Opinie

    • Menno Tamminga

Liberalisering raakt uit, leve ouderwetse regels

Op de winkel passen – dat is wel het laatste wat een moderne politicus wil doen. Politiek is hervormen. Nederland klaarmaken voor de toekomst, welke toekomst dan ook. Het kabinet-De Jong (1967-1971) moet de laatste regering zijn geweest waar dat gebrek aan hervormingsdrift aan kleefde. Ministers pasten nog op de winkel. Voor wie wat overeenkomsten zoekt: ook toen een vierpartijenkabinet. Ook toen kookte de economie. Werkgevers wierven ook toen volop arbeidsmigranten. Ook toen zat een Grapperhaus in het kabinet, zij het als staatssecretaris.

In 1971 zette De Jongs partij, de KVP, hem aan de dijk. De roaring sixties eisten dynamiek. Maakbaarheid, hervormingen. Linkse (Den Uyl), rechtse (Lubbers), wisselende (Balkenende) en liberale (‘paars’, Rutte).

Maar bij het kabinet-Rutte III wil het hervormen niet vlotten. Daarvoor zijn twee redenen. Allereerst blijkt niet iedereen hervormd te willen worden. En, twee: de etiketten in de kabinetswinkel deugen niet. Wat wordt verkocht als een hervorming, blijkt in de praktijk een streep door een eerdere liberalisering die óók al een hervorming was.

Lees ook deze eerdere column: De post is een markt... maar hoe lang nog?

De weerstand tegen een hervorming zag je bij het schrappen van de loonsverlaging van arbeidsgehandicapten. Die verlaging was weer een beleidsreactie op een eerdere hervorming om sociale werkplaatsen te sluiten voor nieuwkomers. Die hervorming werkt niet.

Dé strijd om hervormingen zie je bij de pensioenen. Die zijn al acht jaar inzet van onderhandelingen tussen politici, werkgevers en vakbonden. Een pensioenakkoord zou nabij zijn. Verrassend. Er is zoveel oud zeer. De hervorming, lees: verhoging, van de AOW-leeftijd uit 2012, is de rode lap voor de FNV-stier. De tijd van grote sociale akkoorden lijkt me juist ook voorbij. Gezien de politieke kleur van het kabinet hebben de bonden weinig te winnen.

Het is goed dat er iets te kiezen valt, maar 51.000 collectieve zorgpakketten is te veel

Dan die etiketten. Het kabinet-Rutte III is met de VVD en D66 op het oog wel liberaal. Maar wat blijkt? Decennia liberaliseringspolitiek zijn vastgelopen. En dan is het recept ouderwets: overheidsregelgeving.

Dat zie je op de arbeidsmarkt, waar minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) de ruim 1 miljoen zelfstandige ondernemers zonder personeel denkt te ordenen op basis van de hoogte van tarieven. De laagst betaalden moeten meer zekerheid krijgen met een tariefsminimum. Er zijn kennelijk nog wat Europese hobbels, maar extra regels zijn in zicht.

Je ziet het ook bij de zorgverzekeringen, een hervorming uit 2006 waar VVD’ers (Hoogervorst, De Grave, Schippers) hun stempel op hebben gedrukt. Het kabinet wil nu de vrijheid van de zorgverzekeraars beknotten om collectieve verzekeringen met korting aan te bieden. „Zorgverzekeraars zijn opgeroepen om zich te committeren aan een kleiner en meer onderscheidend polisaanbod”, schrijft minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) in de begroting 2019. Het is goed dat er iets te kiezen valt, maar 51.000 verschillende collectieve zorgpakketten is te veel, zei hij eerder. Daar moet het mes in.

Je ziet de anti-hervormingsgolf het duidelijkst op de postmarkt. De combinatie van liberalisering en genadeloze krimp van brievenpost zorgt voor een politieke terugtocht. Er is bijna unanimiteit voor één postbedrijf. Alleen de bedrijven die bulkpost versturen en profiteerden van de tarievenslag tussen PostNL en Sandd sputteren.

Aan het kabinet-Rutte III kleeft vanwege de afschaffing van de dividendbelasting het imago van hoofdkantorenfluisteraars en aandeelhouderskameraden. Maar er is ook een andere hoofdlijn: liberalisering terugdraaien.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga