Rammstein van het schaken

Garry Kasparov zei eens over de verschillen tussen hem en Anatoly Karpov dat schakers van hem konden leren en konden proberen hem na te doen. Bij Karpov ging dat niet. Ik begreep wat hij bedoelde. Natuurlijk niet dat anderen door imitatie ook een Kasparov konden worden, maar wel dat zijn methodes konden worden nagevolgd. Intensieve en concrete openingsvoorbereiding en aan het bord een zo agressief mogelijke aanpak en de bereidheid om alles tot in de puntjes door te rekenen.

De stijl van Karpov was veel moeilijker te definiëren. Vaak leek er lang niets aan de hand en dan bleken alle stukken van Karpov opeens op de juiste velden te staan en verloor de tegenstander zonder dat die kon bedenken wat hij verkeerd had gedaan.

Ik vond de opmerking van Kasparov een compliment voor Karpov. Het mysterieuze is altijd indrukwekkender dan het navolgbare.

Bij Magnus Carlsen en Fabiano Caruana, die in november om het wereldkampioenschap gaan spelen, is er ook zo’n stijlverschil. Carlsen is vaak met Karpov vergeleken, ook door Kasparov, die Carlsens stijl beschreef als „wurgende druk, geen directe klap”. Judit Polgar zei eens dat ze tegen Carlsen het gevoel had dat ze verdronk.

De stijl van Caruana is veel directer, vaak met breed opgezette aanvallen. Je ziet waar hij aan bezig is en zijn overwinningen zijn een verhaal dat naverteld kan worden.

Is Caruana dan de nieuwe Kasparov? Zulke vergelijkingen gaan natuurlijk nooit helemaal op. Over het bekende cliché dat Carlsen de Mozart van het schaken is, zei Vladimir Kramnik eens dat hij daarover geen mening had, maar dat hij wel wist dat Kasparov de Rammstein van het schaken is.

In verwachting van de komende match met Carlsen publiceerde de Rus Alexander Kalinin onlangs bij New in Chess het boek Fabiano Caruana, His Amazing Story and His Most Instructive Chess Games. Hier is een partij die Caruana speelde toen hij 10 jaar was.

Levan Bregadze - Fabiano Caruana, WK tot 10 jaar, Heraklion 2002

1. d4 g6 2. c4 Lg7 3. Pc3 c5 4. d5 Lxc3+ Een riskante zet, maar als wit slap reageert komt hij in het nadeel. 5. bxc3 f5 6. h4 Hier zou het gambiet 6. e4 fxe4 7. f3 zwart hard aanpakken. 6...Pf6 7. Ph3 Pe4 8. Dc2 Da5 9. Ld2 Nog steeds kon wit met 9. h5 of 9. Pg5 agressief optreden. 9...d6 10. Pg5 Pxd2 11. Dxd2 h6 12. Pf3 Nu is alles in orde voor zwart. 12...Pd7 13. e3 Pf6 14. Tc1 Ld7 15. Ld3 0-0-0 16. Db2 e5 17. dxe6 Lxe6 18. 0-0 Ld7 19. Pd2 Lc6 20. Tfe1 The8 21. f3 Dc7 22. Pf1 h5 23. Dc2 Pd7 24. Df2 Pe5 Zwart heeft al zijn stukken goed geplaatst en staat strategisch gewonnen. 25. Le2 Da5 26. Ted1 Da3 27. De1 Kb8 28. Kh1 f4 29. e4 Strategische capitulatie, maar na 29. exf4 zou 29...Pxc4 komen.

Zie diagram

29...Da5 Met kalme maar vastberaden tred gaat zwarts dame op de andere vleugel de beslissende klap uitdelen. 30. Ph2 Dc7 31. Df2 De7 32. Tg1 g5 33. hxg5 Dxg5 34. g3 fxg3 35. Dxg3 De3 36. De1 Pg4 Een aardig schijnoffer. Na 37. fxg4 wint 37...Lxe4 voor zwart. 37. Pf1 Df4 Na 37...Pf2+ was het sneller uit, maar in deze fase wint alles voor zwart. 38. Tg2 Pe5 39. Dd2 Df7 40. Tf2 Lxe4 41. Pg3 Lc6 Wit gaf op.

    • Hans Ree