Gouden Kalveren worden uitgereikt tijdens het NFF.

Foto Sem van der Wal

Gouden Kalveren kunnen niet zonder kinnesinne

Interview Silvia van der Heiden debuteert op het 38ste Nederlandse Film Festival als directeur. Met hier en daar een binnenbrandje. ‘Tulipani’, de openingsfilm van vorig jaar, kreeg tóch een plekje in het programma dit jaar.

Het Nederlands Film Festival (NFF) is een jaarlijkse reünie van de filmwereld waar het publiek de Nederlandse jaaroogst kan zien. Utrecht staat vanaf donderdag negen dagen in het teken van film, televisie en interactief. Sluitstuk is het Gouden Kalveren-gala.

Een feestje dus. Toch duurde het anderhalf jaar voordat het NFF een opvolger vond nadat directeur Willemien van Aalst in oktober 2016 haar vertrek aankondigde. Het werd Silvia van der Heiden, voorheen hoofd marketing van VPRO. Heeft Hilversum, met Ruurd Bierman, ex-directeur van de NOS als bestuursvoorzitter, de macht gegrepen in Utrecht?

„Ha, die heb ik nog niet gehoord”, zegt Silvia van der Heiden monter als ze laat op de middag aanschuift in café-restaurant Dauphine. Bitterballen? „Ja graag. Ik at nog nooit zoveel bitterballen als nu. Ik ben toch een beetje een vreemde eend in de filmwereld dus wilde ik zo snel zoveel mogelijk mensen leren kennen.”

Ze moest afgelopen week een binnenbrandje blussen rond regisseur Mike van Diem, wiens Tulipani vorig jaar openingsfilm was op het NFF. Dus stond hij dit jaar niet op het programma, wat aanleiding bleek voor een boze brief met termen als ‘beledigend’, ‘kwetsend’ en ‘verbijsterend disloyaal’. Aan de ene kant: waarom moet een film twee jaar op rij op het NFF draaien? Aan de andere kant: met het Gouden Kalveren-gala als hoogtepunt is het logisch een voor twee Kalveren genomineerde film als Tulipani dan ook te vertonen. Van der Heiden, die door de kwestie werd overvallen, vond alsnog ruimte in het schema, zij het in de stille ochtenduren.

Silvia van der Heiden is met The Dutch Academy For Film(DAFF), de vakvereniging die sinds 2015 over de Gouden Kalveren gaat, in gesprek om dit probleem uit de wereld te helpen. „Ik hoorde vele mopperen dat je pas een jaar na je première op het NFF een Gouden Kalf kan winnen. Mosterd na de maaltijd dus. Vroeger debuteerde je film in Utrecht en won hij daar misschien een Kalf, wat dan weer hielp in de marketing.”

Dat kan niet langer omdat leden van de ‘Dutch Academy’ ver van tevoren het filmaanbod moeten bekijken om kandidaten voor de Gouden Kalveren te nomineren. Zo wordt het onaantrekkelijk in Utrecht in première te gaan. Na 2015 wist het NFF geen openingsfilms meer te vinden die publiek of pers kon bekoren: denk aan J. Kessels, Bloedlink, De Held en Tulipani.

De oplossing lijkt simpel: kleine commissies dragen voortaan vijf films per categorie voor, waarna alle 615 stemgerechtigen mogen stemmen op de winnaar. In die richting wordt gedacht, bevestigt Van der Heiden. „Films die in Utrecht in première gaan, doen dan direct mee voor Gouden Kalveren. Die films zijn meestal voor de zomer al klaar en kunnen dus besloten worden vertoond.” Zo’n voorselectie lost ook een tweede probleem op: dat de stemmers onmogelijk de vele tientallen films kunnen zien die meedingen.

Gouden Kalveren kunnen niet zonder enige kinnesinne, zo lijkt het. Dat in 2015 jury’s plaatsmaakten voor een naar de Oscars gemodelleerd Academy-systeem moest de filmprijs meer allure geven: rond jury’s hing vaak de geur van vriendjespolitiek en stokpaardjes. Maar nu vakgenoten beslissen, gaan de Gouden Kalveren steevast naar kleinere ‘kwaliteitsfilms’.

Dit tot chagrijn van regisseur Roel Reiné, wiens Nederblockbuster Michiel de Ruyter in 2015 met lege handen vertrok. Reiné pleitte in juni voor een comeback van de jury en drie aparte Kalveren voor kunstfilms, kinderfilms en publieksfilms. Zijn geflopte Redbad kreeg dit jaar weer geen nominatie. Eerder was er heibel rond producer Frans van Gestel en regisseur Joram Lürsen, die demonstratief uit de Dutch Academy stapten nadat hun boekverfilming Publieke Werken niet één van zijn tien nominaties verzilverde. Lürsen kreeg dit jaar twaalf nominaties voor oorlogsdrama Bankier van het Verzet.

Spanning tussen commerciële en artistieke belangen horen erbij, denkt Van der Heiden. Zij heeft met critici gepraat en kreeg de indruk dat de bitterballen niet altijd zo heet gegeten worden. In mei aangetreden, richtte ze zich dit jaar vooral op het vierdaagse programma van congres en masterclasses voor professionals. In het filmprogramma ligt door „omstandigheden” de nadruk wat eenzijdig op de jaaroogst: retrospectieven ontbreken. Dat is volgend jaar anders: Van der Heidens eerste volledige editie. „Waarom geen programma over Nederlandse humor?”

    • Coen van Zwol