Meer vaders thuis, dicht dat de loonkloof?

Ouderschapsverlof In Zweden doen ze het al langer: partners van nieuwe moeders lang(er) vrij geven. Goed voor de verdeling van taken thuis, goed voor beider carrières. Maar dicht het ook de loonkloof tussen mannen en vrouwen ?

‘Ga gerust met ouderschapsverlof, dan kun je doorgaan met promoveren als je weer terug bent’, werd adjunct hoogleraar wiskundedidactiek Jorryt van Bommel (44) verteld, toen ze hoogzwanger een aanstelling aan de Zweedse Universiteit van Karlstad kreeg. Haar Nederlandse familie en vrienden waren verbaasd. Waarom zou je zo’n promotieplek aan een aanstaande moeder geven, die ook nog eens metéén met zwangerschapsverlof gaat?

„Hier wordt verwacht dat de vader ook thuisblijft na de geboorte van een kind”, zegt Van Bommel, die inmiddels achttien jaar in Zweden woont. Tijdens haar promotieonderzoek kreeg ze uiteindelijk twee zoons, en beide keren gingen zowel Van Bommel, als haar man tussen de zes en tien maanden met verlof.

Nederlandse vrouwen onder de 45 jaar zijn hoger opgeleid dan mannen, maar verdienen nog altijd minder. Zelfs als ze net zou oud zijn als een mannelijke collega, hetzelfde opleidingsniveau hebben, in dezelfde sector in een vergelijkbare functie werken, en hetzelfde aantal uren maken. De ‘onverklaarbare loonkloof’ – het beloningsverschil dat overblijft wanneer je de loonkloof voor zulke kenmerken corrigeert – is in het Nederlandse bedrijfsleven 7 procent, en bij de overheid 5 procent, blijkt uit de meest recente analyse van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

Hoe kan dat? Zowel de Europese Commissie als het CBS zeggen dat dit waarschijnlijk met discriminatie op de arbeidsmarkt te maken heeft. Een mogelijke oplossing daarvoor is een langer vader- en partnerschapsverlof, denkt de Europese Commissie. „[Vaderschapsverlof] is erop gericht [...] gelijkheid tussen vrouwen en mannen te stimuleren”, is te lezen in de tekst van een nieuwe EU-richtlijn. En meer gelijkheid zorgt voor een gedeelde verantwoordelijkheid, ook in de ogen van werkgevers.

In Nederland ligt er sinds juni dit jaar een wetsvoorstel. Daarin krijgen partners van nieuwe moeders vanaf 2019 een hele week doorbetaald verlof. Het jaar daarna gaat de Wet Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) nog verder: partners krijgen nóg eens vijf weken verlof, met 70 procent van het loon, uitbetaald door uitkeringsinstantie UWV. Ook in het Nederlandse wetsvoorstel wees minister Wouter Koolmees (SZW, D66) nadrukkelijk op de carrière van de vrouw: „Je doet het [de taken in het huishouden, red.] dan echt samen, de moeder kan ook aan haar carrière blijven werken”, schreef hij vorig jaar in een bericht over de WIEG.

Gendergelijk verlof

Maar de vraag blijft dan: zorgt een langer partnerschapsverlof er inderdaad voor dat de loonkloof kleiner wordt?

Hierbij is het interessant naar Zweden te kijken. Zweden was het eerste land dat in de jaren zeventig een ‘gendergelijk’ ouderschapsverlof invoerde. Twee ouders hebben op dit moment samen recht op in totaal 16 maanden (grotendeels) doorbetaald verlof – in de laatste drie maanden krijgen ouders slechts een kleine vergoeding. Nederlandse vrouwen krijgen nu zestien weken doorbetaald verlof en hun partners twee dagen.

In Nederland was de combinatie van promoveren en kinderen krijgen moeilijker geweest, denkt Van Bommel. „Een paar weken vóórdat ik van mijn eerste zoon beviel, mocht ik aan mijn promotieonderzoek beginnen. Terwijl mijn werkgever natuurlijk gewoon zag dat ik hoogzwanger was.”

De mentaliteit van haar werkgever heeft volgens Van Bommel te maken heeft met het Zweedse ouderschapsverlof: „Als vrouw hoef ik niet langer thuis te blijven dan een man. Bovendien is het verlof in Nederland korter, en een kind van twee maanden naar de opvang brengen is een grote stap. Ik denk dat veel vrouwen daarom uit de arbeidsmarkt stappen of minder gaan werken, terwijl je hier in Zweden én langer kunt wegblijven én je baan kunt behouden.”

