Haar onbevangen kinderblik is Bibi Dumon Tak nooit kwijtgeraakt

Bibi Dumon Tak Voor het eerst wint een schrijver van non-fictie de Theo Thijssen-prijs voor kinderliteratuur. Een mijlpaal.

Foto: Merlijn Doomernik

‘De koningin van de kinder-non-fictie’, zo luidt de eervolle bijnaam van Bibi Dumon Tak (1964), die aanstaande dinsdag 25 september de driejaarlijkse Theo Thijssen-prijs voor kinder- en jeugdliteratuur in ontvangst zal nemen. De huldiging van deze ongeëvenaarde koningin met de mooist denkbare kroon, zal ongetwijfeld als mijlpaal de geschiedenis van de (kinder- en jeugd)literatuur ingaan. Want nog nooit eerder werd de oeuvreprijs (60.000 euro) toegekend aan een auteur van wat in de kinderboekenwereld non-fictie wordt genoemd.

Dat Dumon Tak de feitelijke werkelijkheid als inspiratiebron gebruikt is evident. Voor haar boeken hanteert ze een journalistieke aanpak die begint met uitgebreid onderzoek. Sinds haar met een Zilveren Griffel bekroonde debuut Het koeienboek (2001), waarin ze alle aspecten van een koeienleven de revue laat passeren en aldus de koningin van het platteland een ziel geeft, trekt ze er steevast met notitieblok en pen op uit, onder het motto dat er geen sterkere verhalen dan de werkelijkheid bestaan. Ze bezocht boerderijen en slachthuizen en verbleef in koeienrusthuis De Leemweg in Friesland. Ze reisde met een circusgezelschap mee naar Frankrijk, waarna ze Wat een circus (2002) schreef. Jaren achtereen kwam ze in jeugdgevangenissen waar ze voor haar boek Rotjongens (2007) met jonge criminelen sprak. En in Mee met de dierenambulance (2017) is ze de vrijwilliger bij de Amsterdamse dierenambulance die als heuse meereizende reporter vertelt over de impact op mens en dier van onwaarschijnlijke reddingsacties, die soms goed aflopen en soms slecht.

Gedreven door verwondering

Lees ook de recensie van Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen: Laat een boodschap achter in het zand (●●●●) Oh, was ik ook maar een evenhoevige

Toch, wie Dumon Taks oeuvre overziet zal zich afvragen of ze niet veel meer is dan een waarnemer en exceptioneel goed schrijvende verslaggever van de werkelijkheid. Ja, ze toont een passie voor intrigerende feiten, vooral over dieren. En ja, ze ziet erop toe dat die kloppen. Maar de sprankelende taal, de lichte, heldere toon en treffende poëtische beelden waarmee ze de geheimen van het dierenrijk vervolgens vormgeeft, verraden dat ze eerder door verwondering dan weetgierigheid gedreven wordt. Niet geheel toevallig gaf ze de koeien die ze als zesjarige tijdens haar vakanties in Zeeland ontmoette namen. En versierde ze het prikkeldraad rondom hun weiland met wilde bloemen. Ze schiep een eigen wereld waarin fantasie en werkelijkheid een zijn. Die onbevangen kinderblik is ze nooit meer kwijtgeraakt: „Ik wil iets verborgens tevoorschijn halen”, vertelde ze onlangs aan tijdschrift Lezen. „In alles zit iets moois, ook in een pissebed of rotzakje dat in de gevangenis zit.”

Dumon Tak weet als geen ander dat mooie op te roepen en te bezingen. Haar meesterlijke miniatuurportretten in Bibi’s bijzondere beestenboek (2006, Zilveren Griffel), Winterdieren (2011, Gouden Griffel) en Bibi’s doodgewone dierenboek (2013) tonen onverbloemd dat in ieder dier poëzie schuilt. Zelfs in kwallen. Die ‘deinen op en neer in een stilte die nooit stopt, […] sierlijk als zwevende parachuutjes’, schrijft ze met gevoel voor lyriek. Of in de veldkrekel, wiens ‘krikrikrikrikri’ onophoudelijk klinkt in warme nachten, ‘als je door de velden loopt. Het waait de autoraampjes binnen, het maakt de avond minder eenzaam, het maakt dat je nog niet naar bed wilt gaan.’

Doe dat overigens vooral ook niet. Anders zou je het lichtvoetige nachtballet van de vuurvliegjes nog missen dat Dumon Tak als volgt beschrijft: ‘Hun achterlijfjes gaan aan en uit. […] Zie mij! zie mij! zie mij! Het lijken lampionnetjes die knipperen./ Sterretjes die heel laag aan de hemel staan./ Zo vinden ze elkaar, de mannetjes en de vrouwtjes. […] Hoe mooier ze knipperen, hoe feller hun licht, hoe liever ze elkaar hebben. Ongelooflijk, niet?’

