Al 34 jaar een supermarktje op wielen, en nu een van de laatste SRV-mannen

De SRV-man Erik van Haren reed op zijn 20ste in zijn eigen SRV-wagen. Vroeger kwamen de klanten massaal de straat op als hij zijn wagen parkeerde, nu bestaat zijn klantenkring vooral uit senioren. „Dan komen ze bij mij om acht spruitjes te kopen.”

SRV-man Erik van Haren in zijn wagen, waarmee hij rijdt in Utrecht en omliggende plaatsen als Bilthoven, Maartensdijk, Westbroek en Groenekan. Foto Daniel Niessen

Er was een tijd dat Erik van Haren (54) op medelijden kon rekenen als hij op een verjaardag over zijn werk vertelde. „Mensen associeerden het met hard werken en weinig verdienen. Toen de kinderen klein waren, vertelden ze het ook niet graag op school. Dan werden ze toch een beetje uitgelachen. ‘Wát doet je vader?’”

Van Haren is ‘SRV-man’: al 34 jaar rijdt hij zes dagen per week met een kleine supermarkt, door de provincie Utrecht. Hij is een van de laatsten. In de jaren zeventig reden er tweeduizend wagens van de SRV (‘Samen Rationeel Verkopen’) in Nederland rond, nu zijn het er nog maar tweehonderd.

Door routes van afgehaakte collega’s over te nemen en langere dagen te maken, kan Van Haren er nog goed van leven. Hij rijdt in de stad Utrecht en in omliggende plaatsen als Bilthoven, Maartensdijk, Westbroek en Groenekan, waar hij woont. Hij heeft een paar honderd klanten per week, vertelt Van Haren in het stadskantoor van Utrecht. Tussen de mensen die hier hun paspoort ophalen wordt in de maand september de fotoserie Leve de man van de SRV tentoongesteld, waarmee fotografe Fleur Wiersma dit jaar de tweede prijs van de Zilveren Camera in de categorie ‘nieuws regio serie’ won.

Foto Daniel Niessen

Wiersma, die Van Harens werk tien jaar geleden ook al vastlegde voor de fotoacademie, toont met haar foto’s gerimpelde handen die naar peren grijpen, vrouwen met rollators en een boodschappenbriefje in vooroorlogse spelling: „een groote doos becel” en onderop „groenten man bedankt”. Van Haren: „Ik had ook een klant die ‘fles’ nog als ‘flesch’ schreef, maar die is onlangs overleden.” Van Harens clientèle bestaat voor het overgrote deel uit senioren. Er staat één jongen in de tienerleeftijd op de foto. Dat blijkt geen klant, maar iemands kleinzoon.

Tegenwoordig meer op afspraak

Dertig jaar geleden kon hij de wagen op een dinsdagmiddag ergens in een Utrechtse straat zetten en was er genoeg klandizie van de mensen – nou ja, vooral vrouwen – die op dat moment thuis waren. Tegenwoordig werkt hij meer op afspraak en rijdt hij voornamelijk naar afgelegen boerderijen, waar geen winkels meer in de buurt zijn, en woonvoorzieningen voor ouderen. „Ze zitten al op me te wachten als ik aan kom rijden. Vervolgens wordt er goed op gelet of er niemand voordringt, natuurlijk.”

Die demografische verschuiving verandert ook zijn werk. De één heeft hulp nodig om de wagen in en uit te komen, voor de ander brengt Van Haren de boodschappen tot het aanrecht en als er onderweg nog iemand op z’n Utrechts roept ‘Ach jochie, zet jij de vuilcontainer nog even buiten’, dan is Van Haren ook de beroerdste niet. Ook onderhoudt hij via WhatsApp contact met de kinderen van klanten, die geven hem een seintje als vader of moeder ziek is of er niet is en toch een paar boodschapjes wil hebben – dan zet Van Haren die voor de deur, geen probleem.

