‘Geweld hindert bestrijding ebola in Congo’

Noordoost Congo wordt geteisterd door het ebolavirus. De bestrijding van de ziekte wordt bemoeilijkt door politieke onrust in het gebied, vertelt Henk Hoff van het Rode Kruis.

Gezondheidswerkers verbranden medisch afval dat in contact is gekomen met patiënten die besmet zijn met het ebolavirus. Foto John Wessels/AFP

De Democratische Republiek Congo heeft ebola wel onder controle. Dat was de teneur deze zomer, toen het land erin slaagde binnen enkele weken een uitbraak van de dodelijke virusziekte te beperken. In het westen van het land overleden zo’n dertig mensen aan de ziekte; enkele anderen overleefden. Dat was het resultaat van adequaat optreden van de overheid, van hulpverleners en van een vaccinatieprogramma, aldus de Wereldgezondheidsorganisatie in een verklaring.

Maar in de afgelopen twee maanden zijn ruim honderd mensen overleden aan ebola, in het noordoosten van het land. De eerste gevallen werden bevestigd in de provincie Noord-Kivu, een gebied dat bekend staat om de gewapende groepen die daar actief zijn.

Dinsdag liet de WHO dan ook een heel ander geluid horen: ebola verspreidt zich snel, als gevolg van geweld en een gebrekkige infrastructuur in het gebied. Al sinds de eerste zieken daar bezweken aan acute koorts, waarschuwt de WHO voor „hét rampscenario”. Daaronder verstaat de organisatie een combinatie van gewapende groepen, sociale onrust en politieke belangen die een obstakel kunnen voor het werk van hulpverleners en het vaccinatieprogramma.

NRC Studio

Epicentrum

Die angst werd afgelopen weekend bewaarheid in Beni, een van de belangrijkste steden in Noord-Kivu en een epicentrum van de uitbraak.

Gewapende mannen vielen vrijdag die stad binnen en doodden tussen de 18 en 21 inwoners. In de stad werd een vijfdaagse periode van rouw afgekondigd. Op sociale media tonen jongeren hoe onbekende daders gruwelijke aanvallen uitvoerden. Het geweld wordt toegeschreven aan de Forces Démocratiques Alliées (ADF), een islamitische rebellengroepering die al sinds de jaren 90 actief is rondom Beni en over de grens met Oeganda. Hun aanvallen lijken de afgelopen maanden veelvuldiger en heviger te worden.

De verzamelde hulporganisaties, die in Beni veldkantoren hebben, waren niet het doelwit van de aanval. Toch schortten zij hun werkzaamheden op omdat zij het onderzoek naar ebola in de regio te gevaarlijk vonden.

Bekijk ook deze fotoserie van de ebolabestrijding: Gaspakken in noordoost Congo

Argwaan

„De situatie maakt het voor ons moeilijk om goede zorg te bieden”, beaamt Henk Hoff, die voor het Nederlandse Rode Kruis Beni bezocht, vlak voordat de aanval daar plaatsvond. „Inderdaad geldt dat de regio in noordoost Congo een conflictgebied is. Er zijn daar meerdere gewapende partijen actief, die vaak met elkaar overhoop liggen. Dat maakt de situatie zeer onberekenbaar, je kunt jezelf zo maar in een schermutseling bevinden.”

Volgens Hoff zijn niet alleen de strijdende partijen, maar ook de lokale bevolking – en eventuele patiënten – onberekenbaar. „Zij staan vaak wantrouwend tegenover de anti-ebolacampagne. Juist door de onrustige en onzekere situatie in de regio zien ze in ebola één groot complot.”

Zo wordt gefluisterd dat de behandelcentra eigenlijk bedoeld zijn voor de handel in organen. Dat patiënten er helemaal niet geholpen worden, maar daar naartoe worden gebracht om te sterven. Het beeld van de hulpverleners en de voorzorgsmaatregelen die zij treffen in hun omgang met patiënten en hun families, helpt daar ook niet bij: ze zijn dik ingepakt in een plastic pak om te voorkomen dat ze besmet worden. Dat wekt argwaan. Hoff: „We moeten ook ingrijpen bij bijvoorbeeld begrafenissen - het is gebruikelijk de overledene of diens kist aan te raken, maar dat is met het virus in omloop gewoon te gevaarlijk.”

Verspreiding naar buurland

De begeleiding van begrafenissen en huis-aan-huis voorlichting om de lokale bevolking in Beni van het belang van ebolabestrijding te overtuigen, liggen na de aanval van afgelopen weekend stil, zegt Hoff. „We moeten ons nu niet op straat begeven, waar na de dodelijke aanval de emoties hoog oplopen en er allerlei protesten zijn.”

Verschillende ngo’s waarschuwen dat de ziekte zich naar de grens met buurland Oeganda verplaatst. De reden is dat sommige patiënten weigeren naar behandelcentra te komen, hulp proberen te ontlopen, of voor geweld op de vlucht slaan.

Rondom de Congolese behandelcentra daalt juist het aantal nieuwe gevallen per week. Dat is te danken aan het vaccinatieprogramma, dat ook in het noordoosten is opgezet. Volgens het Congolese ministerie van Gezondheid zijn inmiddels ruim 11.000 mensen gevaccineerd.

    • Lisa Dupuy