Opinie

    • Marike Stellinga

Mag het wat minder wispelturig?

Is er eindelijk geld, krijg je het niet uitgegeven. Ministers Ank Bijleveld (Defensie, CDA) en Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur, VVD) wisten hun extra miljoenen in 2018 niet weg te zetten. „Het blijkt lastig alle begrote middelen uit te geven,” noteert de Raad van State droogjes in zijn bespreking van de Miljoenennota. D66-leider Alexander Pechtold maakte zich er vrijdag tijdens de politieke beschouwingen druk om: „Ik vind het niet kunnen dat de bewindslieden het tempo niet kunnen bijbenen.”

Dat belooft wat voor volgend jaar. Dan wil het kabinet vrijwel al zijn extra miljarden uitgeven: 8 miljard euro volgens de Miljoenennota. Bijleveld en Van Nieuwenhuizen moeten dan ieder pak ‘m beet een miljard euro meer stukslaan.

Een groot obstakel, bijvoorbeeld voor zorg- en onderwijsministers: personeel vinden in een krappe arbeidsmarkt.

Het tekent de wispelturigheid van de politiek. We hebben nu acht jaar dezelfde premier, maar op het overheidsbeleid valt geen peil te trekken. Dat ligt niet alleen aan hem maar aan de wispelturigheid van vrijwel alle partijen. Neem de publieke sector. Geen partij die niet vindt dat er ergens geld bij moet, dat de werkdruk te hoog is, dat de arbeidsvoorwaarden moeten verbeteren. De politieagent, de verpleger en de leraar zijn de favoriete knuffels van Haagse politici.

Hoe anders was dat in 2010 en 2012 toen er verkiezingen waren. Ik heb er nog eens de doorrekeningen van het Centraal Planbureau bijgepakt. Vrijwel elke partij koos toen voor grote bezuinigingen op de publieke sector. De een vooral bij defensie, de ander vooral in het onderwijs, de meesten bijna overal. Van de VVD van Mark Rutte mocht er het hardst gehakt worden, maar dat er banen werden geschrapt bij de (semi-)overheid was een breed gedeelde overtuiging.

Als je nu de snelle krimp én groei van de werkgelegenheid bij de overheid en in de zorg sinds 2010 ziet, denk je: dit is niet meer procyclisch, dit is grillig. Je zou willen dat politieke partijen een standvastiger idee hebben welke voorzieningen de overheid moet bieden als het gaat om de zorg, het onderwijs, defensie, de rechterlijke macht en de politie. Hier zien we een overheid die op het ene moment bezuinigt als een gek en het volgende moment van gekkigheid niet weet hoe het geld kan uitgeven. Dat ligt dus niet aan wisselende regeringen met andere politieke partijen. Den Haag raakt telkens vrij collectief bevangen door hetzelfde idee: bezuinigen! Uitgeven!

Het maakt me een beetje bang voor als de miljarden in de schatkist plots weer tegenvallen. Staan de mensen dan weer net zo makkelijk op straat?

Alles wijst erop dat de overheid een grotere rol krijgt in een veranderde economie. Je proefde het tijdens de politieke beschouwingen ook op rechts. VVD’ er Klaas Dijkhoff vroeg het kabinet na te denken over de arbeidsmarkt: hoe kan de overheid daar meer zekerheid bieden?

En dan is er nog het klimaat: als Rutte III wil bereiken wat het zegt te willen, gaat de overheid de economie als het ware bijsturen. De premier vergeleek de klimaatplannen deze week met de wederopbouw van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Dat is nogal wat.

Die nieuwe rol van de overheid moet niet in elkaar gekleid worden op basis van een momentopname van de schatkist. Het is te hopen dat die grotere overheid minder grillig wordt.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.
    • Marike Stellinga