Recensie

Fantoomverhalen uit een tijdloos Europa

Drama In ‘Transit’ zijn twee tijdlagen tot één geheel geweven: het Frankrijk van de Tweede Wereldoorlog en het hedendaagse Frankrijk. Nog steeds maakt de politie jacht op ‘vreemdelingen’. De film stelt grote politieke vragen.

Paula Beer en Franz Rogowski als Marie en Georg in ‘Transit’.

Het begint in Parijs. Een stad die we al in zoveel films hebben gezien dat we haar ook wel herkennen zonder haar naam te noemen. En toch is dit een ander Parijs dan we ooit zagen. Bekend en vreemd tegelijkertijd.

Het Parijs – en later Marseille – van Christian Petzolds nieuwe film Transit weeft twee tijdlagen tot één geheel. Het verleden van Anna Seghers’ roman Transit Visa (1942), die kort na de Duitse invasie in de Franse hoofdstad begint, en een heden waarin de politie net als toen jacht maakt op vreemdelingen en ‘sans papiers’, mensen zonder identiteitspapieren wier identiteit ontnomen is of betwijfeld wordt.

Het is een geniale zet die Petzold in de gelegenheid stelt een indringend verhaal over het verleden van Europa te vertellen alsof het nog iedere dag plaatsvindt. Maar het is meer dan een narratieve truc. Hij heeft in zijn eerdere films als Barbara (gesitueerd in de DDR van de jaren tachtig) en Phoenix (over de terugkeer van een overlever van de Holocaust) ook al personages opgevoerd die als ‘geesten’ uit de tijd geworpen zijn. Bij Petzold is tijd een staat van zijn.

Transit is alles wat de titel al vertelt: een film over levens in transit, over mensen zonder geschiedenis, tussen de ene en de andere tijd, tussen de ene en de andere identiteit. Over hoofdpersoon Georg, gestrand in Marseille, die op het visum van een overleden schrijver naar Amerika hoopt te reizen. Het is ook een aangrijpende liefdesgeschiedenis van twee mensen die elkaar herkennen, maar niet weten waarom. Georg wordt verliefd op Marie, de echtgenote van de dode schrijver. En zij ook op hem. Of op wie ze denkt dat hij is. Noodlottig en fataal. Net zo simpel als de liefde ingewikkeld kan zijn.

Al deze dingen worden niet alleen als verhaal verteld, maar vooral als film: in een licht slaapwandelende, afstandelijke speelstijl. In shots die mensen samenbrengen, terwijl ze net zo goed in andere ruimtes kunnen zijn: de een achter een raam van een restaurant, de ander op straat. De een op de rug gefilmd, de ander net naast de camera kijkend. Zien zij elkaar, of dromen ze elkaar? Transit stelt grote politieke vragen met een menselijke maat: welke fantoomverhalen zijn in het Europa van vandaag nog onvoltooid, wachtend op (h)erkenning, op een visum naar het heden?

    • Dana Linssen