De fiscus vroeg te laat om bewijzen

Deze rubriek belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: fiscaal recht.

Foto iStock

Ze verhoogden in 2007 hun hypotheek: man en vrouw hadden het geld nodig voor een verbouwing van hun woning. In hun belastingaangifte gaven ze de extra lening op als eigenwoningschuld. In 2013 duikt een belastinginspecteur dieper in de aangiftes over een aantal jaren. De inspecteur betwijfelt of de extra hypothecaire lening in direct verband staat met onderhoud of verbetering van de eigen woning; hij vraagt om schriftelijke bewijzen. Het echtpaar stuurt foto’s in en verklaringen van henzelf, maar facturen ontbreken – met het oud papier meegegaan na het opruimen van de zolder. De inspecteur accepteert de bewijsstukken niet en legt navorderingen op. Het geschil belandt bij de rechter.

De rechtbank stelt de Belastingdienst in het gelijk: de aangeleverde stukken zijn geen bewijsstukken. Het paar gaat in hoger beroep. Het gerechtshof in Den Bosch accepteert de foto’s, de zelfgemaakte Excel-sheets en de eigen verklaringen evenmin als bewijs. Bovendien wijst het hof erop dat, ook al zijn de aangiftes over andere jaren zonder correctie geaccepteerd, dit de belastingplichtige niet ontslaat van de wettelijke eis van staving: het stel had documenten moeten bewaren. Het hof gaat wél mee met de klacht van het echtpaar dat de belastinginspecteur heel laat om de bewijzen vroeg. Volgens het hof heeft de inspecteur door pas zes jaar na verhoging van de hypotheek om bewijs te vragen het recht daarop verloren. Het echtpaar wint het hoger beroep.

Uitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2018:2463

    • Anne van der Schoot