Darja Zjovnar als de rebelse Ilana in ‘Tesnota’.

‘Die onthoofdingsvideo moest echt’

Interview Regisseur Kantemir Balagov toont in ‘Tesnota’ een bange stad aan de rand van de jihad. „Fundamentalisme is een uitweg uit een deprimerende realiteit, net als drugs of internet.”

Moest dat nou echt? Die videoclip van dat Russische soldaatje in zijn debuutfilm Tesnota? Een jochie nog. Zijn huilen en smeken – „Ik wil niet dood, ik wil leven” – verandert in gorgelen als Tsjetsjeense jihadisten hem de keel doorsnijden. Een gruwel.

Ja, die onhoofdingsvideo moest erin, zegt de jonge regisseur Kantemir Balagov (27) eind januari in Rotterdam. Tesnota gaat over Ilana Koft (de zeer intense debutante Darja Zjovnar), een Joods meisje in Naltsjik, hoofdstad van de Kaukasische republiek Kabardië-Balkarië. Maar ook over Balagovs bange, wantrouwige geboortestad anno 1998, een etnische lappendeken die door Russische wetteloosheid en Tsjetsjeens jihadisme uit balans is geraakt. Als Ilana’s broer David wordt gekidnapt, levert een inzameling binnen de locale Joodse gemeenschap niet genoeg op om het losgeld te betalen. Solidariteit gaat maar zover: zo’n ontvoering is ook een buitenkans om hun familiezaak voor een prikje te kopen. En de traditie? Probeert het gezin de problemen op te lossen door dochter Ilana uit te huwen, dan smijt ze een bebloed slipje op tafel. „Hier, ik neuk met iedereen”, bijt ze haar beoogde schoonfamilie toe.

Tesnota staat voor nabijheid, bedruktheid; ook het televisie-achtige beeldformaat suggereert claustrofobie. Balagov: „Dat past bij Naltsjik, waar veel te veel volkeren veel te dicht op elkaar wonen en elkaar wantrouwen. Dat maakt ook de sfeer binnen gemeenschappen en families verkrampt.” Tomboy Ilana rebelleert via een stiekeme relatie met tankbediende Zalim, een Kabard. Een andere ‘stam’ en geloof dus: ook Zalims vrienden mogen beslist niet weten dat Ilana Joods is. Ze reageren hoogst verbaasd als zij woedend reageert op de Tsjetsjeense onthoofdingsvideo. „Ben jij voor die borsjtsj-vreters dan?”

Regisseur Balagov zelf zag de gruwelvideo toen hij twaalf jaar was. „Ik was verbijsterd. Die arme jongen sterft zo langzaam. En je denkt: dit gebeurde hier vlakbij, dit kan hier gebeuren. Daarom was de tape voor mij ook essentieel: het gaat over de nabijheid van geweld, de angst dat het overslaat. Bij de première in Cannes was er veel kritiek op: ik zou terroristische propaganda witwassen. Mij lijkt het nog veel fouter om zoiets vreselijks na te spelen.”

Kantemir Balagov studeerde economie en ontwierp websites in Naltsjik voordat de Russische maestro Aleksandr Sokoerov hem na een korte film onder zijn vleugels nam. Sokoerovs werk gaat over grote, primaire kwesties: gezinsbanden, de Russische ziel, de pathos van de macht. Het grimmige Tesnota, dat in Cannes de Fipresci-persprijs won, is ook geen kidnapkroniek, maar toont een stad in een toestand van onderhuidse paniek. Balagov: „Bovendien wilde ik het idee aan de kaak stellen dat je in de Kaukasus op je etnische groep bent aangewezen. Als puntje bij paaltje komt, sta je er alleen voor.”

Jihadisme uit de mode

In Naltsjik is het overigens vrij rustig gebleven, op één zeer bloedige nacht in oktober 2005 na, toen 142 doden vielen bij een veldslag tussen moslimradicalen en politie. Balagov: „Dat was enorm schokkend, maar daarna was de druk ook van de ketel. Nu is er al in geen vijf jaar een aanslag meer gepleegd. Sommige mensen willen nog steeds weg uit Rusland, maar de meerderheid denkt als ik. Zonder Rusland vliegen we elkaar op de Kaukasus direct naar de keel.”

Tesnota is „qua context historisch en qua verhaal deels autobiografisch, deels anderen overkomen”, zegt Balagov. Zelf een Kabard, had hij op zijn zestiende een relatie met een Joods meisje. Daarover hoefde hij minder stiekem te doen dan Zalim. „Mijn vrienden waren niet het probleem, eerder haar moeder. Na 2007 is salafisme en jihadisme in Naltsjik onder jongeren uit de mode geraakt, volgens mij omdat internet bij ons toen pas echt opkwam. Voorheen verveelden jongeren zich stierlijk. Fundamentalisme is een uitweg uit een deprimerende realiteit, net als drugs of internet.”

Wel is het merendeel van Naltsjiks ooit bloeiende Joodse gemeenschap – waaronder veel ‘bergjoden’, die al sinds de vijfde eeuw op de Kaukasus wonen – uitgeweken naar Moskou, Israël of de VS. Joden waren jarenlang een favoriet doelwit van ontvoeringen, al gelooft Balagov dat religie of antisemitisme eerder een excuus dan de reden was. „Het gaat om ordinaire gangsters die Joden als een rijke, relatief zwakke stam zagen. Toen ze vertrokken, waren Kabarden aan de beurt.”

Zo krijgt Tesnota in de finale nog een onverwachts melancholiek, lyrisch tintje: afscheid van Naltsjik, een uithoek waar je geen filmregisseur blijft. „Ik kreeg thuis de wind van voren omdat ik Naltsjik veel te grauw en lelijk afschilder. Maar het is mijn stad, en ik hoop dat je dat ook voelt.”

    • Coen van Zwol