisch als destructief. Ze wilden de hele goot, die verzonken lag in het landschap, uitgraven en blootleggen, zodat de enorme omvang zichtbaar zou worden voor het publiek. Vervolgens wilden ze de tachtig centimeter dikke wanden in mootjes zagen en negentig graden draaien, om doorkijkjes te genereren. Eindeloos hebben de kunstenaars met maquettes gespeeld, net zo lang tot het ritme van de uitgezaagde betonplaten klopte. „Ik vind het belangrijk dat je een kunstwerk in één handgebaar kunt uitleggen”, zegt De Lyon. „Er moet een beweging in zitten.”

In 2010 werkten RAAAF en Atelier de Lyon al eens samen aan een ander Rijksmonument, de bunkers van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Eén van die bunkers, nummer 599 in Culemborg, verhieven ze tot kunstwerk door hem doormidden te zagen en er een looppad in aan te leggen dat uitmondde in een pier. „Die ene bunker laat je anders kijken naar de vierhonderd andere zogenaamd onverwoestbare bunkers die er staan”, zegt Rietveld, die met zijn werk wil pleiten voor een radicaal andere omgang met cultureel erfgoed. ‘Hardcore heritage’, noemt hij die filosofie. „Monumenten worden vaak gezien als onaantastbare objecten die geconserveerd dienen te worden. Maar door ze doelbewust aan te tasten, ontstaat er een nieuwe relatie tussen heden, verleden en toekomst.”

Ook het Waterloopbos ziet Rietveld als een monument voor een tijd die lang voorbij is. „Toen de ingenieurs van het Waterloopkundig Laboratorium hier werkten, was hun doel een onverwoestbaar Nederland te maken. Dit hele bos ademt nog die tijdgeest, dat streven naar een voor natuurkrachten onverwoestbare delta.”

„Maar in de loop der jaren is het denken over hoe om te gaan met water danig veranderd”, valt De Lyon hem bij. „Destijds hielden ze het water buiten door er een groot blok voor te leggen. Nu denken we veel meer mee met het water. We laten het op gezette plekken weer het land binnenstromen, we bouwen zandmotoren die dan langzaam weer worden opgeslokt door het water. Iedere waterbouwer denkt nu radicaal anders dan twintig jaar geleden.”

Rietveld: „Met ons kunstwerk stellen we dat idee van onverwoestbaarheid ter discussie. Door platen uit de goot te zagen, hebben we het bouwwerk kwetsbaar gemaakt. In de loop der jaren zal het overwoekerd raken door mossen en varens. Dan wordt dit kunstwerk een soort actieve ruïne, als herinnering aan een gedachtengoed dat niet meer bestaat. Een monument voor het Delta-denken.”

Foto Sake Elzinga
Foto Sake Elzinga

Vijfduizend vrachtwagens

Enkele weken voor de opening zijn er nog talloze werklieden bezig met de afwerking van het kunstwerk. Er worden nieuwe paden aangelegd en grasvelden ingezaaid. „De bodem was hier vijf meter hoger”, legt Rietveld uit. „De afgelopen maanden hebben we 60.000 kubieke meter grond afgevoerd, dat zijn zo’n vijfduizend vrachtwagens.” Met de verkoop van die grond verdient het kunstwerk zichzelf voor een deel weer terug. Wat het kunstwerk precies kost, durven De Lyon en Rietveld niet te zeggen, omdat het een onderdeel is van het totaalproject Waterloopbos, met onder meer nieuwe parkeerplaatsen en paden. „De provincie Flevoland is de belangrijkste subsidieverstrekker, maar er zit ook geld in van de nooit gerealiseerde Zuiderzeelijn.”

Mannen in lieslaarzen waden om het kunstwerk heen om onder water de laatste roosters aan te brengen, die moeten zorgen dat kinderen straks veilig kunnen spelen. De Deltagoot, ooit een symbool van de Nederlandse strijd tegen het water, is nu zelf in het water komen te staan. Het kunstwerk is toegankelijk via twee bruggen – liggende betonplaten die zo groot zijn dat ze vanzelf een soort pleinen worden. In de rimpelloze vijver wordt het kunstwerk haarscherp weerspiegeld en lijkt het nog imposanter dan het al is.

Van een afstandje lijken de 27 doorgezaagde platen op tuimelende dominosteentjes in steeds verdere stadia van omvallen – een echo van de golven die ooit door de goot denderden. Kom je dichterbij, dan voel je pas echt de zwaarte van het materiaal. Om het kunstwerk te betreden, moet je onder de omgevallen platen door, en dat is best een beetje eng. „Zo’n plaat weegt al snel 43 ton”, lacht Rietveld. „Ze zijn niet verankerd, maar ze kunnen door hun eigen gewicht geen kant meer op.”

De zaagsnedes zijn op veel plekken nog duidelijk te zien. De randen van het beton zijn rafelig, als plakjes cake die met een bot mes zijn afgesneden. „We wilden juist de noestheid van het materiaal laten zien”, zegt Rietveld. „Dit kunstwerk, hoe groot ook, is mensenwerk.”

Binnen heeft de Deltagoot veel weg van een kathedraal, maar dan met minimalistische zuilen en steunberen. Zodra de zon achter de wolken vandaan kruipt, begint een fraai spel van licht en schaduw. Het doet denken aan duizenden jaar oude bouwwerken als Stonehenge of de Luxortempel. Als je hier over duizend jaar terugkeert, dan staat Deltawerk // er waarschijnlijk nog, als baken van onverwoestbaarheid.

    • Sandra Smallenburg