Dumon Taks ludieke aanspreektaal, waarmee ze vaak een beroep op de zintuigen doet, zorgt ervoor dat je je direct bij het lief en leed van al die dieren betrokken voelt. ‘Hoor!/ hoor dan toch,’ attendeert ze je bijvoorbeeld op het wolvengehuil in Winterdieren. En dat is precies waar het Dumon Tak om te doen is. Het gaat haar niet alleen om het juist overbrengen van wetenswaardigheden – die vergeet je toch, zei ze ooit in een Volkskrant-interview. Nee, anders dan non-fictie-auteurs als haar partner Jan Paul Schutten en bioloog Midas Dekkers, weetjesmannen wier duidende kracht in het verzinnen van aanschouwelijke en humorvolle vergelijkingen ligt, wil Dumon Tak, gedreven door oprecht engagement, je laten meeleven, meevoelen en verrassen. Niet anders dan een auteur van fictie beoogt.

In de caleidoscoop

De schrijftechnieken die Dumon Tak gebruikt, zijn dan ook ontegenzeggelijk dezelfde als die van haar collega’s fictieschrijvers. Na het observeren en de research selecteert ze de feiten. Die beziet ze vervolgens door de caleidoscoop van haar verbeelding, en geeft ze hun betekenis door de (taal)vorm waarin ze ze giet.

Lees ook het interview met Bibi Dumon Tak door Jannetje Koelewijn: ‘Ze zei: mijn kinderen zijn ook van jou, hè’

Deze werkwijze manifesteerde zich voor het eerst voorzichtig in Laika tussen de sterren, het Kinderboekenweekgeschenk uit 2006 waarin Dumon Tak vertelt hoe dieren mensen (kunnen) helpen, zoals ruimtehond Laika en postduif G.I. Joe tijdens de Tweede Wereldoorlog. In die reportageachtige geschiedenisjes presenteert ze de dieren als levensechte personages. Laika bijvoorbeeld: die ‘was een zwerfhond, […] Ze was van zichzelf, en van niemand anders. Ze was […], vrij.’ De dood daarna van de beroemde Russische proefhond in de Spoetnik 2 door oververhitting voelt toch anders dan wanneer je hierover een nieuwsberichtje leest. Dumon Tak oordeelt niet, maar zet je wel aan het denken over hoe wij met (proef)dieren omgaan.

Schemergebied

Sinds Laika durft Dumon Tak steeds meer. Voor haar ‘ongelooflijk maar ware’ verhaal over Soldaat Wojtek (2008) – een beer die tijdens de Tweede Wereldoorlog opgroeit tussen de manschappen van het Tweede Poolse Korps – heeft ze de karakters van de soldaten over wie behalve hun namen niets bekend is, met de eigen verbeelding ingevuld, vanuit het idee dat goede non-fictie niet zonder fictie kan. Ze eigent zich het verhaal daardoor zodanig toe dat je vergeet dat de beer echt heeft bestaan en zijn levensgeschiedenis controleerbaar is. Wat vooral beklijft is de ontroering die Wojtek oproept als hij als strijdmakker de soldaten troost in hun donkerste momenten.

Met Het koeienparadijs (2017) begeeft ze zich nog meer in het schemergebied tussen non-fictie en fictie. In haar twintigste titel portretteert ze twintig koeien die het slachthuis zijn ontvlucht en in koeienrusthuis de Leemweg van hun oude dag genieten door ze letterlijk een eigen stem te geven. Claartje, die we nog kennen uit haar debuut, bijt de spits af: ‘Ze zeggen dat ik met mijn vierentwintig jaar de oudste koe ter wereld ben. Maar die leeftijd zegt mij niets. Wij koeien rekenen in kalfjes.’ Wat Dumon Tak hier doet is uitzonderlijk: doordat ze de wereld door de ogen van de runderen aanschouwt, worden ze vermenselijkt, terwijl ze de aard van de beesten volledig trouw blijft.

Journalistieke fictie, noemde deze krant Het koeienparadijs. Maar als het oeuvre van Dumon Tak zich ergens in onderscheidt, dan is het wel dat, net zoals in de volwassenenliteratuur, het niet om draait of iets feit of fictie is en iets wel of niet echt gebeurd is. Dat is uiteindelijk oninteressant. „Schrijven is per definitie ver-zinnen”, sprak Frank Westerman tijdens de Albert Verweylezing 2016. „Je maakt zinnen van ervaringen, denkbeelden, gebeurtenissen.”

Hij heeft gelijk. Al zolang als we bestaan, verdichten we de werkelijkheid en vertellen we verhalen. Sommige maken een onuitwisbare indruk. Omdat ze een dimensie aan de werkelijkheid toevoegen en het onzichtbare zichtbaar maken. Door hun vorm, de woordkeus, de zinstructuur, het ritme. „The story is the way the story is told”, zei Ursula K. Le Guin ooit. En Bibi Dumon Tak doet dat op een volstrekt unieke manier: elegant, beschouwend, informatief én verbeeldingsrijk. Passend bij een koningin, een koningin van een (kinder)boekenland zonder grenzen.

    • Mirjam Noorduijn