Staphorst krijgt de grote broer op bezoek

Reportage KNVB-beker Bij VV Staphorst zijn ze klaar voor het bekerduel tegen streekgenoot PEC Zwolle. De 3.500 kaarten waren snel uitverkocht.

Vrijwilligers van amateurclub VV Staphorst treffen voorbereidingen voor het duel in de eerste ronde van de KNVB-beker tegen PEC Zwolle. De wedstrijd begint woensdag om 19.45 uur. Foto’s Bram Petraeus

Drie jaar geleden nam Benny Miggels er een baan bij. Naast zijn werk als operationeel manager bij Chiquita werd hij eind 2015 voorzitter van voetbalvereniging Staphorst. Vijfentwintig uur per week besteedt hij gemiddeld aan de club. „Vergaderingen, overleggen, wedstrijden met het eerste. De uren stapelen zich op”, zegt de 50-jarige Miggels. Op zaterdagochtend om kwart over zeven, als de dauw de grasvelden nog bedekt, is hij vaak als eerste op de club.

VV Staphorst speelt woensdagavond in de eerste ronde van de KNVB-beker tegen eredivisionist PEC Zwolle. Een streekderby, de afstand tussen het eigen sportpark Het Noorderslag en het PEC-stadion is hemelsbreed nog geen 20 kilometer. De clubs houden er sinds een aantal jaar een samenwerkingsverband op na. Een speler van Staphorst voetbalt nu in de jeugd van Zwolle. „En bij een thuiswedstrijd van PEC zitten er standaard een man of dertig uit Staphorst in het stadion”, zegt Miggels.

Over de 3.500 kaarten voor de wedstrijd tegen PEC Zwolle hoefde de voorzitter zich geen zorgen te maken. Die waren snel uitverkocht. 7,50 euro is de prijs voor een kaartje. Daarmee wijkt de club niet af van de prijs voor niet-leden voor een normale wedstrijd in de hoofdklasse B, waarin Staphorst dit seizoen uitkomt. No nonsense, nuchterheid en hard werken; termen die naadloos passen bij Staphorst. „Over een verlies kan de Staphorst-supporter zich makkelijk heen zetten”, zegt Miggels. „Maar er moet dan wel hard zijn gewerkt. Dat eisen ze.”

VV Staphorst heeft bijna 800 leden. Foto Bram Petraeus

Tot 1959 geen voetbalclub

Volgend jaar bestaat Staphorst, dat bijna 800 leden heeft, zestig jaar. Jan Vogelzang (75), huidig voorzitter van de kantinecommissie, behoorde in 1959 tot de oprichters. Staphorst had tot dan toe geen voetbalclub, er werd wat gespeeld op straat, meer niet. „Wij zijn met zestien jongens gaan voetballen op een sportveld, niet eens een officieel voetbalveld. De gemeente heeft ons daar later mee geholpen”, zegt Vogelzang.

De contributie voor die eerste ‘club’ bedroeg een kwartje per keer. Tussen de eikenboomwortels naast het sportveld, waar nu een verzorgingstehuis staat, legde de financiële man van de groep een sigarendoosje neer. Vogelzang: „Als je mee wilde voetballen, deed je een kwartje in de doos en zette je een kruisje achter je naam.”

Lang speelde Staphorst in de lagere regionen van het amateurvoetbal. Maar vanaf 1996 promoveerde het eerste elftal onder leiding van trainer Popko Schuitema in vijf seizoenen naar de eerste klasse. „Ik zag veel jongens voetballen en snapte niet waarom het eerste elftal zo laag speelde”, zegt Schuitema. Met zijn trainerspapieren op zak, werd hij gevraagd als coach van het eerste. Er kwam verandering: de jeugdelftallen breidden zich uit en een businessclub werd opgericht.

Buitenlanders in de basis

Met de promoties sloop ook een ander gevoel de club binnen, zeker nadat VV Staphorst in 2007 de hoofdklasse bereikte. Jarenlang speelde in het eerste jongens uit het dorp, soms aangevuld met contacten van Schuitema. Maar op het hogere niveau kon het niet langer met alleen eigen spelers. In een poging de clubcultuur te beschermen, sloten de bestuursleden een ‘herenakkoord’: maximaal vijf plaatsen in het basiselftal op zaterdag zijn voor ‘buitenlanders’, zoals spelers van buiten Staphorst worden genoemd.

Inmiddels is die regel ook alweer versoepeld. „Als de trainer een ander op moet stellen, is hij vrij, zegt Schuitema, tegenwoordig bestuurslid van de supportersvereniging. En is een speler vier jaar bij de club, dan is hij geen ‘buitenlander’ meer. „Ook als je in Staphorst komt wonen, of trouwt met een Staphorstse, vervalt de regel”, vult voorzitter Miggels aan.

Voetbal leeft in de kop van Overijssel. Foto Bram Petraeus

Niet iedere speler is geschikt om bij Staphorst te voetballen, weet Albert van der Haar. Hij kwam na zijn profloopbaan, waarin hij meer dan 500 duels voor Zwolle speelde, één seizoen uit voor Staphorst. Hij kwam in 2011 binnen, via Schuitema. Het werd een mooi seizoen, met winst van de KNVB beker voor amateurs. Een blessure maakte dat Van der Haar definitief moest stoppen. Als coach van de beloften van Zwolle hield hij daarna contact met Staphorst over een overgang van spelers die het net niet zouden redden bij Zwolle. Spelen bij Staphorst vergt een bepaald karakter. „Je moet niet te veel met je hoofd in de wolken lopen”, zegt hij.

Over de vraag of de club hogerop moet willen, zijn de meningen verdeeld. In de hoofdklasse zitten veel teams uit de regio. Zaterdag nog werd de derby tegen WHC uit Wezep gewonnen (4-1). In de derde divisie zouden de reisafstanden langer worden. Schuitema: „Qua organisatie en voetbal zouden we het aankunnen.”

In Staphorst kijken ze al weken uit naar de bekerronde op woensdag. Het voetbal leeft in de kop van Overijssel, en helemaal het duel met de ‘grote broer’ uit Zwolle. „Deze loting had tien jaar geleden anders aangevoeld”, zegt voorzitter Miggels. „Nu wij ook op een serieus niveau spelen, maakt dat de wedstrijd alleen maar interessanter.”

    • Jelmer Kos