Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Premier B. overdenkt zijn eigen grootsheid

De premier had wijn in het Torentje laten komen. Een nieuw begin wenkte – grootsheid, verbeterde democratie, een afrekening met zijn visieloze voorganger. Nu hij 13 december 2020 was beëdigd, na een formatie van dertien maanden, wilde hij schrijven. Een onvergetelijke toespraak moest het worden, waarin zijn gedachten, zijn belezenheid en liefde voor de natie samenkwamen.

Premier B. riep de kamerbewaarder. Nog een glas, graag.

Voor altijd was hij het stelletje fractievoorzitters dankbaar dat hem twee jaar eerder, aan het slot van de Algemene Beschouwingen van 2018, te grazen nam. Ze klaagden over zijn afwezigheid in het debat. Hij vond meedoen aan die „schijnvertoning”, sprak hij, „beneden zijn waardigheid”. Ze lachten hem uit. Besmuikt, daarna uitbundig, als jongetjes die bang waren zelf gepest te worden.

Hij kende de oude populistische wijsheid: een vernedering door officieel Den Haag vergroot de aanhang van de populist. Dus hij molk het voorval eindeloos uit bij zijn achterban. De middelvinger als hulpmiddel.

Dat van die schijnvertoning was op zich niet onjuist, maar ook niet de hele waarheid. Hij had september 2018 heus geprobeerd met een slimme interruptie het debat te bespelen. Hij zou aantonen dat nationaal klimaatbeleid marginaal hielp tegen de opwarming van de aarde. Maar de ellende was: hij miste de gevatheid. Zijn hoofd was te langzaam. Een nieuwe Job Cohen.

Dus hij was blij dat hij kon terugvallen op die schijnvertoning. En je had genoeg stukjesschrijvers die zeiden: hij heeft een punt. Toen B. zijn politieke ambities in 2016 bekendmaakte zei de hoofdredacteur van De Dagelijkse Standaard in Quote dat hij „overhelt naar narcisme”. De adjunct van GeenStijl noemde hem een „egomane opportunist”. Maar september 2018 brachten hun sites vooral stukken die B.’s klacht over de schijnvertoning steunden. Ze waren allemaal zijn kant op gekomen.

Na de val van Rutte III, zomer 2019, verliet Mark Rutte de landspolitiek en kwam de VVD in een vrije val. De kiezer was ook moe van Wilders, en zo werd B. de grootste op rechts. Eerst wilde niemand met hem regeren, uiteindelijk gingen Wilders, 50Plus en de SGP overstag: het eerste minderheidskabinet-B. was geboren.

Dus nu zat hij hier. Hij was bezorgd over de democratie, maar zag ook dat zijn ego soms groter was dan zijn democratisch geweten: hoe zou het gaan nu hij voortaan voortdurend beneden zijn waardigheid moest debatteren? In vlagen van intellectuele eerlijkheid daagde het B. dat je hemzelf nu ook een schijnvertoning kon noemen.

Dan liet hij nog een glas komen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi

    • Tom-Jan Meeus