Recensie

Ivo van Hoves toneelstuk ‘Een klein leven’ is een zinderende helletocht

Recensie (•••••)

Over pijn en kwaad gaat ‘Een klein leven’, het geniale toneelstuk van Ivo van Hove dat deze week in première ging. De pijn van hoofdpersoon Jude, en met hem die van de mensheid. Als Jude speelt Ramsey Nasr de rol van zijn leven.

Maarten Heijmans (als Willem, links) omarmt Ramsey Nasr (Jude) in het toneelstuk Een klein leven naar de roman van Hanya Yanagihara. Foto Jan Versweyveld

Vergeet het boek. Vier de voorstelling.

Het boek is de roman Een klein leven van Hanya Yanagihara. Die werd na verschijning in 2015 een wereldwijde bestseller, met overal jubelende kritieken, waaronder een vijfsterrenrecensie in deze krant. Ivo van Hove kreeg van de schrijfster als enige toestemming het boek op toneel te brengen. Terecht, zo blijkt. Uit de vuistdikke roman van 750 pagina’s peurde de regisseur van het Internationaal Theater Amsterdam een bijna vier uur durende zinderende, danteske helletocht, een emotionele wildwaterrace.

Dat is wat ik heb ervaren. Na afloop van de voorstelling liep ik naar buiten, wiebelig, met pap in de benen, de smaak van bloed op de tong, gedeprimeerd over het lijden van de mens. Ergens wrong zich ook een scheut blijdschap omhoog om het besef grootse kunst te hebben gezien. Tot doffe, grijzige treurigheid het weer overnam, over de pijn die mensen veroorzaken, over kinderen die kapot worden gemaakt. Dat kan theater met je doen.

De voorstelling zet nog wel feestelijk in, met vier vrienden die blowen en kletsen over hun leven. Advocaat Jude (Ramsey Nasr), acteur Willem (Maarten Heijmans), de architect Malcolm (Mandela Wee Wee) en kunstenaar JB (Majd Mardo) zijn dan nog twintigers. Zijn vrienden accepteren de geslotenheid van Jude. Hij weigert over zijn verleden te spreken en te vertellen hoe het komt dat hij moeilijk loopt. Als Willem door zijn haar strijkt, weert hij hem af: „Ik ben niet zo’n knuffelaar.”

Ramsey Nasr (links), Maarten Heijmans, Mandela Wee Wee en Majd Mardo in Een klein leven.

Foto Jan Versweyveld

Dat verborgen verleden komt in flashbacks naar boven: hoe Jude als kind jarenlang is geslagen, verkracht en mishandeld. En omdat de voorstelling zijn gehele leven omvat, is te zien hoe die ervaringen doorwerken. Hij wil geen relatie, geen seks. En zijn angsten en schuldgevoel kan hij slechts temmen door in zichzelf te snijden. Zich snijden werkt louterend, verklaart hij. Dat „het gif” zo uit hem wegstroomt, heeft hij nodig, bitter nodig.

Meerdere keren voert Jude dit akelige ritueel uit. Centraal op de vloer staat een wastafel, zijn altaar, in een decor met aan weerszijden keuken, ziekenhuisbed en de ateliers van JB en Malcolm, begrensd door schermen met filmbeelden van de straten van New York. Dan gaat Jude onder de wastafel zitten en grijpt een scheermesje. Bloed stroomt over zijn polsen. Over het groezelige gelaat van Nasr trekt een gelukzalige gloed.

Veilig

Alleen in een lied kan Jude zich uiten. Voor Harold, zijn vroegere professor, die hem adopteert als hij 37 is, zingt hij „Ich bin der Welt abhanden gekommen” van Mahler. Dat lied gaat over hem, zegt Jude, over je losmaken van de wereld, over verdwijnen in een gebied waar veiligheid en afzondering heersen. „Het is niet alleen een ontsnapping, ook een ontdekking”, zegt hij erbij.

Veilig was hij nooit in het klooster waar hij als vondeling was opgenomen. Dat blijkt al uit de eerste flashback, waarin hij vertelt dat voor straf zijn hand in brand werd gestoken. Veilig is het evenmin bij Broeder Luke (Hans Kesting), die zijn vertrouwen wint en hem overhaalt samen te vluchten. Maar eenmaal buiten prostitueert de broeder hem. Jude wordt gezegd te doen met klanten wat de broeders met hem deden.

De dwang komt in de vorm van liefde en manipulatie. Huiveringwekkend is broeder Luke als hij allervriendelijkst tegen de twaalfjarige zegt: „Je bent hiervoor gemaakt, Jude. Je mag er best van genieten.”

Als Jude laat in zijn leven aan een relatie begint, zijn de navrante voorschriften van broeder Luke nog altijd de regels die die hij voor zichzelf opsomt: nooit seks weigeren, energie tonen, één op de drie keer zelf initiatief nemen. Hij is een kind dat nooit ontsnapt aan hoe hij is misvormd.

