Opinie

Zet psychisch probleem niet weg als gezeur

Ggz Psychiater en zien zelden een patiënt van wie ze denken: dit kun je toch met de buurvrouw oplossen?

Ggz-instelling de Woenselse Poort in Eindhoven, waar patiënten met meervoudige, complexe en langdurende psychiatrische problemen worden behandeld. Foto Lex van Lieshout/ANP

Mensen verwachten te veel van het leven. Dat was, kort gezegd, de visie van Damiaan Denys, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, op de oorzaak van de problemen in de ggz (Het ís niet normaal om mooi en succesvol te zijn en alles onder controle te hebben’, 22/9).

We moeten weer flinker worden, een eind gaan wandelen, een boek lezen en geduld hebben. Het soort tips, die mensen met een psychische aandoening wel vaker krijgen, maar die wij niet direct verwachten van een hoogleraar psychiatrie. Maar Denys vindt dan ook, dat veel mensen eigenlijk helemaal geen psychische aandoening hebben, maar dat het gewoon lijden is, dat bij het leven hoort. Een vakantie op Ibiza, die een beetje tegenvalt en, hup, ze laten zich meteen verwijzen.

Lees ook het interview met hoogleraar Damiaan Denys: ‘Het is niet normaal om mooi en succesvol te zijn en alles onder controle te hebben’

Wij herkennen de gemiddelde patiënt totaal niet in het beeld dat Denys schetst. In de vele jaren dat wij werkzaam zijn in de ggz zien we zelden patiënten, waarbij we denken: ja, dit kun je toch met de buurvrouw oplossen?

Denys gaat nog verder. Doordat deze mensen hulp zoeken en met voorrang worden behandeld bederven ze het voor de 6 tot 7 procent echt zware patiënten. In het artikel staat dat Denys als filosoof in één moeite door verbanden legt tussen cijfers en waarnemingen die hem verbazen. Zijn cijfers verbazen ons. Hij heeft het er over dat 30 procent van de bevolking die „wel lijdt maar níét echt ziek is” hulp zoekt bij de ggz. Dat zijn vijf miljoen mensen. Er zoeken veel mensen hulp, zeker, maar beslist niet in die orde van grootte.

Eén recept per jaar

Ook het getal van één miljoen mensen die antidepressiva zouden gebruiken, komt weer voorbij. Dat miljoen slaat op het aantal mensen dat minstens één recept heeft opgehaald in een jaar. Maar omdat veel mensen die medicijnen korter dan een jaar gebruiken, is het aantal mensen dat op enig moment een antidepressivum gebruikt veel lager. En een aanzienlijk deel van hen gebruikt het als pijnstiller, op voorschrift van neuroloog of huisarts.

Verder zegt Denys dat 42 procent van de bevolking voldoet aan de criteria voor een psychische aandoening. Op de site van het Trimbos-instituut is dit getal inderdaad te vinden, maar dat betreft het aantal mensen dat ééns in zijn leven een psychische aandoening heeft. Het percentage mensen dat in het afgelopen jaar zo’n aandoening had, ligt rond de 20 procent. Als wij Denys goed begrijpen, vindt hij dat tweederde van hen ten onrechte wordt gezien als een psychische aandoening. Waar hij dat op baseert is ons onduidelijk. En waarom alleen de ernstigste aandoeningen zouden tellen eveneens. Bij lichamelijke aandoeningen verwachten we toch ook niet dat mensen alleen hulp zoeken als het zeer ernstig is?

Vraag en capaciteit

Denys heeft een punt als hij zegt dat de vraag naar geestelijke gezondheidszorg groter is dan de capaciteit. Ook die 20 procent is veel meer dan de ggz kan bedienen; die heeft maar capaciteit voor 5 à 6 procent. En ook financieel is het ondenkbaar. Daarover moeten we het dus zeker hebben. Misschien kunnen betere voorlichting en zelfhulp via e-communicatie een bijdrage leveren. Maar ook dat zal niet alles oplossen.

Lees ook: Ggz-instellingen slaan alarm over zorgbudget

Denys heeft ook een punt als hij zegt dat het binnen het huidige zorgstelsel loont om bij voorkeur mildere problematiek te behandelen. Maar dat de vraag veel groter is dan het aanbod, is al langer bekend. Het was dus verstandig geweest van tevoren te bedenken of gereguleerde marktwerking er niet juist toe leidt dat juist de meest zieke mensen buiten de boot vallen.

Dat was ook een van de zorgen die we hadden over het plan van zorgverzekeraar Menzis om ggz-instellingen extra te belonen op basis van cijfers bij het behandelen van depressie en angsten. ‘Cijfers’, zeggen we nadrukkelijk, niet op basis van succes, want dat laat zich niet betrouwbaar meten. Wij zien het meest in de erkenning dat de ggz helaas niet elk probleem kan behandelen. Dus moeten we selectief zijn. De kernvraag is hoe dat moet binnen een gereguleerde markt.

Dat wordt ingewikkeld genoeg. Maar laten we alsjeblieft hoe dan ook psychische problematiek niet wegzetten als te makkelijk geklaag. Dat wordt met psychische aandoeningen toch al te vaak gedaan. En wie zich dat zeker ook zullen aantrekken: die 6 à 7 procent van de mensen met de ernstigste psychische problematiek.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.