Klimaatbeleid? In de gemeente loopt het zo’n vaart niet

Klimaatbeleid Het kabinet heeft ambitieuze klimaatplannen. Gemeenten gaan ze uitvoeren. Maar dat schiet niet op. Want wat moet er dan gebeuren? Wie betaalt? Waar zijn de ambtenaren? En wíl de gemeente eigenlijk wel?

Natuur & Milieu lichtte de collegeakkoorden van de 32 dichtstbevolkte gemeenten door en concludeerde dat bijna de helft onvoldoende of matig scoort op het gebied van ‘duurzame mobiliteit’ zoals installatie van laadpalen voor elektrisch rijden. Foto iStock, bewerking NRC

Gemeenten zijn een belangrijke spil in de uitvoering van het landelijke klimaatbeleid, vertelde minister Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) de Tweede Kamer vorige maand. Dat lijkt wat veel eer: de ‘publieke partners’ weten nauwelijks hoe ze die spilfunctie waar moeten maken, of waar ze de benodigde ambtenaren vandaan moeten halen.

Tot 2030 stelt het kabinet 3,2 miljard euro beschikbaar voor de „uitrol” van duurzame energie, meldde het vorige week in de Miljoenennota. En de overgang moet „voor iedereen bereikbaar en betaalbaar zijn”. Maar zo concreet als deze ambitie klinkt, zo weinig weten gemeenten wat er de komende jaren van hen verwacht wordt. Laat staan wat dat hun gaat kosten, zo blijkt uit een rondgang.

Volgens de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) schort het bij alle gemeenten aan ambtelijke capaciteit om toekomstig klimaatbeleid praktisch uit te werken. Lian Merkx, projectmanager Energiebeleid van de VNG, noemt dit voorlopig het grootste probleem. „Het speelt in mindere mate in de vier grote steden, maar elders wél. Gemeenten móéten haast wel samenwerken met hun buren.”

Alleen al de verduurzaming van ‘de gebouwde omgeving’ (isolatieprojecten, aardgasvrije wijken), vergt volgens Merkx jaarlijks zeker 300 miljoen euro extra voor ambtenaren. „Hoeveel er precies geïnvesteerd moet worden in het lokale ambtelijke apparaat, is nog niet bekend. Wel dát daar extra geld voor moet komen.” De VNG probeert inmiddels te achterhalen om hoeveel het precies zou moeten gaan.

Papieren ambities

In veel gemeenten zijn dit jaar, na de raadsverkiezingen, stevige teksten over lokaal klimaatbeleid in het collegeakkoord opgenomen. Zo belooft Amersfoort een ‘actieve rol’ te spelen, en aansluiting „bij de grote kopgroep van verduurzamers die onze gemeente al rijk is”. Amsterdam uit de ambitie om de CO2-uitstoot met 55 procent terug te dringen in 2030 en met 95 procent in 2050. En de gemeente Goes stelt dat „we ons aan veranderende weersomstandigheden aanpassen, zodat onze gemeente klimaatbestendig wordt”.

Lees ook deze factcheck: ‘Kabinet is met klimaatbeleid linea recta op weg naar klimaatdoelen van Parijs

Maar vaak valt de uitwerking van die papieren ambities tegen. Natuur & Milieu lichtte de collegeakkoorden van de 32 dichtstbevolkte gemeenten door en concludeerde dat bijna de helft ervan onvoldoende of matig scoort op het gebied van ‘duurzame mobiliteit’. Vooral maatregelen voor elektrisch rijden, zoals installatie van laadpalen, blijven flink achter, aldus de milieuorganisatie. Een derde van de akkoorden rept met geen woord over elektrisch rijden.

Natuur & Milieu geeft alleen Utrecht, Den Haag, Leiden en Zaanstad een voldoende. Die beloven samenhangend beleid voor laadpalen, het stimuleren van openbaar vervoer en fietsenstallingen. Andere gemeenten krijgen daarom het advies eens in Leiden en Den Haag te kijken hoe effectief parkeerbeleid het autoverkeer beperkt.

