Coalitie wil hogere huren tegen scheefwonen, maar het verzet groeit

Scheefwonen Het plan van de coalitie om scheefwonen tegen te gaan met forse huurverhogingen kon rekenen op een stortvloed aan kritiek.

Met het verhogen van de huur tot maximaal 710,68 euro per maand willen de coalitiepartijen scheefwoners stimuleren te verhuizen naar een koopwoning of een huurhuis in de vrije sector. Foto Aleksanar Vralski

Regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie willen de huren fors verhogen van ‘goedkope’ scheefwoners, mensen die in een sociale huurwoning wonen terwijl ze daarvoor te veel verdienen. Het plan kreeg een stortvloed aan kritiek. Van oppositiepartijen, die het „onbehoorlijk” en „ondoordacht” noemen. En van huurdersvereniging Woonbond, die vreest dat middeninkomens „de steden uitgejaagd worden”.

CDA-Kamerlid Erik Ronnes noemde het in een Kamerdebat „heel oneerlijk dat mensen die extreem veel verdienen in een goedkope huurwoning zitten”. Zij kunnen nu niet worden gedwongen hun huis te verlaten. Met het verhogen van de huur tot maximaal de grenshuur van de sociale sector (710,68 euro per maand) willen de partijen scheefwoners stimuleren te verhuizen naar een koopwoning of een huurhuis in de vrije sector.

'Onfatsoenlijk'

De overheid wil scheefwoners al jaren aanpakken, omdat zij in de ogen van het kabinet doorstroming op de woningmarkt belemmeren en lange wachtlijsten in de sociale sector veroorzaken. De meest recente cijfers – over 2016 – laten zien dat het aandeel goedkope scheefwoners 12,1 procent bedraagt, meer dan 250.000 huishoudens.

Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) wilde zich in het debat nog niet scherp over het plan uitlaten. Kritiek kwam van de oppositie. Volgens PvdA-Kamerlid Henk Nijboer wordt met dit „onfatsoenlijke” voorstel de rekening van het scheefwoonprobleem bij huurders gelegd. Alexander Kops (PVV) stelde dat de coalitiepartijen huurders willen „dwingen te verhuizen naar een duurdere woning die er niet eens is”.

De oppositie verweet de coalitie ook dat het plan onduidelijk is. De inkomensgrens voor ‘scheefwonen’ ligt nu op 41.000 euro, waardoor verschillende partijen vrezen dat vooral middeninkomens met forse huurverhogingen te maken krijgen. CDA en D66 zeiden in het debat dat het vooral om het bestrijden van „excessen” moet gaan en noemden als voorbeeld scheefwoners die wel 70.000 tot 100.000 euro verdienen. Daniel Koerhuis (VVD) wil Ollongren vragen te kijken „bij welke inkomensgrens het redelijk is om meer huur te vragen”.

Lees ook: Hoe komt het dat de problemen voor starters zo groot geworden zijn?

Inkomensafhankelijk

De vraag is hoe effectief huurverhogingen in de strijd tegen scheefwonen zijn. Het kabinet-Rutte II probeerde het tegen te gaan met inkomensafhankelijke huurverhogingen. De huur voor scheefwoners mag nu al meer stijgen dan van ‘gewone’ sociale huurders (maximaal 5,4 procent op jaarbasis tegenover 3,9 procent). Maar uit onderzoek van ING bleek vorig jaar dat de invoering van inkomensafhankelijke huren nauwelijks effect heeft gehad.

Scheefwoners verhuizen vaak niet ondanks hogere huren. De reden is dat ze weinig alternatieven hebben. Er is een groot tekort aan huizen in de vrije sector met een middenhuur van 700 tot 1.000 euro (zo’n 200.000 de komende tien jaar). Uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving blijkt dat voor ruim een kwart van de huishoudens met een middeninkomen een huur van boven 700 euro onbetaalbaar is. Ook een huis kopen wordt voor hen steeds lastiger.

De vraag is ook of het coalitieplan kansrijk is. Afgelopen week klapten de onderhandelingen tussen woningcorporatiekoepel Aedes en de Woonbond over een nieuw sociaal huurakkoord. Zonder een nieuw akkoord wordt dat lastiger. Directeur van de Woonbond Paulus Jansen spreekt bovendien van „een slecht en hoogst tendentieus plan”. Een woordvoerder van Aedes vindt het „goed dat er over gesproken wordt”, maar vraagt zich af of „zo’n stevige huurverhoging wel verantwoord is.”

    • Sam de Voogt
    • Pim van den Dool