Opinie

Niemand erbij gebaat als elke lidstaat zijn eigen tijd bepaalt

Het is prettig dat de Europese Commissie nadenkt over subsidiariteit: wat op het niveau van de lidstaten geregeld kan worden, behoeft geen centraal beleid. Dit is zelfs een grondbeginsel van de Europese Unie. Helaas is het onderwerp van de zomer- en wintertijd, waarover de lidstaten binnenkort zelf mogen beslissen, hier een slecht voorbeeld van. Als zich iets voor Europese harmonisatie leent, is het de tijd wel.

Onduidelijk is wat het probleem is met de jaarlijkse overgang van winter- naar zomertijd en weer terug. Zoals de Amerikanen zeggen: if it ain’t broken, don’t fix it. De Commissie besloot te luisteren naar een enquête onder EU-burgers, die in grote meerderheid de wintertijd zouden willen afschaffen. Later bleek dat deze raadpleging geïnspireerd was door een groepje Finnen, die vanwege hun geografische ligging van de tijdssprong af willen. Representatief voor alle EU-burgers was de enquête niet.

In dit geval dreigt subsidiariteit op een klucht uit te lopen. Er is geen voordeel te bedenken van een toestand waarin elk van de 28 lidstaten straks mag bepalen of het er zomer- of wintertijd is.

Het is verstandig dat premier Mark Rutte alvast contact zocht met zijn Belgische en Luxemburgse ambtsgenoten. Zij hebben terecht de intentie uitgesproken om binnen de Benelux geen tijdsverschillen te laten ontstaan – een uur verschil als je bij Wuustwezel de grens passeert zou immers al te gek zijn. Maar toepasselijk genoeg voor de situatie is er onenigheid over de wijze waarop besloten zal worden welke tijd we dan zullen aanhouden. De Belgische premier Charles Michel wil een volksraadpleging, Nederland wil dat niet.

Dat er op dit vlak centrale sturing geboden is, betekent nog niet dat Brussel mag bepalen hoe laat het is. De tijdzone waarin een land ligt, is vaak historisch zo bepaald; tijd is politiek. Hield ooit elk dorp zijn eigen zonnetijd aan, in de negentiende eeuw was eenheid van tijd belangrijk bij de vorming van de Europese natiestaten. De komst van de spoorwegen, en vooral het spoorboekje, maakte eenheid van tijd binnen de grenzen van een land onontkoombaar.

Nederland bevindt zich nog steeds in de tijdzone die de Duitse bezetter hier heeft ingesteld. Gezien de ligging van ons land zou het logischer zijn indien we ons bij de Britse Greenwich Mean Time zouden aansluiten. Voor Spanje, dat zich onder dictator Franco op nazi-Duitsland oriënteerde, geldt dit in nog extremere mate. In de kuststad Vigo zou het geografisch gezien vroeger moeten zijn dan in Londen. In werkelijkheid is het er juist een uur later – de klok geeft er dezelfde tijd aan als in de Oost-Poolse stad Bialystok, waar het gezien de lengtegraad zeker twee uur later zou moeten zijn dan aan de Atlantische kust.

Toch is er wat voor te zeggen, zoals de Commissie doet, dat EU-landen zelf mogen weten welke tijdzone ze aanhouden. Op het moment zijn er drie smaken binnen de Unie: de Greenwich Mean Time geldt in Dublin en Lissabon, in het grootste deel van de EU is het een uurtje later en in oostelijke landen als Finland, Roemenië en Griekenland lopen ze twee uur op de Ieren voor. De grenzen tussen deze tijdzones lopen van noord naar zuid en zijn betrekkelijk logisch.

Een situatie waarin elk land zelf mag kiezen of het er zomer- of wintertijd is, is veel problematischer. Dit kan leiden tot tijdsverschil tussen landen die in dezelfde lengtegraad liggen. Een Deense die naar Italië met vakantie gaat, zou dan theoretisch bij elke grensovergang haar horloge moeten verzetten.

Voor ons zou het afschaffen van de zomer- en wintertijd niet hoeven, maar als EU-lid zal Nederland zich moeten schikken. Toch zou het de nadrukkelijke voorkeur verdienen dat er in Europees verband één oplossing gekozen wordt: overal zomertijd óf overal wintertijd. Voor beide valt iets te zeggen. Welke van de twee het ook wordt, het is altijd beter dan de schertsvertoning waar Europa nu op afstevent.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.