Recensie

Jungle zoekt op album ‘For Ever’ soul in het hedonisme

Ergens in het niemandsland tussen de Bee Gees anno Saturday Night Fever en het Daft Punk van ‘Around the World’ woont Jungle, een Engels collectief dat van hippe discobeats met ouderwets degelijk falsetvocalen haar missie heeft gemaakt. Het tweede album For Ever liet maar liefst vier jaar op zich wachten en hoewel de titel een soort van closure doet vermoeden, swingen Tom McFarland en Josh Lloyd-Watson weer volop.

For Ever begint met de tribal drums van het onweerstaanbare ‘Smile’ en dansvloert daarna onhoudbaar voort, met lichte inzakkers in de zoetsappige ballads ‘Cherry’ en ‘Home’. Zulke rustmomenten horen erbij, want dansen doe je niet alleen op volle toeren.

Op hun best zoeken McFarland en Lloyd-Watson in hun hedonistische uitspattingen naar soul. De seventiessoul van ‘Casio’ en het relaxt shuffelende ‘Cosurmyne’ bieden diepte op een album dat zich ook oppervlakkig laat beluisteren als een goede huisvriend en een bron voor concertvreugde.

    • Jan Vollaard