De Zuid-Limburgse gemeente Gulpen-Wittem is exemplarisch voor het klimaatperspectief in kleine gemeentes. Ook Gulpen-Wittem wil zo snel mogelijk energieneutraal worden. Dat betekent dat een alternatief moet worden gevonden voor het huidige energiegebruik, dat gelijkstaat aan 1.950 retourvluchten van Maastricht naar de Côte d’Azur met een Boeing 747, zo heeft de gemeente berekend. „We hebben nauwelijks geld en slechts één ambtenaar om milieu- en klimaatbeleid te maken”, zegt verantwoordelijk wethouder Marion van der Kleij (PRO Gulpen-Wittem). „En dan mag ik me nog gelukkig prijzen. Andere gemeenten in deze regio, zoals Valkenburg en Vaals, hebben niet één ambtenaar met verstand van klimaatbeleid.”

Kostenneutraal

Mogelijk houden veel gemeenten een slag om de arm zolang onbekend is hoe de landelijke klimaatambities lokaal worden vertaald én betaald. Merkx, van de VNG: „Je kunt wel alle huizen willen verduurzamen en aardgas uit de wijken verbannen, maar dat kost gemiddeld 20.000 tot 25.000 euro per woning. Wij gaan ervan uit dat die operatie kostenneutraal is voor de burger, maar gemeenten kunnen maar beperkt financieren.”

Het Rijk moet gemeenten meer duidelijkheid bieden over wat er op ze afkomt, zegt directeur Marjolein Demmers van Natuur & Milieu. „Het regeerakkoord spreekt over stimuleren van elektrisch rijden, minder auto’s in de steden, meer fiets en openbaar vervoer. Dat kan lokaal met betere ov- en fietsvoorzieningen, sturend parkeerbeleid en milieuzones. Maar hoe stimuleer je de verkoop van elektrische auto’s? Daar zijn ideeën voor, zoals fiscale stimulering van elektrische- en een ‘innovatieheffing’ op fossiele auto’s. Er liggen concrete doelen voor een kilometerheffing voor vrachtauto’s, maar je ontkomt er op termijn niet aan rekeningrijden voor het hele wagenpark in te voeren. Het is alleen de vraag hoe.”

Gemor onder de bevolking

Effectief klimaatbeleid is ook woekeren met schaarse ruimte, zegt de Limburgse gouverneur Theo Bovens. Het Interprovinciaal Overleg, waarvan hij voorzitter is, coördineert de inzet van de provincies aan de vijf ‘klimaattafels’. De provincies werken straks met gemeenten Regionale Strategieplannen uit.

Geen makkelijke opgave, volgens Bovens. „Limburg zou drie keer groter moeten zijn om alle windmolens en zonnepanelen te plaatsen die nodig zijn om in 2030 de helft van het elektriciteitsgebruik uit duurzame bronnen te halen. Dat komt neer op 405 windmolens extra in 2030.”

Plaatsing van windmolens leidt nu al tot gemor onder de bevolking. Bovens: „Niemand wil die dingen in de buurt van een stad. In Limburg speelt dat ruimtegebrek extra, omdat we hier veel beschermd natuurgebied hebben. Daar mogen helemaal geen windmolens komen.”

Provincies kunnen gemeenten die onvoldoende meewerken aan de uitvoering van het landelijk klimaatbeleid tot maatregelen dwingen, zegt Bovens. In Limburg is dat al gebeurd. Toen de gemeente Venlo weigerde de bouw van een windmolenpark met negen turbines toe te staan, greep de provincie in de bestemmingsplanprocedure in. Via een Provinciaal Inpassingsplan wil Limburg dat windmolenpark alsnog mogelijk maken. „Zo’n interventie moet het laatste middel zijn waar je als provincie naar grijpt”, aldus Bovens. „Het Rijk kiepert klimaatbeleid over gemeenten heen zonder zich af te vragen of die dat aankunnen”, zegt wethouder Van der Kleij uit Gulpen-Wittem. „Dat was bij eerdere decentralisaties zo en is nu niet anders.”

    • Jos Verlaan