Opinie

    • Frits Abrahams

Pechtold en zijn vijanden

‘Een onwaardige man.” Zo noemde Thierry Baudet vorige week Alexander Pechtold in een interview. Hij zei het vlug, bijna terloops, alsof hij iets vaststelde wat we allemaal wel wisten, of in ieder geval behoorden te weten. Zoals je bij het noemen van de naam Willem Holleeder automatisch zegt: „Een zware crimineel.”

Baudet had bij deze Algemene Beschouwingen iets met het begrip ‘waardigheid’. Niet alleen was Pechtold in zijn ogen onwaardig, eigenlijk was het hele parlement dat. Meedoen aan het debat daar was „beneden zijn waardigheid”. Daarom bracht hij het niet verder, telde Trouw, dan één interruptie in twee dagen. En wat deed Pechtold? Die vroeg Baudet of hij het dus ‘een nepparlement’ vond. Ai, toen moest Baudet uitkijken. Nepparlement – dat was immers een vondst van Geert Wilders, drie jaar geleden alweer.

Dus begon Baudet te doen wat alle parlementariërs volgens hem de hele dag doen: om de hete brij heen draaien. Pechtold wist dat hij beet had en hield zijn prooi stevig tussen zijn kaken geklemd, terwijl hij bleef vragen: „Vindt u het een nepparlement?”

Baudet zuchtte en zweette, maar moest tot driemaal toe het antwoord schuldig blijven. Dat zal hard aangekomen zijn, want het is nooit leuk om van onwaardige mannen te verliezen – het zou kunnen betekenen dat je zelf inhoudelijk niet zoveel waard bent, misschien wel op het waardeloze af.

Waarom uitte Baudet zich zo beledigend over Pechtold? Omdat hij niet wilde achterblijven bij Wilders, die met een vals lachje had gezegd dat Pechtold „in Meppel en andere plaatsen nog wel meer te doen heeft dan wetgevend werk”. Baudet zal het een waardig grapje hebben gevonden – jammer alleen dat niet hij, maar zijn grote concurrent het had bedacht.

Baudet en Wilders hadden nog een andere reden om zo tegen Pechtold tekeer te gaan: ze voelden dat de onderbuik van Nederland niets liever wilde horen. Pechtold is daar niet geliefd omdat hij sinds jaar en dag Wilders in het parlement, en als het moest ook daarbuiten, heeft aangepakt. Hij is degene geweest die daarin het voortouw nam, vaak samen met Femke Halsema van GroenLinks. Terwijl andere partijen, met name de PvdA en SP, terugdeinsden, liet Pechtold niet af.

Hij voerde de strijd met al zijn kwaliteiten: welsprekendheid, scherpzinnigheid, kennis van zaken. Het maakte hem tot een van de beste parlementariërs van de laatste decennia – vergeleken met hem is Baudet precies wat hij met allerlei parmantigheidjes wil verdoezelen: een stuntelende beginneling.

Intussen vrat populistisch-rechts Nederland zich op: die verrekte Pechtold, daar had je hem weer, daar stond hij weer hun held uit Venlo tegen te spreken. Ik heb nooit op Pechtold gestemd, daarvoor zie ik niet voldoende in zijn partij, maar ik heb hem wel altijd met veel genoegen gevolgd.

Tegen die achtergrond moet het Grote Leedvermaak op de sociale media en in de rechtse pers worden gezien nu Pechtold in opspraak is gekomen door onhandig, maar verder irrelevant gedoe met een hem geschonken appartementje en door gebeurtenissen in zijn privéleven waar we geen bal mee te maken hebben.

Eindelijk! Dachten zijn vijanden. Tegen de politicus Pechtold stonden ze machteloos, maar de mens Pechtold bleek kwetsbaar – als iedereen.

    • Frits Abrahams