Recensie

Deafheaven klinkt loodzwaar en fijnbesnaard tegelijk

Rock De Amerikaanse metalband Deafheaven bracht een swing die zanger George Clarke een sjamanistisch ritueel liet opvoeren. In Paradiso danste hij als een man van elastiek.

Foto Niels Vinck

Zanger George Clarke van de Amerikaanse band Deafheaven beweegt als een balletdanser. Iggy Pop en Nick Cave gingen hem voor in de manier waarop ze hun muziek ondersteunen met soms gracieuze, dan weer heftige podiummanieren. Bij Deafheaven komt daar een element van heavy metal bij: Clarke zwiept met zijn lange haar, plant zijn been op de monitorbox en laat zich door felle crescendo’s opzwepen tot sprintjes tussen microfoon en drumstel. Zijn performance is nooit minder dan hyperintens.

Deafheaven rees in 2010 op uit de black metalscene van San Francisco. De muziek is een samenstel van emo, melodieuze metal en verwijzingen naar de Britse shoegazerbeweging. George Clarke zingt in een omfloerste grunt die zodanig opgaat in de muzikale bedding dat het een muziekinstrument op zichzelf is geworden. Zijn teksten zijn zelden verstaanbaar, maar dragen door hun klank een grote verontwaardiging uit over de stand van zaken in de wereld. Clarke kan hysterisch krijsen; in combinatie met de psychedelisch aandoende gitaren en virtuoos roffelende drums gaat er een enorme levenslust van uit.

Het belangrijkste verschil met een gewone metalband is dat Deafheaven swingt. Onder de beukende drums en stuwende baslijnen ligt een ritmische souplesse die George Clarke voer geeft voor de rituele dans van een man van elastiek. De lange instrumentale passage van het nummer ‘Canary Yellow’ liet hem als een sjamaan met de tamboerijn tegen zijn microfoonstandaard slaan.

Van de slechts acht lange nummers die Deafheaven in Paradiso speelde, kwamen de meeste van het fantastische nieuwe album Ordinary Corrupt Human Love. Een plaat die kan tippen aan Slayers Reign In Blood en Metallica’s Black Album als muziek die de metal ontstijgt met een even oorspronkelijk als toegankelijk geluid. Deafheaven klonk loodzwaar en fijnbesnaard tegelijk, en dat is een verdienste.

    • Jan Vollaard