GGZ Nederland bezorgd om veiligheid medewerkers

De koepelorganisatie zegt na een publicatie in Trouw dat de agressie volgens 43 procent van haar leden toeneemt.

Interieur van een ggz-instelling (Komt niet voor in dit verhaal. Beeld ter illustratie) Foto Lex van Lieshout / ANP

De veiligheid in de geestelijke gezondheidszorg staat onder druk door personeelskrapte, administratieve lasten en hoge werkdruk. Dat zegt brancheorganisatie GGZ Nederland in reactie op een verhaal in dagblad Trouw zaterdag.

De krant sprak met een klokkenluider die bij de Amsterdamse instelling InGeest werkt. Op een gesloten afdeling van een locatie in Amsterdam Zuid probeerde een patiënt twee jaar geleden tot twee keer medewerkers te wurgen. De klokkenluider heeft zijn of haar verhaal luister bijgezet met interne emails, notulen en incidentmeldingen die Trouw in bezit heeft. Daaruit concludeert de krant dat de gesloten afdeling niet voldoende bemand is om met geweldsincidenten om te gaan.

In juni trok GGZ Nederland samen met de Vereniging Gehandicaptenzorg (VGN) zelf al aan de bel. Er was snel meer geld nodig om de problemen bij tbs-klinieken en psychiatrische instellingen op te lossen.

En dat is riskant, niet alleen bij InGeest. GGZ Nederland hield vorig jaar een enquête onder leden, waarvan 43 procent aangaf dat agressie tegen “zorgaanbieders” toeneemt. Of dat eerder is gemeten en hoeveel het eventuele percentage is toegenomen, zegt de koepel niet. Op de situatie bij InGeest reageert het evenmin. Uit het onderzoek van Trouw blijkt dat meldingen van geweld in ggz-instellingen niet landelijk verzameld worden.

De meeste instellingen hanteren hetzelfde systeem om geweldsincidenten te registreren, maar volgens Trouw wordt dat niet overal gebruikt “omdat geweld er nu eenmaal bij hoort”. Ook wordt er weinig aangifte gedaan. Gebeurt dat wel, dan wordt in maar tien procent van de gevallen overgegaan tot strafrechtelijke vervolging. Dat blijkt uit onderzoek van VU-hoogleraar Joke Harte. Zij pleit er in Trouw voor dat het Openbaar Ministerie harder optreedt en instellingen zelf beter bepalen waar grenzen liggen.

“Nu is het voor medewerkers onduidelijk wat wel en niet toelaatbaar is.”

    • David van Unen