De week voor ik op vakantie ga, is de beste week van het jaar. Dan gaat iedereen hamsteren

Erik van Haren

Met de dochter van een bepaalde klant heeft Van Haren een bijzondere afspraak. Haar moeder komt naar de SRV-wagen, kijkt rond en zegt wat ze wil kopen. In werkelijkheid heeft de dochter al aan Van Haren doorgegeven wat haar moeder, die een beetje in de war is, nodig heeft. Dat heeft ze ook al betaald en Van Haren geeft de oudere dame vervolgens die spullen mee naar huis. „Die gaat blij de deur uit, omdat ze denkt dat ze zelf nog boodschappen doet. Dat is zó belangrijk voor deze mensen.”

De SRV-wagen biedt de ouderen, die vaak niet meer zelfstandig naar de ‘gewone’ supermarkt kunnen, ook de kans om nog zelf te koken. Van Haren: „Ze zijn alleen, maar willen nog zoveel mogelijk doen. Dan komen ze bij mij om acht spruitjes te kopen.” Voor wie dat een beetje te ver vindt gaan, heeft Van Haren kant-en-klaarmaaltijden. Die bestaan standaard uit een aardappelen-vlees-groenten-trio. Geen bami of nasi, nee. Dat eten ze hier niet.

Foto’s Daniel Niessen

Kan hij nog wel op vakantie, met al die extra verantwoordelijkheden? Dat vinden zijn klanten inderdaad lastig, zegt Van Haren. „In mei worden ze al onrustig. De week voordat ik echt ga, is mijn beste week van het jaar. Dan gaat iedereen hamsteren.”

Op z’n achtste hielp hij de SRV-man al

Al toen hij een jaar of acht was, hielp Van Haren de toenmalige SRV-man met het bijvullen van de schappen en het rondbrengen van tasjes. Op zijn achttiende haalde hij zijn rijbewijs, vervolgens zijn groot rijbewijs, en op zijn twintigste reed hij zelf op de wagen. Hij heeft nooit anders gedaan.

Een groot aantal vaste klanten kent hij al tientallen jaren. „Gisteren nog kwam er een klant afscheid nemen die gaat verhuizen. ‘Bedankt en ik hou van je’, zei ze.”

Niet voor iedereen is dit werk weggelegd, weet hij. Ook niet voor zijn eigen broer: die heeft dertig jaar geleden ook op een SRV-wagen gereden, maar stopte er al gauw mee. „Hij was eigenlijk te lief, want hij liet mensen spullen meenemen zonder te betalen. En dan liet hij het erbij zitten.”

Al te gek moet het niet worden. Energiedrankjes slijt ik niet

Erik van Haren

Zijn mobiel gaat. Snel pakt hij pen en papier. Het is een klant die alvast de bestelling voor morgen wil doorgeven. Een fles koffiemelk, een brood, twintig eieren en een slagroomschnitzel. (Daar bedoelt de man ‘slagroomschnitt’ mee, weet Van Haren.) De man is boer en waarschijnlijk op zijn land aan het werk als de SRV-wagen komt. Oh, dan zet Van Haren de boodschappen toch even binnen? Hij weet waar de sleutel ligt. Dat komt wel goed, het geld krijgt hij de volgende keer.

Voor de komst van de mobiele telefoon „belden mensen naar ons vaste nummer en dan moest mijn vrouw de boodschappen opschrijven. Of dan reed ze met haar eigen auto snel achter de SRV-wagen aan om iets door te geven. En dat met twee kleine kinderen, daar was ze niet altijd blij mee.”

Zijn assortiment is opvallend stabiel. Hij verkoopt vooral brood, zuivel en groente. En koekjes. „Altijd van bekende merken, nooit een huismerk. Daar houden deze mensen niet van, het moet herkenbaar zijn, hetzelfde als vroeger.” Komt er ook wel eens wat nieuws bij? „Die Tony’s Chocolonely-repen zijn redelijk populair, maar al te gek moet het niet worden. Energiedrankjes slijt ik niet.”

Zijn klanten betalen het liefst nog contant. „Sommigen zijn wel overgestapt op pinnen, die roepen dan hun pincode zo door de bus. Of ik het even voor ze wil intoetsen.”

De fotoserie ‘Leve de man van de SRV’ van Fleur Wiersma is nog tot en met vrijdag 28 september te zien in het stadskantoor in Utrecht: Stadsplateau 1. Toegang gratis.
    • Anna Krijger