Huub Savenije: „In de klimaatdiscussie wordt vergeten dat ecosystemen zich verduiveld snel kunnen aanpassen.”

Foto Andreas Terlaak

Regen: ‘Het meeste valt ernaast’

Huub Savenije Hoogleraar hydrologie

Bedijken en baggeren leidt tot steeds hogere dijken, vond hydroloog Huub Savenije. „Door in te grijpen maak je land kwetsbaar.”

‘Weg- en waterbouw’ stond er in 1971 op een bordje in de hal van de Technische Hogeschool Delft, tijdens de open dagen voor nieuwe studenten. „Dat vond ik lekker praktisch klinken”, zegt hoogleraar hydrologie Huub Savenije. „Heel wat anders dan al die middelbareschoolvakken waar ik net eindexamen in had gedaan. Had er ‘civiele techniek’ gestaan – zoals de studierichting nu heet – dan was ik er nooit op afgegaan. Civiele techniek, dat klinkt als een geslachtsziekte.”

Houd het simpel, wil hij maar zeggen. Niet alleen met studienamen, maar met de héle wetenschap.

We spreken elkaar een paar weken voor hij met emeritaat gaat, bij hem thuis in Den Haag – zijn werkkamer op de TU Delft (de hogeschool is inmiddels een universiteit) heeft hij leeggeruimd. In de tuin staat een tandem. Eigenlijk zou hij vanochtend met zijn vrouw Heleen een fietstocht maken, maar hij moest de voordeurbel nog repareren. Het was sowieso niet zulk lekker weer.

Niet dat hij als hydroloog bang is voor een beetje regen – de titel van zijn intreerede als hoogleraar in Delft, in 2005, was niet voor niets ‘Het meeste valt ernaast’. „Dat zei mijn vader altijd tegen mijn moeder, als we op vakantie gingen. Hij had uiteraard gelijk, op hydrologische schaal gezien. Maar mijn moeder had ook gelijk dat ze vreesde voor een verregende vakantie, want een van mijn promovenda’s heeft aangetoond dat de kans op nog een regendag na een regendag aanzienlijk groter is dan de kans op een zonnige dag. Dat is de Markov-eigenschap van regen.”

Over simpele namen gesproken...

„Markov was een Russische wiskundige, en de Markov-eigenschap houdt in dat de toekomst van een systeem afhangt van de huidige toestand. Veel patronen in de hydrologie, en ook in de meteorologie, zijn te berekenen met wiskundige formules. Niet alleen met Markov-ketens, maar denk bijvoorbeeld ook aan de e-macht, de exponentiële functie. Die zie je vrijwel overal in de natuur terug. Ratten en konijnen planten zich exponentieel voort, bacteriegroei gaat exponentieel, en het verhang van een rivier – het hoogteverschil gedeeld door de lengte – neemt juist exponentieel af naarmate hij dichter bij zee komt. Als kind leerde ik op school dat stenen naarmate ze dichter bij de riviermonding komen steeds kleiner worden doordat ze slijten. Maar eigenlijk is het een kwestie van uitsorteren: in het begin heeft de rivier nog veel energie, dan gooit-ie grof materiaal op de oever, en naarmate hij dichter bij zee komt wordt het steeds fijner. Een natuurlijke zeef. Dat vind ik mooi, die eenvoud.

De natuur streeft naar efficiëntie?

