Opinie

    • Ellen Deckwitz

Thuis zijn

Een van de nadelen van wonen in een stokoud huis is de gehorigheid. De wanden en vloeren zijn dun als vloeipapier waardoor je af en toe het gevoel hebt in één ruimte met je bovenburen te leven. Ik kan soms letterlijk horen wat ze tegen elkaar zeggen. Door die dunne wanden heb ik ook liever geen seks in mijn huis. Ik was een keer bezig en toen hoorde ik mijn bovenbuurman roepen waar de augurken waren gebleven. Op mijn beurt kreeg ik eens, toen ik door mijn woonkamer rondjes liep en hardop opsomde wat er wél leuk was aan het leven, een appje van mijn bovenbuurvrouw of het wel goed ging.

En zo bouw je geluidsgewoontes op. Ik heb het grootste deel van de tijd oordopjes in, telefoneer zo zacht mogelijk en bedrijf de lust zoveel mogelijk buiten de deur. Maar afgelopen week waren de bovenburen, die overigens fantastische mensen zijn en bovendien deze krant lezen, een weekje weg. Ik merkte het pas toen ik voor het douchen mijn oordopjes uit mijn oren wilde halen en ontdekte dat ik ze helemaal niet in had. De eerste dag voelde de stilte sinister, alsof ze waren overleden en twee meter boven me lagen te ontbinden. De dag erop durfde ik hardop tegen de cavia’s te praten en vanaf woensdag nam ik zonder gêne alle geluidsruimte in: keihard zingen, luid tegen mezelf en mijn huisdieren kletsen, geen sorry naar boven roepen als ik weer eens iets te hard de deur dichtsmeet. Ik was vrolijker, meer ontspannen. Er was geen beat die door het plafond naar beneden dreunde, er was geen onverwacht kabaal waardoor er weer wat (hoofd)haar uitviel.

Toen ze dit weekend terugkeerden had ik gemengde gevoelens. Ik was enerzijds blij dat ze er weer waren: we staan altijd voor elkaar klaar en ze zijn superfantastisch (we laten bijvoorbeeld cadeautjes voor elkaars deur achter als we weten dat de ander verdrietig is, dat soort acties) maar ik had er wel moeite mee om mijn geluidsproductie weer aan te passen aan hun aanwezigheid. Ik stootte per ongeluk een van mijn boekenkasten om en appte meteen een excuus in duizendvoud naar boven. Ik merkte dat ik weer lichte hartkloppingen kreeg als mijn bovenbuurman muziek draaide (we hebben allebei een erg goede muzieksmaak maar helaas wel een tegenovergestelde).

Ik had even een glimp gezien van een andere versie van mijn huis, een plek waarin ik meer thuis was, meer mezelf was. Maar, dacht ik terwijl ik mijn oordoppen weer inschroefde, dat is wellicht de prijs van met anderen leven. Daarvoor moet je altijd een stuk van jezelf opgeven.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz