Opinie

    • Paul Scheffer

Breek met spiegelgevecht over Europa

Het kan niemand meer ontgaan: ruim twee jaar na het referendum is de Britse politiek in een diepe impasse beland. Theresa May – wier overlevingsdrang je kunt bewonderen – heeft zich in een uitzichtloze positie gemanoeuvreerd. Ook bij de Labourpartij gaan meer stemmen op om een nieuwe volksraadpleging te organiseren. De exit van de Brexit staat volop in het nieuws.

Je voelt het leedvermaak in Brussel over deze verwarring. Jean- Claude Juncker en Donald Tusk zouden er beter aan doen om een eventueel vertrek van de Britten aan te grijpen voor een serieus gesprek over een hervorming van de Europese Unie. Het is waarschijnlijk wensdenken maar wat zou het goed zijn wanneer het conflict rond de Brexit daartoe zou leiden.

In een recent rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid wordt gepleit voor meer verscheidenheid in de Unie: „De Europese integratie is op een punt aangekomen waar solidariteit, daadkracht en nationale betrokkenheid juist gebaat zijn bij uiteenlopende vormen van samenwerking. Variatie voorkomt dat nodeloos energie en politiek krediet worden verspild aan eenmaking, terwijl die niet echt nodig is.”

Dat is een verstandig pleidooi. Het gevolg is wel dat we de droom van een federaal Europa vaarwel moeten zeggen. Variatie betekent dat uiteenlopende tradities, belangen en ideeën een herkenbare plaats krijgen. Dat is belangrijk: een te ver doorgevoerde eenmaking kan landen uit elkaar drijven.

Meer verscheidenheid lukt niet zonder een uitspraak over de politieke vorm van de Unie. De discussie over deze zogenoemde ‘finaliteit’ is altijd ontweken. Na de introductie van de euro en de opening van de grenzen staat volgens menigeen het Europese project voor een heldere keuze: of we gaan versneld verder met de opbouw van een federatie, of we kiezen voor een terugkeer naar de natiestaten.

De overtuigde aanhangers van deze twee richtingen zijn verwikkeld in een spiegelgevecht. Wat de federalist Guy Verhofstadt schrijft over het „wegterende Europa” en over het „ruggegraatloze” politieke midden zou zo uit de pen kunnen komen van een populist. Ze delen de „onontkoombare” conclusie dat er nu gekozen moet worden tussen hun voorstellen.

Anders dan de voorstanders van federalisme of nationalisme denk ik niet dat we op een tweesprong staan. We moeten niet terugvallen op de nationale staat en ook niet de vlucht naar voren in een federale staat omarmen. Zestig jaar eenwording laat zien dat een duurzame Unie de legitimiteit van nationale staten nodig heeft. En tegelijk kunnen die staten niet zonder de samenhang die deze Unie biedt.

Het doel van de Europese integratie moet niet de kleinering maar juist de bestendiging van de nationale staten zijn. Het gaat om de versterking van de legitimiteit van de nationale parlementen, verzorgingsstaten en rechtsstaten in een tijd van globalisering. De Unie zou zichzelf moeten zien als een buffer die de schokken van de wereldwanorde kan opvangen.

Zo bezien staan we op een driesprong: de Europese integratie kan alleen overleven wanneer een onomwonden keuze wordt gemaakt voor een weg tussen nationalisme en federalisme. Om een verder uiteenvallen te voorkomen is een grondwettelijk verdrag nodig waarin de bevoegdheden van de Europese instellingen worden begrensd. Zo’n stap is moeilijk, want de angst zit diep na het echec van het grondwettelijk verdrag bij de Franse en Nederlandse referenda in 2005. Toch is dat wat we nodig hebben: een nieuw verdrag en een echte volksraadpleging.

De Brexit wordt ten onrechte afgedaan als een Britse eigenaardigheid: deze breuk legt een wijdverbreid onbehagen bloot. Alleen een Unie die duidelijk is over haar grenzen biedt soelaas. Een grondwettelijk verdrag moet een rem zetten op de voortdurende uitbreiding van zeggenschap achter de rug van burgers om. Dat sluit nieuwe bevoegdheden van de Unie niet uit, maar dan als een democratische keuze.

De Britse historicus Timothy Garton Ash houdt de mogelijkheid van een nieuw referendum open en dringt vooral aan op flexibiliteit in de onderhandelingen: „Zou er geen compromis mogelijk zijn over de kwestie van het vrije verkeer van personen?” En inderdaad moet de Unie de lidstaten ook op dit omstreden terrein meer ruimte bieden.

Waarschijnlijk is het wensdenken, maar wat zou het mooi zijn als de dreiging van de Brexit tot een hervorming leidt die het vertrek van de Britten onnodig maakt. Nu zijn Londen en Brussel gevangen in hun eigen gelijk. De impasse in Groot-Brittannië dient geen enkel belang, zeker niet dat van Nederland. En het is duidelijk: een Unie die de eenmaking van bijna dertig lidstaten nastreeft zal eindigen in een oplopend conflict.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.
    • Paul Scheffer