„Precies. Ik heb bijvoorbeeld veel onderzoek gedaan aan estuaria – trechtervormige mondingen van een rivier, waar zoet water zich mengt met zout zeewater. En de opmerkelijke ontdekking die ik daarbij deed is dat de diepte langs een estuarium niet toe- of afneemt. Je zou denken: het wordt dieper naar zee toe, of juist ondieper, maar niet dus – de bodem is horizontaal. En dat komt doordat ook de getijde-energie gelijk verdeeld is. Bovendien is de maximale snelheid waarmee het water naar buiten stroomt, tijdens springtij, ongeveer 1 meter per seconde. Overal ter wereld. In elk estuarium. Omdat de energie overal gelijk verdeeld is, is de bodem ook overal gelijk. Maar waarom is het nou precies 1 meter per seconde? Waarom niet 2, of 3, of 3,5? Omdat het genoeg is om het sediment dat vanuit de rivier in het estuarium terecht komt in suspensie te houden – om ervoor te zorgen dat het uiteindelijk in zee terecht komt, en niet op de bodem van het estuarium. Dat zou anders dichtslibben. Ook hier geldt: de natuur streeft naar efficiëntie.”

Hoe efficiënt gaan we in Nederland om met zeespiegelstijging?

„Door te beginnen met bedijking hebben we al lang geleden een pad ingeslagen waarop geen weg terug is. Bij ons zullen de dijken alleen maar hoger en sterker moeten worden. Maar dat wil niet zeggen dat bedijking overal de ideale optie is. In Bangladesh bijvoorbeeld blijft de delta groeien – als de zeespiegel stijgt, dan groeit het land mee. Tenzij je gaat bedijken. Door in te grijpen maak je het land soms juist kwetsbaarder. Iets vergelijkbaars zie je bij de Schelde. Die hebben ze uitgebaggerd tot twee, drie keer de diepte van de oorspronkelijke rivier, voor de scheepvaart. Maar daardoor is ook het getijverschil twee tot drie keer zo groot als normaal, en in de afgelopen veertig jaar hebben de Belgen hun dijken enorm moeten verhogen. Door het uitbaggeren van de Westerschelde hebben de Belgen een veel groter overstromingsgevaar.

„Ook in Nederland zou het verstandig zijn om bepaalde delen weer onder water te laten lopen. Dat is bijvoorbeeld gedaan op Texel, met de Slufter. Daardoor kan het land weer meegroeien met de zee. Maar dat werkt niet overal. Langs de westkust is de kustlijn al te sterk aan het terugschrijden, er is te weinig sedimentaanvoer vanuit de rivieren. Dus doen we aan zandsuppletie. Dat is onze truc.”

Het meeste valt ernaast – met het oog op de droogte van deze zomer krijgt die uitspraak een andere lading. Wat als het meeste ernaast blijft vallen?

„Het was natuurlijk een klein beetje een hype hier in Nederland, de droogte. Laten we duidelijk zijn: onze drinkwatervoorziening is nooit in gevaar geweest. Dat drinkwaterbedrijven ons probeerden aan te sporen om niet te veel te douchen en de tuin te sproeien, was omdat ze bang waren dat door de toegenomen vraag de waterdruk zou zakken. Het was een operationeel punt. We hoefden niet bang te zijn dat er geen water meer uit de kraan zou komen.

„De scheepvaart is een ander verhaal. Als de rivieren te laag komen te staan, kunnen we er weinig aan doen, behalve met minder beladen schepen varen en een en ander oplossen met stuwen.

„En daarnaast had je natuurlijk ook de droogte bij de boeren. Die zouden moeten weten dat ze eens in de zoveel jaar een mislukte oogst zullen hebben, zeker met jaarlijkse gewassen. Natuurlijk is het pech, maar dat risico hoort erbij. Net als de verzilting die optreedt in de riviermondingen.”

En de ecosystemen dan?

„Die zullen zich aanpassen. Mijn grootste kritiek op instituties die zich bezighouden met berekenen van effecten van klimaatverandering is dat ze bij hun scenario’s geen rekening houden met het aanpassingsvermogen van ecosystemen. Die kunnen zich verduiveld snel aanpassen.”

Noot: de afscheidsrede van Huub Savenije. ‘Is alles ernaast gevallen?’, vindt plaats op 28 september 2018 om 15:00 uur. Locatie: Aula, TU Delft.
    • Gemma Venhuizen