Opinie

    • Arjen Fortuin

Michiel Romeyn is het nog niet verleerd

Zap Dertien jaar na het einde van Jiskefet dook Michiel Romeyn ineens weer op. De eenmalige comedyshow Yep! is een kleine kruistocht tegen de lulkoek.

Michiel Romeyn in Yep! (Comedy Central).

Hé, daar is Michiel Romeyn. Dertien jaar na het verscheiden van Jiskefet dook hij ineens weer op. In de periferie van het zenderaanbod weliswaar (bij Comedy Central), maar toch. Bovendien met een programma dat nadrukkelijk in de voetsporen van het legendarische ‘verkeerd bekeken programma’ wilde treden. De afgelopen dagen voltrok zich een flinke campagne die de suggestie moest wekken dat zich met Yep! een wedergeboorte van Jiskefet had voltrokken, inclusief een slimme advertorial bij De Speld en een reeks interviews met de inmiddels 63-jarige Romeyn.

Hij beklaagde zich in die gesprekken over de truttigheid die de omroep in zijn greep heeft, over de bureaucratie die van programmamakers eist dat ze eerst ‘een proefje’ maken. Hij wilde het ‘Een programma voor ons, maar niet voor jullie’ noemen, maar dat mocht niet. „Het woord neger zit er twintig keer in”, zei Romeyn tevreden in de VPRO-gids.

Nu geloof ik niet dat het gebruik van het woord ‘neger’ het hart van de nalatenschap van Jiskefet is, maar Yep! (geregisseerd door Max Porcelijn) liet maandagavond zien dat Romeyn het spelen nog niet is verleerd.


In de eerste scène staat hij in een mistig polderlandschap met een grote zonnebril. Hij speelt een man die hoog opgeeft van een onderneming die hij ooit in Spanje („in Cancacurola”) heeft gehad, iets met een wijnboertje, een molen en een olijfpers. Het personage brabbelt erbij in een fantasiespaans dat ook wel eens in Jiskefet te horen was. Als zijn opschepverhaal ten einde loopt, duikt er een figuur op die een wapen op hem richt. Raarrr!

Daarna is Romeyn als een heel ander figuur aan het woord. We zien een zwart-wit, in jarenzestigstijl gefilmd interview met een architect, gekleed in kamerjas, die de bewondering van zijn interviewers oogst met een eindeloze parade aan quasi-diepzinnigheden in onafgemaakte zinnen: „Het calvinisme… zo’n gebouw staat hier als roestige spijkers, naalden in de moerasgrond… het is de sport en de moed om verlichting te zoeken… in God… in je wezen… in lucht… zo’n gebouw is geen gevangenis, maar een kerk voor je eigen ziel…”

In een tussenshot zien we uit de korte broek van de man het puntje van een reusachtige penis steken. Geweldig gedaan.

Iets minder vervreemdend is de scène waarin een oudere vrouw in een rijtjeshuis (gespeeld door Romeyn) Bruce Springsteen ontvangt en hem bemoedert. Haar verhouding tot hem wordt niet helemaal duidelijk. Fan? Moeder? Geliefde? Ze slapen in hetzelfde bed, maar ‘Broes’ heeft wel een kleine teddybeer in zijn armen.

Subsidiecommissie

Later zien we hoe een jonge filmmaakster haar project Summer Fobia voor een subsidiecommissie moet verdedigen. De commissieleden kijken vooral naar elkaar, zwetsen wat af en ploffen bijna uit elkaar van de hoogmoed. De filmmaakster moet nog één klein stapje zetten, oftewel: verzoek afgewezen. Ik vermoed dat de scènes te maken hebben met de ervaringen van Romeyn als hij weer ergens in een kantoortje een tv-idee moest pitchen. Zoals de bazen van Comedy Central moeten besluiten of dit ‘proefje’ een vervolg verdient.

Yep! is een kleine kruistocht tegen de lulkoek – de mannen die Romeyn neerzet maken zich vrijwel allemaal groter dan ze zijn. Tegelijkertijd zie je dat zo overduidelijk aan ze, dat ze iets tragisch krijgen. Zo ging ik Michiel Romeyn ook een beetje tragisch vinden; in die interviews blaast hij zichzelf immers ook wat op. Yep! is te onmodieus en te ongrijpbaar om een echt groot publiek te trekken. Maar het lééft en dat is een reden om het te koesteren.

    • Arjen Fortuin