Het Zweedse ouderschapsverlof werd ingevoerd om meer vrouwen aan het werk te krijgen. Hoe meer werkende mensen, hoe meer belasting er binnenkomt, hoe hoger het bruto binnenlands product, was destijds het argument. Voor de salarisontwikkeling van de moeders is het bovendien beter als de partner ongeveer net zo lang thuis blijft, bleek na de invoering.

Toch is het moeilijk te bewijzen of het ouderschapsverlof hier ook echt de oorzaak van is. Waarschijnlijker is dat vrouwen die carrière willen maken eerder kiezen voor een man die zijn recht op ouderschapsverlof zegt te willen gebruiken, meent Erica Lindahl, universitair hoofddocent aan het IFAU, een instituut van de universiteit van Uppsala dat onderzoek doet naar arbeidsmarktbeleid. Daarbij betekent het bestaan van een partnerschapsverlof niet automatisch dat álle partners thuis blijven. Zweedse vaders gebruiken bijvoorbeeld slechts 28 procent van de verlofdagen, ondanks dat het stelsel helemaal gelijk is.

Scandinavische landen hebben het imago van emancipatieparadijs. Is dat terecht?

De loonkloof werd in al die jaren ouderschapsverlof dan ook nooit helemaal opgelost. Ook in Zweden bestaat er nog altijd een onverklaarbaar verschil tussen het inkomen van mannen en vrouwen van 4, 3 procent, blijkt uit cijfers van het Zweedse statistiekbureau Medlingsinstitutet. Zelfs in het land dat als eerste een gendergelijk ouderschapsverlof invoerde is het dus lastig om aan te tonen wat voor direct effect dat heeft gehad op de salarisontwikkeling voor vrouwen.

Het Zweedse ouderschapsverlof heeft vooral een symbolische waarde, zegt Lindahl. „In Stockholm zie je veel vaders in koffiezaakjes met hun baby’s”, zegt Lindahl. En dat is volgens haar goed voor de beeldvorming.

Beter onderhandelen

Gaan zes weken partnerschapsverlof in Nederland dan wel leiden tot meer gelijke lonen en meer economische zelfstandigheid voor vrouwen?

Waarschijnlijk niet, als je kijkt naar de effecten in andere landen, zegt hoogleraar Lindahl. „Een grote groep vrouwen in Nederland kan het zich veroorloven om minder te gaan werken of helemaal te stoppen, en zal waarschijnlijk niet eerder terugkeren als vaders zes weken vrij krijgen. Maar ook als ze dat wel deden, zou dat geen effect hebben op de loonkloof.”

In plaats van partnerverlof is iets heel anders volgens haar bepalend voor het beloningsverschil: „Het langdurige deeltijdwerken onder vrouwen is de grootste reden voor de loonkloof bij gelijk werk, zelfs bij een gelijk aantal werkuren.”

Dus wat is er dan nodig om die loonkloof in Nederland te dichten? Vrouwen moeten beter leren onderhandelen, vindt werkgeversorganisatie VNO-NCW. Het Nederlandse anderhalfverdienersmodel is een „cultuurfenomeen” dat ertoe heeft geleid dat vrouwen tevreden zijn met een deeltijdbaan en een lager salaris, zegt Alfred van Delft, secretaris sociale zaken bij VNO-NCW. „Vrouwen hebben nu andere prioriteiten dan mannen: in een salarisonderhandeling zijn ze vaak al lang tevreden wanneer ze flexibiliteit krijgen”, zegt van Delft. „Terwijl bij mannen de focus wél op het salaris ligt.”

Van Delft staat dan ook kritisch tegenover de iets hogere premies die bedrijven moeten betalen voor het langere partnerschapsverlof. Om de loonkloof te verkleinen pleit hij liever voor betere voorzieningen voor kinderopvang.

Ook volgens onderzoeker Lindahl heeft betere opvang het grootste effect op de loonkloof: „Goed werkende, betaalbare kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang zijn cruciaal voor het verhogen van de arbeidsproductiviteit van vrouwen, en dus voor het dichten van de loonkloof. Dan maakt het niet uit of je daarnaast nog een aantal weken of maanden partnerschapsverlof hebt.”

Zweedse vrouwen hebben momenteel de hoogste arbeidsparticipatie van de Europese Unie: 80 procent in 2017. Dát leidt tot hogere bruto inkomens voor vrouwen: wie meer werkt, verdient meer geld. Het zorgt er bovendien voor dat mannen thuis meer verantwoordelijkheid nemen.

Het Nederlandse wetsvoorstel voor langer partnerschapsverlof wordt op dit moment behandeld. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verwacht dat de Eerste Kamer nog dit jaar een besluit neemt.

    • Charlotte Boström