Bestormers van de tempel wachten niet op de Messias

Jeruzalem

Een snel groeiend aantal joden bezoekt het deel van de omstreden Tempelberg dat aan moslims is voorbehouden. „Ze willen ons weg hebben”, zegt een islamitische bezoekster.

Een jong Palestijns meisje en haar ballon bij de Al-Aqsamoskee. Foto Ahmad Gharabli/AFP

Een joodse bruidegom danst met zijn vrienden een vrolijke kringdans, de armen op elkaars schouders. Bij de Klaagmuur in Jeruzalem zie je dit soort taferelen de hele dag door. Er wordt muziek gemaakt en gedanst ter gelegenheid van bruiloften, bar mitzva’s, of gewoon schoolreisjes. Het bijzondere aan deze groep is dat ze niet – zoals massa’s Israëliërs en toeristen – door het detectiepoortje naar de Klaagmuur zijn gegaan, maar de smalle ingang ernaast hebben gekozen waarachter een houten brug naar de Al-Aqsamoskee leidt.

Bruidegom Daniel Yehuda (27) en zijn vrienden zijn op weg naar de Tempelberg, voor zowel joden als moslims een van de heiligste plekken op aarde en daarmee een van de explosiefste. In deze maand vol joodse feestdagen is het er weer onrustig; er komen meer joodse bezoekers en de kans op confrontaties neemt toe. Afgelopen week werden vijf Palestijnen aangehouden bij botsingen met joodse bezoekers, en tien wegens vermeende betrokkenheid bij eerdere rellen; in aanloop naar het Loofhuttenfeest deze week kregen drie moskeemedewerkers en een partijfunctionaris een gebiedsverbod opgelegd.

Toen Israël in 1967 het oostelijke gedeelte van de stad veroverde op Jordanië, dat het vanaf de oorlog tussen Israël en de buurlanden in 1948 in handen had, werd afgesproken dat Jordanië de Tempelberg zou blijven beheren. Niet-moslims hebben beperkte toegang.

Israëlische grenswachten weigeren mensen toegang tot de Al-Aqsamoskee Foto Ahmad Gharabli/AFP

Een kleine, maar groeiende groep joodse activisten neemt er geen genoegen mee. „Ze noemen me extremist, maar deze plek is van ons”, aldus Michael Miller (28), die vandaag zijn vriend Yehuda en diens gezelschap rondleidt. Boven de ingang waar zij net door zijn gelopen, hangt een bordje: ‘Waarschuwing: volgens de Torah-wet is het betreden van het Tempelberg-terrein streng verboden wegens de heiligheid van de plek’. Was getekend: het Opperrabinaat van Israël. Veruit de meeste gelovige joden accepteren dat ze niet onbeperkt de Tempelberg op mogen. Sterker nog, ze wíllen voorlopig niet eens naar de Tempelberg, omdat daar het heiligste der heiligen ligt. Een orthodox echtpaar kijkt vanachter het hek. „We mogen pas de Tempelberg betreden als we puur zijn”, leggen Itschak en Khana Ovadia uit. „Dat is niemand op dit moment, dat is pas als de Messias komt.” Tot die tijd treuren ze om het verlies van de tempel bij de Klaagmuur, het overblijfsel van de oude westelijke steunmuur onder aan de verwoeste tempel.

Ze noemen me extremist, maar deze plek is van ons

Michael Miller, gids-activist

Achtste eeuw

Maar er is een groep die daar anders over denkt. Volgens hen moeten joden juist zo veel mogelijk komen op de plek waar zo’n drieduizend jaar geleden de eerste en de tweede tempel stonden, en waar sinds de 8ste eeuw de Al-Aqsa Moskee staat. Rabbijn Berel Scharf komt elke week uit het noorden van Israël naar de Tempelberg. Waarom? „Omdit dat moet van de Bijbel.” Toen hij in 1973 als tiener voor het eerst op de berg kwam, was hij zwaar teleurgesteld. „Zo desolaat, er was niks over van het joodse leven.” Terug op school vertelden de rabbijnen dat hij gestraft zou worden voor het betreden van de heiligste plaats. Inmiddels weet hij beter, zegt hij. „De goddelijke aanwezigheid is hier verdwenen met de vernietiging van de tempel, dus die kan ik ook niet verbreken.”

Lees ook: Tempelberg-rellen uitgegroeid tot internationale crisis

Voor Miller kwam de omslag toen hij drie jaar geleden met een vriend meeging naar de Tempelberg, op Jeruzalemdag. Op die dag vieren Israëliërs dat de stad werd verenigd na de Zesdaagse Oorlog van 1967; volgens de Palestijnen en het grootste deel van de internationale gemeenschap werd Oost-Jeruzalem toen bezet. Miller en andere joodse bezoekers moesten uren wachten voor ze vlak voor sluitingstijd het terrein op mochten, onder politiebegeleiding. „Toen liepen Arabische kinderen langs ons om ons uit te schelden. Ik dacht: zo lang wachten om dan vervolgens vernederd te worden op onze heiligste plek, hoe kan het dat we dit toelaten? Ik was totaal in shock. Het was mijn persoonlijke ‘nooit weer’, zoals ze zeggen over de Holocaust: we moeten hier aanwezig blijven en we zullen niet zwijgen.”

