Wegwaaiende weermeisjes

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: over het geweld van een orkaan, waarbij je je eerst niets kunt voorstellen.

Vroeger had ik een weerhuisje. Als het mooie weer voorbij was, ging het meisje met haar parasol naar binnen en verscheen het mannetje met zijn paraplu. Dat betekende ramen dicht en regenponcho’s aan. Het moderne weerhuisje is de televisie. Als er zwaar weer op komst is, zoals vorige week de orkaan Florence, verschijnen de meteorologen op het scherm, uitgedost in regenpakken, lieslaarzen, zuidwesters en natuurlijk met een enorme microfoon.

In 2012 werd aangekondigd dat orkaan Sandy onze buurt ging aandoen. Op de televisie zag ik de beelden van de verwachte route, de regenval, de windsnelheid en bovenal het oog, dat alles verzwelgende zwarte gat in het centrum van de storm.

Het was een mooie oktoberdag. We zaten buiten in de zon. Bij orkaangeweld kon ik me weinig voorstellen. Het leek allemaal erg overdreven om plantenbakken, badmintonrackets en zelfs ons vogelhuisje naar binnen te brengen. En was het echt nodig de kelder te ontruimen en een voorraad eten in te slaan?

Met Florence werd de ellende griezelig realistisch in beeld gebracht met een animatie. Een weervrouw stond midden op een pleintje in een woonwijk. Niets aan de hand. Toen ging het water stijgen. Eerst tot boven haar middel, daarna tot boven haar hoofd, en tenslotte zo hoog dat het boven de daken van de huizen kwam. Het was duidelijk dat er geen beginnen aan is, tegen zoveel natuurgeweld. Een boodschap die niet was doorgedrongen tot de man die ik op een ander kanaal zandzakken tegen zijn deur zag leggen.

Toen furie Florence aan haar verwoestende tocht begon en de mensen zich vol angst en beven in hun huizen en opvangcentra verschansten, kwamen de weervrouwen en mannen op volle sterkte naar buiten. Op alle tv-kanalen deden ze vechtend tegen de elementen hun werk. Ik zag een weervrouw haar verslag onderbreken om en passant een hond te redden van de verdrinkingsdood. Alsof ze nooit iets anders deed, greep ze het dier vast en bracht het naar een droger stuk.

En toch, ondanks alle waarschuwingen, voorbereiding en minutieuze verslaggeving, vielen er ook hier weer doden. De natuur kent nu eenmaal geen genade. De verdrietigste verhalen halen de voorpagina’s van de kranten. Alle andere worden uiteindelijk statistieken.

De ellende die ‘onze’ orkaan zes jaar geleden aanrichtte, zit nog vers in mijn geheugen. Als ik aan die tijd denk, zie ik het tengere weermeisje voor me, dat zich ergens op een pier aan de kust van New Jersey met moeite staande hield. Terwijl ze zo hard ze kon haar verslag tegen de wind in schreeuwde, sloeg achter haar het water de huizen kapot. Ondertussen stroomde het water Manhattan in en liep onze kelder onder.

Toen viel opeens de stroom uit. De tv werd zwart, het huis donker. Het weermeisje was verdwenen. Een week later werden de namen van de doden uit de omgeving afgedrukt in de krant. Wij waren zelf met de schrik vrijgekomen. Soms droom ik over dat meisje. Dat ze daar nog steeds staat, schreeuwend in de storm terwijl ze als een Mary Poppins door de wind wordt opgetild en de hemel in waait.

Reacties naar pdejong@ias.edu
    • Pia de Jong