Relatie Iran op scherp na aanslag

Kritiek op Nederland Nederland wordt meegetrokken in een conflict tussen de VS en Iran na de aanslag in Ahvaz.

Iraanse vrouwen rouwen tijdens de begrafenis van degenen die omkwamen bij de aanslag dit weekend. Foto Atta Kenare/AFP

De diplomatieke verhoudingen tussen Nederland en Iran staan op scherp, na een aanslag dit weekeinde met minstens 29 doden in de stad Ahvaz, in het zuidwesten van Iran. Teheran verwijt Nederland, maar ook Denemarken en het Verenigd Koninkrijk, onderdak te bieden aan dissidenten die achter de bloedige aanval op een militaire parade zouden zitten.

Vier als militairen vermomde mannen openden zaterdag het vuur. Zij zouden behoren tot de Arabische minderheid in Iran die naar onafhankelijkheid streeft en ook leden in Nederland heeft. Volgens Teheran geeft Nederland daarmee onderdak aan terreurgroepen. Nederlandse, Deense en Britse diplomaten werden zaterdag op het matje geroepen. „We hebben de Iraanse lezing aangehoord en condoleances voor de aanslag overgebracht”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Tweede Kamerlid Sven Koopmans (VVD) vindt dat Iran te hard van stapel loopt en eist „een sterk weerwoord” van de Nederlandse regering. Hij diende zondag Kamervragen in. „Er is een aanslag gepleegd en dat is heel erg”, zegt hij. „Ik kan me voorstellen dat Iran zich in het hart geraakt voelt, maar ambassadeurs oproepen is in het diplomatieke verkeer een zeer zware maatregel. Dan moeten er wel ook bewijzen zijn.”

Lees ook: Verplaatst het conflict tussen Iran en de VS zich nu naar Nederland?

Verwarring over de daders

Over de aanslagplegers bestaat verwarring. Zaterdag werd de aanslag opgeëist door Yacoub Hor al-Tostari, die zei te spreken namens de groepering ASMLA (Arabische strijdbeweging voor de bevrijding van Ahvaz). Maar de organisatie, die gevestigd is in Delft, nam zondag in een verklaring op haar website ahwazona.net afstand van al-Tostari, die in Denemarken zou wonen, en stelde dat hij behoort tot een „verdachte, kleine groepering” die in 2015 uit de beweging is gezet. Ook terreurgroep IS eiste de aanslag op, maar Teheran acht dit onwaarschijnlijk.

Iran wees zondag ook met de vinger naar de VS. Dat zei deze zomer het Iran-atoomakkoord uit 2015 op, waarmee de Iraanse nucleaire ambities werden beteugeld in ruil voor handel met het Westen, en ligt sindsdien op ramkoers met Teheran. President Rohani wijst ook naar Amerikaanse bondgenoten als Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten of Bahrein, die vinden dat Iran te machtig is in de regio. „Het zijn de Amerikanen die hen opjutten en ze voorzien van de middelen om deze misdaden te begaan.”

Rohani deed zijn uitspraken vlak voor hij naar New York vertrok, waar deze week de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties is. Nikki Haley, de Amerikaanse VN-ambassadeur reageerde zondag laconiek. „Hij heeft een Iraans volk dat betoogt. Elke cent die naar Iran gaat, gaat naar zijn leger. Hij heeft zijn volk lang onderdrukt en moet naar zijn achterban kijken om te begrijpen waar dit vandaan komt.”

De EU hecht aan de Iran-deal, omdat het behalve extra handel ook regionale stabiliteit zou opleveren. Sinds het opzeggen ervan door de VS zit het in een lastig parket. Teheran vindt dat de EU te weinig doet om het akkoord te redden. De VS vinden juist dat de EU teveel Iraanse praktijken door de vingers ziet omwille van de deal. De Amerikanen beschuldigen Iran van „heimelijke moordoperaties” tegen in de EU woonachtige dissidenten. Ze wijzen daarbij onder meer op de moord op ASMLA-leider Ahmad Mola Nissi, die in november 2017 voor zijn huis in Den Haag werd doodgeschoten.

    • Stéphane Alonso
    • Floris van Straaten