Een ondernemende oplichter

Foto Walter Herfst

Een keurige man met vlinderstrik, een jas met lange panden en in zijn hand een hoed. Voor zijn voeten staat op een tegel de tekst die het leven van Rotterdammer Lodewijk Pincoffs (1827-1911) in één zin samenvat. ‘A spectacle of so much glory and so much shame’. Pincoffs staat op een plein bij de Stieltjesstraat met zijn rug naar het Entrepotgebouw. Een opslagplaats die bij de aanleg 140 jaar geleden gold als het modernste pakhuis ter wereld en waar nu de supermarkt Jumbo zit. De man in brons tuurt naar het even oude Poortgebouw waar destijds het hoofdkantoor was gevestigd van zijn Rotterdamsche Handelsvereeniging.

Zakenman en politicus Lodewijk Pincoffs is waarschijnlijk de grootste witteboordencrimineel die Rotterdam ooit heeft gekend. „Een magnifieke fraudeur”, noemt de voormalige Rotterdamse burgemeester Bram Peper hem. Toch begon het leven van de zoon van een textielhandelaar veelbelovend. Lodewijk Pincoffs werd net als zijn vader ondernemer. Op 28-jarige leeftijd veroverde hij een zetel in de Rotterdamse gemeenteraad, werd lid van de Provinciale Staten van Zuid-Holland en in 1872, als eerste joodse Nederlander, senator in de Eerste Kamer.

Geldschieters

De zaken lijken voorspoedig te verlopen. Pincoffs werkt aan de uitbreiding van de Rotterdamse haven op de linkeroever, het eiland Feijenoord. Hij weet buitenlands kapitaal aan te trekken en ook enkele Rotterdamse geldschieters ondersteunen hem. Hij is er mede voor verantwoordelijk dat Rotterdam zich ontwikkelt tot voorname internationale havenstad.

Pincoffs drijft ook handel met West-Afrika. Dat verloopt minder goed. Hij probeert die zakelijke mislukkingen te verbloemen door te rommelen in de boekhouding en te speculeren met aandelen. Het kan het onheil niet afwenden. Om zich de schande te besparen van een faillissement neemt hij in 1879 halsoverkop de benen. Via België, Frankrijk en Engeland vlucht Pincoffs naar de Verenigde Staten. Het land heeft geen uitleveringsverdrag met Nederland. In New York opent Pincoffs een tabakswinkeltje en later wordt hij sigarenfabrikant in Chicago. In Nederland, waar hij in 1880 bij verstek wegens valsheid in geschrifte en bedrieglijke bankbreuk tot acht jaar cel wordt veroordeeld, keert hij nooit meer terug. In Rotterdam laat Pincoffs een schuld achter van negen miljoen gulden.

Onder het bewind van Peper, burgemeester van 1982 tot 1998, volgt eerherstel. Op initiatief van makelaar Bram Lamens zamelen Rotterdamse zakenmannen geld in voor een standbeeld dat gemaakt wordt door de Rotterdamse beeldhouwer Willem Verbon. In 1998 wordt het standbeeld door een achterachterkleinzoon van Lodewijk, de uit Amerika ingevlogen Peter Pincoffs, officieel onthuld. De schurkenstreken zijn de negentiende-eeuwse zakenman definitief vergeven. Peper heeft „een zwak voor stoute, ondernemende mensen.” Pincoffs was volgens hem een groot ondernemer die te veel risico’s heeft genomen.

De oud-stadsbestuurder verhaalt over zijn bewondering voor Pincoffs in het boek Hotel aan de Maas dat in maart 2018 verscheen. Met het boek viert Suite Hotel Pincoffs het tienjarig jubileum. De accommodatie zit in het douanekantoor dat de ondernemer in 1879 liet bouwen. Het ruikt er overal naar Pincoffs. In suite vier, met een prachtig hoog plafond, blinkt de oude monumentale notenhoutenkast die anderhalve eeuw terug op de studeerkamer van Pincoffs stond. De hotelhouders kregen de kast te koop aangeboden door mevrouw Van Stolk, wier overgrootvader de kast in 1879 op een veiling van de boedel van Pincoffs kocht. Het meubelstuk met op de deuren als ornamenten een wereldbol, een verrekijker en meetgereedschap, was nogal prijzig. Mevrouw Stolk mag als tegenprestatie gratis overnachten in hotel Pincoffs. Zo ritselt Rotterdam.

Familie

De in Amerika wonende erfgenamen waren in de jaren negentig zo blij dat er van hun Lodewijk Pincofs een standbeeld kwam aan de andere kant van de oceaan dat een familielid 100.000 dollar uit de nalatenschap overmaakte voor een studiefonds ten behoeve van behoeftige Rotterdamse studenten. De laatste keer dat een Pincoffs uit Amerika langs kwam, was in 2016. Verre nazaat Steve Pincoffs hing toen in het hotel aan de lippen van Bram Oosterwijk, die de biografie schreef van Pincoffs: Ik verlang geen dank. Over het frauderen van zijn voorvader was Steve Pincoffs nooit iets verteld. „Hij wist niet wat hij hoorde over de praktijken van Lodewijk”, vertelt Karen Hamerlynck, die met haar echtgenoot Edwin van der Meijde eigenaar is van het hotel. „Hij vroeg zich af of hij nog wel in Rotterdam over straat kon.”

Het standbeeld van Pincoffs pronkt overigens bewust niet op een sokkel. Dat zou te veel eer zijn voor de ondernemende oplichter. Hij staat gewoon met zijn voeten, glorieus op straat.

    • Marcel Haenen