Hier ben je voor gemaakt, Jude. Je mag er van genieten

Broeder Luke

De horror komt in golven, ook als Jude volwassen is. Die golfslag is het ritme dat Van Hove creëert: de gruwelen en fases van geluk wisselen elkaar af, soms al binnen één scène of gesprek. Tussen de tinten zwart, van onheilspellend duister tot brandend teer, spatten frisse tegenkleuren op. In het samenzijn met zijn vrienden en nieuwe vader kent Jude periodes van liefde en optimisme. Met name de zwierig acterende Majd Mardo zorgt als de eigengereide JB voor enig comic relief. Maar ontsnappen kan Jude niet. En des te heftiger schroeit nieuw ongeluk de ziel.

Engel

Behalve in het ritme demonstreert Van Hove zijn genie als regisseur door de elegante, theatrale vorm waarin hij de sprongen door de tijd weet te gieten. Jude kan tegelijk met zijn vriend Willem in het heden en met broeder Luke in het verleden in gesprek zijn. Personages zijn het ene moment verteller en nemen het andere moment al weer deel aan een gesprek.

Mandela Wee Wee (links), Ramsey Nasr, Maarten Heijmans, Majd Mardo in Een klein leven.

Foto Jan Versweyveld

Een extra attractie in deze aanpak vormt de aanwezigheid van een verteller, die als een engel rondwaart en zich in scènes mengt. Alleen Jude hoort en ziet haar aanvankelijk. Deze Ana, gespeeld door Marieke Heebink, is een sociaal-werkster, die zich op zijn vijftiende over hem ontfermt en als enige zijn geheimen kent. Nu ze niet meer leeft, is ze een stem die becommentarieert en raad geeft.

Dan is er ook nog muziek, deels live gespeeld, die de estafette van emoties mede voortstuwt. Met de inzet van dit scala aan theatrale middelen houdt Van Hove lucht en licht in het verstikkende levensverhaal van Jude. Bovendien schept hij schitterende, beeldende scènes. Zoals wanneer Jude wordt opgejaagd door de koplampen van een auto: rondjes rennend, vallend en opstaand, op de huid gezeten door een grote volgspot, gedragen door zijn belager. En met Ana choreografeert hij een ontroerend beeld van warmte en geluk in deze voorstelling: als Jude en Willem elkaar omhelzen, in een gebaar van liefde en overgave, sluit Ana zich bij hen aan en omhelst mee. Even trilt de lucht van voorspoed.

De gewetenloosheid die Jude treft wordt in deze voorstelling niet verklaard. Indachtig de filosofie van Hannah Arendt over de banaliteit van het kwaad zijn de daders in Een klein leven alledaagse, schijnbaar keurige mannen. Het kwaad gaat steeds gehuld in de verraderlijk beschaafde verschijning van Hans Kesting. Met indrukwekkende rust vertolkt hij zowel broeder Luke als twee andere sadisten die op het pad van Jude komen. Zijn spreken is steeds kalm, zacht en ingetogen. Alle monsterlijke daden pleegt hij weloverwogen en zelfverzekerd. De vanzelfsprekendheid in zijn optreden maakt de drie mannen des te beangstigender.

Mateloos

Als Jude speelt een meesterlijke Ramsey Nasr de rol van zijn leven. Hij is kind, twintiger, dertiger en ouder wordende man: een fenomenale krachttoer. Vergeleken met de stevige lieden om hem heen oogt hij frêle, breekbaar. Hoe speel je iemand die blanco en onzichtbaar wil zijn? Nasr toont een gespannen, afstandelijke, naar liefde en goedkeuring hunkerende man, met donkere blik, geknepen lippen en slepende tred. Zijn pijn is even diep verborgen als het kwaad bij Kesting. Mishandeling ondergaat hij gelaten. Dat maakt de paar keer dat hij het wel uitschreeuwt, ijselijk gilt om hulp, extra effectief.

Wat er aan Een klein leven valt af te dingen, is detailkritiek, van soms te uitleggerige zinnetjes en metaforen tot het geforceerde slotbeeld. Maar dat doet niet af aan de emotionele stootkracht van deze theatervoorstelling: een ijzersterk verhaal, een ontleding van de menselijke psyche, een uitstalkamer van het kwaad, én van de liefde, en een getuigenis van het schier eindeloze incasseringsvermogen van de mens. Is het te veel? Aan de dramawet dat pijn en ellende in fictie niet mateloos kan zijn, houdt deze voorstelling zich niet. Terecht, soms is abstractie en sublimatie niet meer dan een vorm van wegkijken.

Het is als met de discussie over de foto in de krant van het bebloede kind. Wel of niet nodig? Van Hove laat die foto zien. In hoge resolutie: dit is de wereld; de wereld van uitwassen, van misbruik in de kerk, mensenhandel, kinderporno, pedofilie. Hij brengt het bijbehorende leed zo dichtbij als je met theater kan komen.

Het resultaat is een monumentale voorstelling. Een klein leven is een machtige proeve van het kunnen van Van Hove en zijn ensemble. Na afloop wankel je op je benen. Dat is theater in zijn meest glorieuze vorm.

    • Ron Rijghard