Opinie

    • Maxim Februari

‘Stop’ zeggen en ‘stop’ láten zeggen, dat is de kwestie

Ik ben een feminist, laat ik dat vooropstellen. Altijd al geweest. Ik was al feminist toen de rest van Nederland nog dacht dat dat iets met tuinbroeken te maken had. Ik denk, laat ik dit sterke punt van mij maar even handig onder uw aandacht brengen. Voordat u straks mijn ontslag eist en het ontslag van de hoofdredacteur en van de verantwoordelijke minister in dezen.

Niet dat ik vandaag een onfeministisch geluid wil laten horen. Integendeel. Ik probeer inzake #MeToo al een tijd een verstandig standpunt in te nemen, en een verstandig standpunt lijkt me niet onverenigbaar met een feministisch standpunt. Maar tot mijn eigen verbazing blijf ik langer op de #MeToo-kwestie kauwen dan gedacht. Waarschijnlijk omdat er zulke grote problemen omheen spelen, die je niet oplost met een paar ontslagen.

Allereerst is er die vreemde vrouwvijandigheid in de kunstwereld. Het valt op hoeveel casting directors, theaterdocenten, dj’s, dirigenten en balletmeesters zich kennelijk schuldig hebben gemaakt aan seksuele intimidatie. Een enkele keer ten opzichte van mannen, meestal ten opzichte van vrouwen. In België bleek deze zomer uit onderzoek dat één op de vier vrouwen in de cultuursector slachtoffer is van grensoverschrijdend gedrag.

Natuurlijk zal het beeld vertekend zijn geraakt door de fascinatie van media voor kunstenaars. Maar hoe dan ook heeft de kunstwereld wel reden tot introspectie. Zonder serieus gesprek ga je al gauw psychologische verklaringen verzinnen voor de zelfoverschatting van de kunstenaars; ik verzin tenminste van alles. Misschien vinden ze hun vak niet macho genoeg en moeten ze compenseren. Misschien komt het door de artistieke neiging tot grensoverschrijding. Of door een net iets te royale inschatting van de eigen genialiteit.

Tegelijk kun je je voorstellen dat de kunstmannen zich verweren. Als de media in een rechtszaal veranderen, moeten de aangeklaagden zich ook in de media kunnen verdedigen. En als het publiek jury wordt, volstaat het niet de dirigent van het Concertgebouworkest te beschuldigen, en vervolgens te verzwijgen waarvan. Het is, lees ik, ‘nog steeds niet aan de musici uitgelegd wat Gatti’s vermeende vergrijpen precies inhielden’. Kortom, ‘we zeggen niet wat het was, maar het was heel erg’. Bij zoveel openbare obscuriteit kun je wel wat rechten gebruiken.

Oké, op dit punt waren we beland. Toen moest de hoofdredacteur van The New York Review of Books weg, omdat hij een matig verweer van zo’n aangeklaagde kunstman had afgedrukt. En toen dacht ik: laat ik nog eens een stap verder doen, en het hebben over de omringende cultuur. Die maakt namelijk niet duidelijk waar de grens ligt waaroverheen het grensoverschrijdend gedrag begint.

Sommige gevallen zijn duidelijk. De katholieke kerk heeft als instituut weerzinwekkend ver over de grenzen gehandeld door misbruik te tolereren van kinderen die waren toevertrouwd aan haar zorg. Duidelijk. Maar andere gevallen zijn een stuk vager. Op de autoradio hoor ik een musicus met naam en toenaam worden beschuldigd van seksueel misbruik; later lees ik dat hij vrouwelijke musici te logeren heeft uitgenodigd, en als ze dan ook echt kwamen logeren, gaf hij ze het advies ‘te masturberen om innerlijke blokkades te overwinnen’.

Het is een merkwaardig gesprek in een professionele verhouding, maar geen nationaal nieuws dat ik via de radio moet vernemen. Ik weet bovendien dat er serieuze managementcursussen worden gegeven waarbij opleiders verder gaan: daar blijft het niet bij suggestie, maar worden de innerlijke blokkades daadwerkelijk overwonnen. Ik heb dat van een vrouwelijke opleider gehoord.

Is dat aanvaardbaar gedrag? Ik weet het niet. Maar er heeft een flinke seksualisering van de cultuur plaats gevonden. Als mensen dat betreuren, is het de vraag waarom ze er zo lang in meegaan; bij ontgroeningen net zo goed als bij theatergezelschappen. Ter verdediging van de daders kun je zeggen: hoe moeten ze weten dat ze te ver gaan als niemand stop zegt? Ter beschuldiging van de daders kun je zeggen dat ze blijkbaar een sfeer creëren waarin mensen te bang zijn om stop te zeggen.

Voor mij is het in zekere zin makkelijk hier onbevangen over te schrijven. U kunt aan het bijgaande portret wel zien dat ik mijn kleren steeds keurig aan houd. Maar de macht en de angst rondom het onderwerp houden me flink bezig. En de #MeToo-gebeurtenissen hebben tot nu toe weinig gedaan om de angst en het machtsmisbruik weg te nemen. Het is na de seksualisering van de vorige eeuw hoog tijd onderling te bespreken hoe je grenzen stelt aan elkaars gedrag. En dan moet je dus niet je gesprekspartner de mond snoeren omdat je op voorhand gelijk hebt.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari