Opinie

    • Sadet Karabulut

Is het na Syrië nou nog niet duidelijk?

Jihadistensteun Onze oorlogspolitiek leidt telkens tot het verlengen van burgeroorlog, schrijft over de onthulling van Nieuwsuur.
Verwoeste gebouwen in de stad Ariha, in de noordelijke provincie Idlib, waar de Syrische burgeroorlog zijn laatste fase is ingegaan. Foto Ugur Can/DHA/AP

Internationaal recht is prima, maar mag geen obstakel vormen voor de belangen van de staat. Dat is, in een notendop, wat Ko Colijn van Instituut Clingendael schrijft (Steun aan jihadisten? Fout, maar overdrijf niet, 12/9). Anders gezegd: het voeren van buitenlandse politiek wordt wel erg moeilijk als het volkenrechtelijk beginsel van non-interventie te letterlijk wordt genomen.

Wow! Het getuigt van lef dit te beweren in de week dat Trouw en Nieuwsuur onthulden dat Nederland jihadisten, andere mensenrechtenschenders en bondgenoten van Al-Qaeda in Syrië jarenlang heeft gesteund, onder andere met gevechtspakken, communicatieapparatuur en pick-uptrucks waarmee naar alle waarschijnlijkheid oorlogsmisdaden zijn gepleegd. De levering van die goederen is illegaal, stellen juristen. Donderdag is er een hoorzitting over in de Tweede Kamer.

Als er één les te trekken is uit de oorlogspolitiek, is het wel dat de wereld beter af was geweest met minder westers interventionisme

Sadet Karabulut Tweede Kamerlid

Colijn hekelt non-interventionisme omdat het tirannen als Assad te veel ruimte zou geven. Hij laat na om die aanname, die in het Westen breed gedragen wordt, van argumenten te voorzien.

Het is vreemd dat Colijn juist het westerse interventionisme – Nederland was niet de enige die rebellengroepen bevoorraadde – in Syrië aangrijpt om zijn punt te maken. Het is immers vrij onomstreden dat de opstelling van het Westen daar weinig goeds opgeleverd heeft. Sterker, analisten zeggen dat het vooral heeft geleid tot het verlengen van de bloedige burgeroorlog. Dat is ook de opvatting van Koos van Dam, die als Syrië-gezant een rol speelde in dit debacle, en die het westen medeverantwoordelijk noemt.

Lees ook: In 2015 leek het politiek nog zo’n goed idee...

Ook buiten Syrië heeft westers interventionisme tegen tirannen (met te veel ruimte?) tot ellende geleid. In Irak werd Saddam Hoessein van de troon gestoten, waar niemand om treurt, maar daar brak eveneens een verwoestende burgeroorlog uit. Die op leugens gebaseerde Amerikaanse oorlog zou tegen het terrorisme gericht zijn. Maar feit is dat zowel Al-Qaeda in Irak en later Islamitische Staat een direct gevolg zijn van dit roekeloze, door Nederland gesteunde Amerikaanse optreden. Meer dan een miljoen mensen kwamen om bij het geweld dat volgde op de illegale interventie.

Libië, waar de NAVO in 2011 rebellen vanuit de lucht te hulp schoot, is ook geen succesverhaal. De val van Gaddafi – opnieuw geen reden tot tranen – leidde hier tot totale anarchie waarin maar één recht geldt, dat van de sterkste. Tot de tanden bewapende milities zijn er de baas. De burger is de klos. Het land is bovendien een hotspot geworden voor migranten die de niet zelden dodelijke oversteek naar Europa wagen.

De vraag is wat westers interventionisme ons in de nabije toekomst brengt. President Trump lijkt zijn zinnen te hebben gezet op Iran: het moet door de knieën. Het spel, waarbij militair optreden nadrukkelijk op tafel ligt, wordt hoog gespeeld. Zal volkenrechtelijke orthodoxie straks opnieuw moeten wijken om buitenlandse politiek mogelijk te maken?

Het is te hopen van niet. Als er immers één les te trekken is uit de oorlogspolitiek van de afgelopen decennia, dan is het wel dat de wereld beter af was geweest met minder westers interventionisme.

    • Sadet Karabulut