Opinie

    • Appy Sluijs

Klimaatverandering in het verleden en de garantie voor de toekomst

Paleoklimaatonderzoek Twee miljoen euro heeft Appy Sluijs ontvangen om de komende vijf jaar meer duidelijkheid te krijgen over een van de grote onzekerheden in de klimaatwetenschap: hoe gevoelig was het klimaat in het verleden voor veranderingen in de CO2-concentratie in de atmosfeer? Volg hier zijn zoektocht.

Smeltwater op een gletsjer in Groenland Foto Reuters

Het is dinsdag 10 oktober 2017, iets voor half twaalf. Ik probeer te genieten van het uitzicht over Brussel-Noord vanaf de 23ste verdieping van het Covent Garden-gebouw. Dat is sowieso niet erg makkelijk maar de spanning maakt het nu onmogelijk. De adrenaline giert door de aderen bij mij en ook bij de andere vier mensen die in dezelfde kamer wachten totdat ze worden opgeroepen. Er worden wat flauwe grappen gemaakt om de sfeer wat te verlichten.

“Eppie Schlous?”, klinkt het in de deuropening. Ik draai mij om, pak mijn tas en loop achter de persoon aan die mij riep. Geen idee meer hoe die eruit zag maar hij of zij bracht me door een gang naar een kantoor, opende de deur en leidde me naar binnen. Zo’n 15 personen zaten in een wat benauwde, krappe ruimte met hetzelfde uitzicht over Brussel noord, om een U-vormige tafel. “Je zal maar écht hoogtevrees hebben”, dacht ik nog terwijl ik naar de mij aangewezen plek aan de opening van de U voor een klein spreekgestoelte liep. Een van de personen zei: “Good afternoon Dr. Schlous, I’m the chair of this committee. You will have 5 minutes for your presentation and then we will ask you questions for about 20. Go ahead.”

SPANC

Iets meer dan 8 maanden daarvoor had ik mijn onderzoeksvoorstel, met de naar mijn mening lollige afkorting SPANC, ingestuurd naar de ‘European Research Council’ (ERC). Daar was ik in de zomer van 2016 mee begonnen. Volgens de eigen website bevordert de ERC onderzoek van topkwaliteit in Europa door middel van concurrerende financiering. Hiervoor worden geschreven onderzoeksvoorstellen beoordeeld op basis van de wetenschappelijke excellentie van kandidaat en het voorgestelde onderzoek.

Dit maakt door onderzoekers aangestuurd grensverleggend onderzoek mogelijk op alle wetenschapsgebieden. Zo’n 10 tot 15% van de voorstellen die in dit soort rondes wordt ingediend, wordt gehonoreerd dus het is bijzonder competitief. In juni hoorde ik dat ik door de eerste selectieronde was: de commissie nodigde mij uit om mijn voorstel te komen verdedigen in Brussel.

De beurs die ik wil hebben is 2 miljoen euro. Dus elke minuut van de vijf die mijn presentatie lang is, is 400.000 euro waard. Dat gebeurt een wetenschapper niet vaak. Ik heb hem heel erg goed voorbereid met behulp van eindeloze input van collega’s en extern ingehuurde pitch-experts in oefensessies. Het voorstel is door de commissie uitgestuurd naar zes internationale experts, die het op kwaliteit hebben beoordeeld en punten van kritiek hebben geformuleerd. Maar die heb ik nog niet mogen lezen.

Het kan je dus echt lastig worden gemaakt, met name over onderdelen van het onderzoek waarbij het risico van mislukken aanzienlijk is, wat juist ook de meest interessante onderdelen zijn. Maar geen van de vragen die de commissie na mijn presentatie stelt, verrast me, en ik heb dus overal een antwoord op voorbereid. En dan is het opeens voorbij, word ik vriendelijk bedankt en naar buiten gebonjourd. Met een goed gevoel van ‘ik kan mijzelf in ieder geval niets verwijten’ loop ik terug de gang in.

Gaat vijf jaar duren

Eind november 2017, eerder dan verwacht, meldde de ERC me dat ik de beurs krijg. En deze maand is mijn SPANC-project begonnen. Het gaat vijf jaar duren. SPANC is een afkorting van “Evolution and Variability of Climate Sensitivity and Polar Amplification during CeNozoic Warm Climates”, oftewel de Evolutie en Variabiliteit van Klimaatgevoeligheid en Polaire Versterking ten tijde van Warme Klimaten tijdens het Cenozoicum.

