Opinie

    • Arjen Fortuin

In Japan als Grote Vriendelijke Reus

Zap Paulien Cornelisse reist voor de VPRO door Japan. Ze heeft een voorliefde voor onthechting, voor iedereen die net niet representatief is. Dat maakt haar serie prettig anders, en ook persoonlijker.

Paulien Cornelisse in Japan. Foto VPRO

‘Ik voel mij zeer op mijn gemak tussen de Japanners”, zei Paulien Cornelisse zondag in de tweede aflevering van haar reisserie Tokidoki, „maar dat gevoel is niet wederzijds.” De Japanners vinden de Nederlandse cabaretière „groot en raar”. Ze praat ook te direct, zegt ze. Inderdaad lijkt Cornelisse tussen de Japanners te bewegen als een Grote Vriendelijke Reus.

Dat viel in de tweede aflevering extra op omdat ze zich vooral in vrouwelijk gezelschap bevond – in een poging te ontdekken hoe het leven van de vrouw in Japan is.

In de afleveringen van het door Jelle Brandt Corstius geregisseerde Tokidoki (dat ‘soms’ betekent) vormt steeds een Japans woord de leidraad. Zondag was dat ‘otenba’, wat staat voor opstandigheid en eigengereidheid bij meisjes; heel misschien stamt het af van het Nederlandse ‘ontembaar’.

Een prachtwoord, maar al snel blijkt dat de meeste Japanse vrouwen een zeer getemd bestaan leiden. Zo kijken we mee in de keuken van een vrouw die elke ochtend om vier uur opstaat om gerechten te bereiden voor de lunchbox van haar echtgenoot. De liefde van een man gaat immers door de maag. Na enig aandringen zegt ze dat ze best vaker een bedankje voor al dat gekook zou willen.

Er zijn ook vrouwen bij wie dat onbehagen zich uit in het verlangen om zich aan de oude rollenpatronen te ontworstelen. Cornelisse bezoekt een vrouwengroep waar de deelneemsters een klein tafeltje met plastic fruit omver gooien onder het uitroepen van teksten als: „Luister ook eens naar wat een vrouw te zeggen heeft!” Later gaat het over seks en blijken de vrouwen daar best open over te willen praten met hun buitenlandse bezoekster. Cornelisse krijgt de lachers op haar hand door ernstig te verklaren dat vibrators in Nederland heel gewoon zijn.

Een van de vrouwen blijkt een pornokijkgroepje te hebben – het gaat om een zeer merkwaardige variant waarin penissen zijn getransformeerd tot tweekoppige slangen en de vrouw tijdens de daad ineens een wapen kan trekken om daar plotseling opduikende boeven mee om te leggen. „Vinden jullie dit opwindend?”, wil Cornelisse weten. De vrouwen moeten er vooral om lachen.

Lees ook: Paulien Cornelisse laat Japan zien. maar niet ‘dat gekke Japan

Op straat heeft ze vaak een boekje bij zich, waarin ze schetsen maakt of karakters tekent – dat de auteur van Taal is zeg maar echt mijn ding ook via de woorden de Japanner wil leren kennen, is geen verrassing. Ook heeft ze een scherp oog voor details in de openbare ruimte, zoals het bord waarop staat dat bepaalde metrocoupés tussen 7.57 en 9.36 uur gereserveerd zijn voor vrouwen. „Tussen die tijdstippen zijn mannen het vervelendst.”

Veel meer dan de andere mensen die de VPRO graag op ontdekkingstocht stuurt (Ruben Terlou, Stef Biemans, Jan Leyers) heeft Cornelisse een voorliefde voor onthechting. Dat maakt haar serie prettig anders – en ook persoonlijker.

Ze is geïnteresseerd in mensen die net niet representatief zijn voor het grote geheel. Dus zit ze in een zeer klein zaaltje bij een van de weinige vrouwelijke cabaretiers in het land. Ze leert er iedereen toitoitoi zeggen, maar is ook kritisch over de inhoud van de voorstelling.

Ook vast niet representatief waren de mosliefhebbers die in de eerste aflevering schitterden. Zij zoeken op de randen van putdelsels naar stukjes mos, die ze met een plantenspuit een beetje bijwateren. Een mannelijke mosfan roept in groot enthousiasme: „Zilvermos! Dat is het allerbeste.” Door Tokidoki leer je anders naar Japanners kijken, maar zal ook mos nooit meer gewoon mossig zijn.

    • Arjen Fortuin