Gebrekkig advies

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Na ruim dertig jaar vonden de vaders het welletjes: hun bouwbedrijf gingen ze overdragen aan hun zoons. Advies werd ingewonnen bij de huisaccountant. Terwijl die de opvolging regelt, gaat het bergafwaarts met het bouwbedrijf. Eind 2012 komen de zonen aan het roer. Begin maart 2013 moet het bedrijf faillissement aanvragen en 85 medewerkers ontslaan. De Belastingdienst legt de zoons een aanslag schenkbelasting op, omdat de onderneming is gestaakt binnen vijf jaar na de overdracht via schenking. Daarmee is een voorwaarde van de regeling geschonden. De zoons menen dat de accountant onjuist heeft geadviseerd en claimen schade bij hem – bijna 160.000 euro aan advieskosten en kosten om de belastingaanslagen ongedaan gemaakt te krijgen. De accountant zou er niet nadrukkelijk op hebben gewezen dat vrijstelling van schenkbelasting alleen geldt als het bedrijf niet binnen vijf jaar failliet gaat. De accountant verweert zich: er waren geen aanwijzingen dat het bouwbedrijf op faillissement afstevende. De rechter veegt dat argument van tafel en wijst niet alleen op de verliezen die het bedrijf al maakte, maar ook op de onderzoeksplicht van de accountant. Die heeft „niet gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend adviseur mocht worden verwacht”. Ook de zoons treft schuld door pas op het laatst de accountant te informeren over de verslechterde financiële situatie. Volgens de rechtbank had dat een bankroet wellicht zelfs kunnen voorkomen. De accountant wordt voor 60 procent aansprakelijk geacht door „gebrekkige advisering”.

Uitspraak: ECLI:NL:RBGEL:2018:3816

    • Anne van der Schoot