Yehuda, de bruidegom, doet zijn leren instappers uit en gaat blootsvoets verder. Leer is een teken van luxe en dat past niet bij het rouwen om de vernietiging van de tempel. Hij is voor het eerst op de Tempelberg. Een politieagent geeft de groep meer instructies. Geen water drinken bij de mobiele taps op het terrein, niet hardop bidden, geen religieuze symbolen. De meeste verboden zijn niet religieus van aard, maar zijn bedoeld om provocaties te voorkomen.

Gids-activist Miller en zijn medestanders weten hoe gevoelig hun bezoeken liggen bij de islamitische pelgrims. Voor moslims is het terrein met de moskee de heiligste plek na Mekka en Medina. In 2000 begon de Tweede Intifada, de Palestijnse opstand die zou uitlopen op zo’n drieduizend Palestijnse en duizend Israëlische doden, nadat premier Sharon de Tempelberg had bezocht. Vorig jaar juli waren er twee weken lang rellen en protesten toen Israël detectiepoortjes plaatste nadat twee agenten waren doodgeschoten, en ook dit jaar was het al een paar keer onrustig. Miller: „Mensen zien mij als een extremist. Ze geven mij er de schuld van dat Arabieren Joden vermoorden in Israël. Ik zou mijn mond moeten houden. Maar ben ik verantwoordelijk voor islamitische terreur? Daar hebben ze geen excuus voor nodig.”

Volgens rabbijn Scharf zou een terugkeer van de joden op de Tempelberg juist vrede brengen. „Er staat geschreven dat het de plek is waar alle naties zullen samenkomen en bidden.” En de Rotskoepel? „Die mogen ze meenemen naar Jordanië”, zegt hij met vriendelijk glimlachend. Hij wil „positieve energie” brengen.

Palestijnen arriveren bij de Al-Aqsamoskee tijdens het offerfeest. Foto Alaa Badarneh/EPA

‘Ze willen ons hier weg hebben’

De islamitische bezoekers van de Al-Aqsamoskee geloven niet in onschuldige bezoekjes van de joodse groepen. „Ze willen niet alleen maar bidden”, zegt Hanna Tamimi (52), met een groepje vrouwen naast de moskee zittend. „Ze willen ons hier weg hebben. Ze hebben ook al tunnels gegraven, de eerste de beste aardbeving kan de moskee wegvagen. Allemaal onderdeel van een groter plan.”

Ze doelt op de Western Wall Tunnels, opgravingen die langs de Klaagmuur en onder een Palestijnse wijk lopen en in de jaren 80 dreigden verder te gaan tot onder de Tempelberg zelf. De tunnels zijn een populaire attractie, waarbij toeristen worden meegenomen in de joodse geschiedenis van de plek, ook al dateren veel vondsten uit islamitische tijden.

Archeologenvereniging Emek Shaveh noemt dit het „promoten van een uitsluitend Joods narratief, waarbij de niet-Joodse hoofdstukken in de historie worden genegeerd”.

Bekijk ook de inbeeld van de rellen van vorig jaar: Rellen rond de Tempelberg in Israël

Terwijl de groepjes joodse activisten stellen dat de moslims „hun” tempelgrond hebben ingenomen, vinden moslims juist dat de Israëlische autoriteiten hun terrein overnemen. Niet alleen door dagelijks groepen joodse bezoekers binnen te laten, waarvan sommigen ‘weg met de Arabieren’ of ‘leve Israël’ schreeuwen, ook omdat er volgens de islamitische bewakers van de Al-Aqsamoskee nog geen steen verlegd kan worden zonder toestemming van Israël. „Daarom is de kraan al twee jaar niet gerepareerd”, zegt een van hen. Ze willen niet met hun naam in de krant, ze vrezen voor ontslag of arrestatie.

Miller bevestigt de vrees van de moslims op de berg: het uiteindelijke doel is groter. „Ze moeten weg daar. Niet van vandaag op morgen, maar het zal gebeuren. Wat mij betreft zo snel mogelijk.” Sinds juli mogen Israëlische Knesset-leden weer naar de Tempelberg, na een verbod van drie jaar. Dat deden enkelen meteen. Het aantal joodse bezoekers stijgt snel. Volgens Yera’eh, een van de organisaties die de bezoekjes bevorderen, bezochten in het in september afgelopen Hebreeuwse jaar 28.800 joden de Tempelberg, een verdubbeling ten opzichte van twee jaar geleden.

De volgende dag komt hij met een groep vanaf de Tempelberg zingend de poort door. ‘Jeruzalem, wij zullen de tempel herbouwen’, zingen ze. „We hebben de tekst veranderd van ‘de tempel zal worden herbouwd’. naar: ‘wíj zullen de tempel herbouwen’”. Islamitische pelgrims lopen de zangers zwijgend voorbij.

    • Jannie Schipper