Tsja, het Nederlands maakt waarschijnlijk niet veel duidelijker waar dit over gaat. Kort gezegd wil ik uitzoeken hoe gevoelig het klimaat in het verleden was voor veranderingen in de CO2-concentratie in de atmosfeer. En ten tijde van die klimaatveranderingen wil ik weten in hoeverre de poolgebieden sterker opwarmden of afkoelden dan de rest van de wereld.

Waarom? We weten toch dat klimaatverandering plaatsvindt door het toenemende CO2-gehalte van de atmosfeer? En we weten toch ook dat de polen sterker opwarmen dan de rest van de wereld? Klopt! Maar de vraag is, weten we het goed genoeg? Volgens het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) – het panel van de Verenigde Naties waarin wetenschappers elke zes jaar de literatuur op het gebied van klimaatverandering samenvatten en nieuwe projecties van klimaatverandering voor de toekomst presenteren – warmt het klimaat op aarde bij een verdubbeling van de CO2-concentratie op termijn op met tussen de 1,5 en 4,5 °C; dat is klimaatgevoeligheid. En de polen warmen 2 tot 3 keer meer op dan het mondiaal gemiddelde; dat is polaire versterking. Dit lijken flinke onzekerheden en ik kan u vertellen, dat zijn het ook.

We weten dat klimaatverandering plaatsvindt. Maar de vraag is, weten we genoeg?

Als klimaatgevoeligheid 1,5 °C is en polaire versterking 2, dan blijft de Groenlandse ijskap wellicht gewoon bestaan, terwijl hij bij het andere uiterste op termijn voor het grootste gedeelte zal afsmelten. Mondiaal gemiddeld zou dat laatste 6 meter aan zeespiegelstijging betekenen. Er is dus nog wel wat te winnen voor de klimaatwetenschappen en het enige wat we kunnen doen om deze situatie te verbeteren, is slim onderzoek.

Ik wil weten hoe groot klimaatgevoeligheid en polaire versterking waren in het verleden. Daarvoor stel ik een SPANC-team van onderzoekers samen. Twee promovendi, een postdoc, een technicus om de nieuwe instrumenten draaiende te houden en een analist die veel data gaat genereren. En er zijn nu al masterstudenten aan de slag. Samen gaan we het klimaat van het verleden reconstrueren.

Klimaatveranderingen in het verleden waren nooit precies analoog aan die van nu maar de beoordelingscommissie en ik zijn er van overtuigd dat deze kennis ons uiteindelijk gaat helpen betere toekomstprojecties te maken. Zolang het niet over geld gaat, bieden resultaten uit het verleden soms namelijk wél garantie voor de toekomst.

Op dit blog zal ik regelmatig rapporteren over SPANC. Over hoe we tot ideeën komen, hoe we het onderzoek doen, wat we vinden, hoe dat leidt tot concrete publicaties en hoe de resultaten vervolgens ook de wereld buiten de universiteit bereiken en beïnvloeden. Ik hoop dat u ons enthousiasme zult proeven maar ook onze teleurstellingen wilt delen als er iets mis gaat.

Ik ben dan ook benieuwd naar uw vragen en verzoeken over ons project. Wat zou u graag willen weten over het Eoceen en het Mioceen, de periodes die we gaan onderzoeken? Of wilt u details over methodes die we toepassen? Ziet u mogelijkheden die wij over het hoofd zien? Constructieve reacties zal ik hier, of persoonlijk, proberen te beantwoorden.

Lees meer op: nrc.nl/klimaat

Correctie (27 september 2018): In een eerdere versie van dit stuk werd de polaire versterking aangeduid met 2 °C. Dat klopt niet. Het gaat zoals daarboven uitgelegd over een factor en niet hoeveelheid graden. Hierboven is dat aangepast.

Appy Sluijs
Blogger

Appy Sluijs

Appy Sluijs is hoogleraar paleo-oceanografie bij het departement Aardwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Hij onderzoekt veranderingen in het klimaat, de koolstofcyclus en de mariene biologie in het geologische verleden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Appy Sluijs