Opinie

    • Lotfi El Hamidi

Bij het hoofdkantoor van een terreurgroep

De ‘Arabische strijdbeweging voor de bevrijding van Ahvaz’ (ASMLA) klinkt als een naam van een terreurgroep uit een Amerikaanse B-film, waarin Chuck Norris ergens in Verweggistan de wereld mag redden van enge bruine mensen met een belabberde oog-handcoördinatie. Maar de strijdgroep bestaat echt, en het hoofdkantoor bevindt zich niet in Tripoli of Beiroet, maar in Delft.

Iran houdt ASMLA verantwoordelijk voor de aanslag op een militaire parade afgelopen zaterdag. Het regime wijst daarnaast ook naar Nederland, omdat het onderdak zou bieden aan leden van de terreurbeweging.

In Delft ga ik op bezoek bij het hoofdkantoor. Nou ja, hoofdkantoor: een eengezinswoning in een rustige woonwijk, met een kinderfiets voor de deur.

Bij het aanbellen kijkt een man voorzichtig uit het raam. De deur gaat open, op een kier. „Salaam aleikoem”, groet ik, en ik vertel wie ik ben en wat ik kom doen. Hij vraagt of ik Iraniër ben. Nee zeg ik, Marokkaan. Ik geef hem mijn visitekaartje. „Kom maar binnen.”

Zijn naam is Hani Nissi en hij noemt zich vertegenwoordiger van ASMLA. In 2006 vluchtte hij vanuit Iran naar Nederland. Hij is naar eigen zeggen een politieke vluchteling, vanwege zijn activisme in de opstandige regio Khuzestan. Daar strijden Arabische separatisten al ruim een eeuw tegen de Perzische overheersing. Geweld wordt niet geschuwd.

Nissi claimt dat zijn groep niets te maken heeft met de gebeurtenissen zaterdag. „Wij zijn hier alleen bezig met politiek verzet”, zegt hij. „Wat kunnen we anders vanuit hier?” Als ik zo rondkijk in de sober ingerichte woonkamer ziet het er inderdaad niet uit als het hoofdkwartier van een beruchte militante organisatie.

De vorige leider van de afscheidingsbeweging, Ahmad Mola Nissi, was Hani’s broer. Die werd in 2017 in Den Haag voor zijn eigen huis geliquideerd, vermoedelijk in opdracht van de Iraanse geheime dienst. Ook Hani vreest voor zijn leven en dat van zijn gezin. „Ik kijk constant over mijn schouder.”

Maar als ik via twee muisklikken al op zijn huisadres uitkom, maakt hij het dan niet wel heel gemakkelijk om gevonden te worden? „De stichting moest officieel een adres hebben. Dat is dit adres geworden”, reageert hij laconiek.

Hani Nissi blijft strijdvaardig en zegt dat hij ondanks alles bereid is te sterven voor de zaak. „Toen mijn broer werd doodgeschoten stonden honderden jongeren in Iran op om zijn plaats in te nemen. Ook als ik sterf staan er honderden klaar. Wij geven nooit op.”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl @Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus

    • Lotfi El Hamidi