BeNeCup daagt rugbytalenten uit

Rugby

Topclubs uit Nederland en België ontmoetten elkaar deze maand in de BeNeCup. „Na zo’n sterke competitie wil je niet anders meer.”

De rugbyers van ’t Gooi (in het blauw) winnen in Amsterdam de eerste finale van de BeNeCup, tegen RC DIOK Leiden. Foto Bastiaan Heus

Het is uitgerekend aan de enige twee Belgen op het Nationaal Rugby Centrum Amsterdam om de prijsuitreiking van de eerste editie van de BeNeCup te verzorgen. Maar Olivier Wellens en Nicolas Meeus staan met een grote grijns op het kunstgrasveld tussen de spelers van de Nederlandse finalisten RC ’t Gooi en RC DIOK Leiden – zelfs de regenbui op deze tweede herfstavond van het jaar kan hun humeur niet bederven.

Want al ontbreekt een Belgische club in de finale, toch is de eerste editie van de grensoverschrijdende rugbycompetitie een succes geworden, stelt een opgedroogde Wellens even later in de hal van het Nederlandse rugbycentrum vast. „Wij zijn zeer tevreden, en de clubs ook. Zij hadden die extra motivatie nodig.”

Het klinkt als het verhaal van Coen Potters, bestuurslid van Rugby Nederland. Hij spreekt een paar uur eerder over „een stagnatie op clubniveau”. Het verschil tussen de top vier in Nederland en de rest van de twaalf clubs tellende ereklasse, is de laatste jaren te groot.

Een exponent van het verschil waar Potters op doelt, is Max Theunissen. Hij won deze zaterdag met The Bassets uit Sassenheim op hetzelfde kunstgrasveld de competitiewedstrijd tegen de Amsterdamse studentenrugbyers van Ascrum. Een ontmoeting in de ereklasse tussen twee middenmoters, waarvan de spelers twee, drie keer week trainen en na de wedstrijd nog gewoon samen een biertje drinken.

„De spelers die nu op het veld staan, rugbyen bijna elke dag,” zegt Theunissen tijdens de eerste helft van de BeNeCup-finale. De blonde winger ging pas op latere leeftijd rugbyen en is al „heel trots” op de 63 wedstrijden die hij in de ereklasse op het veld stond. „Maar ik speel met en tegen talenten van het NTC, die rugbyen nu al beter dan ik ooit zal doen”, zegt de 27-jarige Theunissen.

Foto Bastiaan Heus
Foto Bastiaan Heus
Foto Bastiaan Heus

Talentontwikkeling

Het Nationaal Talenten Centrum (NTC) werd in 2014 opgericht en biedt Nederlandse rugbyers, en sinds dit seizoen ook rugbysters, in de leeftijd van 16 tot 20 jaar een topsportprogramma aan naast school of studie. Het is niet het enige wat Rugby Nederland doet aan talentontwikkeling. Op zes Rugby Academies, verspreid over Nederland, trainen zo’n honderd kinderen dagelijks anderhalf tot twee uur.

De toestroom van jonge Nederlandse rugbyers is een belangrijke reden voor de oprichting van de BeNeCup, zegt Coen Potters. „We willen die talenten meer wedstrijden op hoog niveau kunnen bieden.” Nu wijken veel jonge rugbyers uit naar het buitenland. Potters: „Maar als zij op een dag terugkomen, moeten ze in een sterke competitie kunnen spelen.”

In België bestaat de hoogste rugbycompetitie uit slechts acht clubs en ook daar zijn volgens Olivier Wellens „meer uitdagingen nodig voor onze high potentials”.

De overeenkomstige belangen van de Nederlandse en Belgische rugbybond zorgden ervoor dat vanaf de eerste besprekingen – eind november 2017 in de wandelgangen van een Europees rugbycongres in Praag – flink vaart werd gezet om de BeNeCup van de grond te krijgen. Met als gevolg dat de eerste editie een kale vorm kent: geen sponsoren, geen televisie. Daarvoor was het volgens Potters simpelweg „te kort dag”. Het zal ook nog lastig genoeg worden om dat volgend jaar wel voor elkaar te krijgen. Ondanks een verdubbeling dit decennium van het ledenbestand van Rugby Nederland, is rugby met circa 17.000 beoefenaren „een te kleine sport om de grote bonden te matchen”, weet Potters. „Maar wij gaan liever met kleine stapjes vooruit.”

Great small step

Foto Bastiaan Heus

De BeNeCup is in ieder geval een „great small step”, zegt Zane Gardiner vlak na de finale. Terwijl de regendruppels van zijn blauwe blazer druipen, blikt de Nieuw-Zeelandse coach van ’t Gooi terug op de competitie waarin de clubs zich geen misstap konden permitteren. „One loss and you’re out. We moesten er meteen staan, ook al kwamen we net uit de zomer. Maar in het internationale rugby moet je altijd kunnen presteren, dus dit is goed voor de ontwikkeling van de talenten”, zegt Gardiner, die ook coach is op het NTC en bondscoach van Jong Oranje.

Daan van der Avoird is zo’n talent. De 19-jarige vleugelspeler van DIOK, bezig aan zijn eerste seizoen op het hoogste niveau, is enthousiast over de wedstrijden in de BeNeCup. „De Belgische clubs spelen fysieker, daar leer je van. En het is goed om ook eens een andere opbouw van een wedstrijddag mee te maken.” DIOK ging begin september op bezoek bij de Belgische kampioen Dendermonde, een reis van 175 kilometer. „In Nederland was ik gewend maximaal een half uurtje te rijden naar een uitwedstrijd”, zegt Van der Avoird, die twee jaar op het NTC trainde en uitkwam voor Jong Oranje.

In tegenstelling tot een aantal van zijn leeftijdgenoten koos de student sportmarketing ervoor in Nederland te blijven. „Ik kom uit de eerste klasse, voor mij is DIOK al een stap omhoog”, zegt Van der Avoird. „Maar ik begrijp de jongens die naar het buitenland gaan om puur en alleen met rugby bezig te zijn.”

Wie weet is die mogelijkheid er over een aantal jaar ook in Nederland. Als de BeNeCup is uitgegroeid tot een Europese competitie, zoals Zane Gardiner verwacht. „Er is ook geen weg meer terug. Na een maand in zo’n sterke competitie te hebben gespeeld, wil je niet anders meer.”

Foto Bastiaan Heus
Foto Bastiaan Heus

Correctie (24 september 2018): In een eerdere versie werd gesproken over de Nederlandse Rugby Bond (NRB). Die heet tegenwoordig Rugby Nederland, dit is aangepast.

    • Rogier van 't Hek