Mocht de Stint te snel de weg op?

Ongeluk Oss De elektrische bolderkar had een snelle entree op de openbare weg: in 3,5 maand was de toelating rond – na een test voor een bromfiets.

Foto Rob Engelaar/ANP

Tot donderdag 20 september was iedereen enthousiast over de Stint, de elektrische bolderkar die kinderopvangorganisaties sinds 2012 gebruiken voor vervoer van kinderen tussen scholen en opvanglocaties. Duurzaam, goedkoop, efficiënt. Een prima alternatief voor de taxi’s en busjes die voorheen voor dit vervoer werden gebruikt. Het treinongeluk in Oss veranderde alles.

Naast het verdriet om de dood van vier jonge kinderen en twee zwaargewonde slachtoffers – inmiddels buiten levensgevaar – kwamen er al snel vragen over de veiligheid van het voertuig. Hoe werkt de rem? Waarom is er geen noodknop? Waarom gaat-ie zo hard? Ouders realiseren zich dat hun kinderen al jaren worden vervoerd in een kwetsbare badkuip, bestuurd door iemand die daar geen rijvaardigheid voor hoeft aan te tonen. De enige eis aan de bestuurder is dat hij of zij ouder is dan 16 jaar.

Werd de haast om de Stint goed te keuren ingegeven door de wens om innovatieve vervoersmiddelen niet te veel te hinderen met regels? Studio NRC

Vrijdag werd bekend dat twee instanties in 2011 adviseerden om de Stint niet zonder meer toe te laten tot de openbare weg. Het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu besliste anders: 3,5 maand na de aanvraag kreeg de producent van de Stint de gewenste goedkeuring. De bezwaren van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) en de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) werden weggewuifd.

De gang van zaken rond de goedkeuring van de Stint roept vragen op. Deze bijvoorbeeld: werd de haast om de Stint goed te keuren ingegeven door de wens om innovatieve vervoersmiddelen niet te veel te hinderen met regels?

Lees ook: Vier jonge kinderen overleden bij aanrijding met trein in Oss

‘Veiligheid is niet absoluut’

Politieke ideologie speelt vaak een rol, zegt Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid aan de TU Delft. De vorige en huidige minister van Infrastructuur zijn van de VVD. „Liberale politici kiezen eerder voor individuele verantwoordelijkheid dan voor nieuwe wettelijke eisen. Natuurlijk is veiligheid een randvoorwaarde bij de introductie van nieuwe voertuigen, maar het is geen show stopper. Veiligheid is niet absoluut, het is altijd een afweging tegen andere belangen: reistijd, comfort. De maatschappelijke kosten voor totale veiligheid, bijvoorbeeld door alle overwegen te ondertunnelen, zijn onaanvaardbaar. Bovendien zijn politici van alle gezindten bang om voor technologisch conservatief te worden uitgemaakt.”

Dichtslibbende steden en klimaatverandering maken nieuwe vormen van transport noodzakelijk. Het aanbod van elektrische steps en scooters neemt snel toe, zowel van kleine Nederlandse fabrikanten als van internationale partijen als Uber. De huidige wet- en regelgeving heeft het echter moeilijk met de variëteit aan licht gemotoriseerde voertuigen.

Voor de Stint greep toenmalig minister Melanie Schultz terug op de discussie rond toelating van de Segway in 2007-2008. Die mocht uiteindelijk de weg op. De aanwijzing als ‘bijzondere bromfiets’ stelt minimale eisen: geen rijbewijs en helm nodig, maximumsnelheid van 25 kilometer per uur, rijden op fietspad. De categorie ‘bijzondere bromfiets’ telt op dit moment voor zeventien voertuigen. De laatste vijf jaar werden daarvan twaalf op verzoek van het ministerie getest door de RDW.

Lees ook de column van Marc Hijink: Een rem op elektrische wieltjes

De Stint is door RDW en SWOV getoetst voor dezelfde categorie, met als cruciaal verschil dat met de Stint tien kinderen kunnen worden vervoerd. In het testrapport van de RDW, een checklist van technische vereisten, komt het woord ‘kinderen’ niet voor. Het veiligheidsonderzoek van SWOV gaat wel in op het bijzondere gebruik: „Het veilig vervoeren van tien personen, en niet in het minst tien kinderen, betekent een grote verantwoordelijkheid voor de bestuurder van het voertuig.” Het onderzoek noemt vier van de acht verkeersregels voor bromfietsen „problematisch”.

Beide tests zijn uitgevoerd zonder kinderen, laten de twee instanties weten. SWOV testte met twee volwassenen aan boord, samen 160 kilo. Is een toetsing als bromfiets passend voor een voertuig dat tien personen vervoert?

Peter van der Knaap, directeur van SWOV: „Dat is een relevante vraag bij de herziening van de categorieën voor nieuwe voertuigen die we gaan bekijken. Klopt dat veiligheidsniveau wel? We willen geen rem zetten op innovatie, maar onze prioriteit is verkeersveiligheid. Een innovatie mag geen achteruitgang van de veiligheid betekenen. Bekijk je dat per voertuig of voor het hele verkeerssysteem? Hoe ga je om met de transitiefase?”

Lees ook: De Stint: een elektrisch karretje bedoeld als veilig alternatief

Niet van de weg

De oorzaak van het ongeluk is nog onbekend en minister Cora van Nieuwenhuizen ziet geen reden om de Stint van de weg te halen. Toch heeft zij SWOV en RDW gevraagd om haar te adviseren „over de wenselijkheid van een aanpassing van het kader voor toelating en veilig gebruik op de weg van licht gemotoriseerde voertuigen”. Oftewel: het moet anders.

Volgens hoogleraar Van Wee is het goed om de indeling van voertuigen in categorieën ter discussie te stellen. „Creatieve innovatie loopt tegen de grenzen van deze indeling. Het is een doel, geen middel. Juridisch zal het wel lastig zijn om meer flexibel te zijn, maar dit werkt niet goed.”

Blijft over de grootste vraag over de toelating van de Stint: waarom schoof het ministerie de bezwaren van twee instanties opzij? Minister Van Nieuwenhuizen staat achter het besluit van haar voorganger Schultz, laat het ministerie weten: „Er is op dit moment geen informatie die reden geeft om het besluit te herzien.”

Aanvulling (26 september 2018): De reactie van het ministerie van Infrastructuur is later toegevoegd.

    • Mark Duursma