Wie gelooft er in loonstijging van 5 procent?

Looneisen Met de hoogste looneis in dertig jaar zet de FNV stevig in voor de cao-onderhandelingen in 2019. Dit jaar stijgen de cao-lonen lang zo hard niet. Werkgevers houden ondanks economische voorspoed grote twijfels.

Illustratie Roland Blokhuizen

Een loonsverhoging wil iedereen wel, maar wie is er nog bereid daarvoor te gaan staken? Wie durft de confrontatie aan te gaan met zijn baas? Steeds minder mensen, ziet vakbondsman en cao-onderhandelaar Ron Vos van de FNV. Dat vindt hij zonde. Want híj heeft als taak om die loonsverhoging binnen te slepen. Als Vos een zuinige werkgever onder druk wil zetten, kan dat maar op één manier: met strijdbare werknemers. „Zij moeten bereid zijn het werk neer te leggen in zo’n grote getale dat het indruk maakt.”

Vos ziet nu minder strijdbaarheid dan toen hij twintig jaar geleden met dit werk begon. „Mensen zijn een conflict met hun werkgever vervelender gaan vinden. Ze zijn minder snel bereid te zeggen: tot hier en niet verder.”

De economie groeit, bedrijfswinsten stijgen, de werkloosheid daalt, maar de loongroei is matig, constateerde het Centraal Planbureau op Prinsjesdag. De economie groeit dit jaar met 2,8 procent, de lonen slechts met 2 procent. Ook in veel andere rijke landen zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland, is de loongroei lager dan economen zouden verwachten.

Hoe dat kan? Economen weten het niet. Wel hebben ze allerlei mogelijke verklaringen. Eén daarvan is de afnemende invloed van de vakbonden. In veel westerse landen, ook in Nederland, zien zij hun ledental dalen.

Toch werken nog steeds veruit de meeste Nederlanders in een bedrijf of sector waar vakbonden samen met werkgevers onderhandelen over de collectieve arbeidsovereenkomst (cao), waar ook de lonen in geregeld worden.

FNV’er Ron Vos heeft deze week nog een concept-cao-akkoord gesloten met de zuivelindustrie. Als de vakbondsleden ermee instemmen, krijgen werknemers van onder meer FrieslandCampina, Arla Foods, Bel Leerdammer en Yakult er dit jaar 2,5 procent meer loon bij en volgend jaar nog eens 2,5 procent – zonder dat het personeel gestaakt heeft.

Dan kun je denken: 2,5 procent is een mooi resultaat, hoger dan het landelijk gemiddelde. Maar het doel van de FNV was om dit jaar in heel het land minimaal 3,5 procent loonsverhoging te regelen. Bovendien: de prijzen stijgen volgend jaar óók met 2,5 procent, volgens ramingen van het Centraal Planbureau. Dus veel schieten werknemers in de zuivel niet op met die verhoging.

Maar een hoger loon zat er niet in, zegt Vos. In het voorjaar wilden de zuivelwerkgevers nog dat hij akkoord zou gaan met 2 procent, Vos is allang blij dat hij er 2,5 procent van kon maken.

Volgend jaar legt de FNV de lat nóg hoger voor zijn cao-onderhandelaars in het land: dan gaat de vakbond in alle onderhandelingen minimaal 5 procent loonsverhoging eisen – de hoogste eis in zeker dertig jaar tijd.

Symbolische looneis

Er zijn weinig FNV’ers die werkelijk geloven dat de lonen volgend jaar met 5 procent kunnen stijgen. Ze wijzen vooral op de symbolische waarde. „De looneis is een goede impuls voor de maatschappelijke discussie”, zegt Jan Struijs, voorzitter van FNV Veiligheid. „Maar ik ben ook realistisch: voor dit jaar hadden we 3,5 procent gevraagd en dat is ook niet gelukt.”

Wel kreeg de hoge looneis deze week veel bijval. Economen van links tot rechts vinden dat het tijd is voor loonsverhoging. Ook De Nederlandsche Bank, die juist jarenlang pleitbezorger was van een matige loongroei omdat dat goed zou zijn voor de Nederlandse exportpositie. Nu ziet de centrale bank liever dat mensen meer te besteden krijgen, zodat ze ook meer gaan consumeren en zo de economie nog verder aanjagen.

Alleen werkgevers verwerpen de hoge looneis. Jan Meerman, voorzitter van branchevereniging INretail voor onder meer de woon-, mode- en schoenenbranche, noemt een landelijke looneis, zeker zo’n hoge, „vooroorlogs”. „Volgens mij kun je tegenwoordig beter per branche bekijken wat er mogelijk is.”

Hevige concurrentie

Meerman sprak afgelopen zomer een cao af met een loonsverhoging van 1,03 procent, nog lager dan verwachtte inflatie. De grootste vakbond FNV vond het te laag, maar CNV, De Unie en Alternatief voor Vakbond gingen akkoord.

„We hebben gewoon het geld niet om meer te betalen”, zegt Meerman. „We zien de economische groei nog niet terug aan de kassa.” De concurrentie in de detailhandel is heftiger geworden, zegt Meerman. „Kijk naar de schoenenmarkt: daar hebben ze te maken met Zalando, een internationale speler die de prijzen omlaag drukt.”

In de glastuinbouw is dat hetzelfde, zegt Sjaak van der Tak, voorzitter van brancheorganisatie LTO Glaskracht. Ondernemers moeten steeds meer concurreren met goedkopere producenten in het buitenland. „De afgelopen 10, 15 jaar zijn veel telers naar Afrika vertrokken, omdat de kosten daar veel lager zijn.”

Daar komt bij dat ondernemers voorzichtiger zijn geworden. „Tijdens de crisis zijn veel bedrijven omgevallen”, zegt Van der Tak. „Nu denkt iedereen: laat ik maar wat extra sparen om een flinke crisis op te kunnen vangen.”

Werkgevers sparen om een volgende crisis op te vangen en vrezen Brexit en handelsoorlog

Werkgeversvereniging AWVN, die bedrijven helpt bij cao-onderhandelingen, herkent die voorzichtigheid. Die komt niet alleen voort uit de recente crisis, zegt woordvoerder Jannes van der Velde, maar ook uit onzekerheid over de gevolgen van de naderende Brexit en de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China. „Nederland staat er goed voor”, zegt Van der Velde, „en toch hebben ondernemers voortdurend twijfel in hun achterhoofd.”

In de glastuinbouw zijn de cao-onderhandelingen nu gaande. LTO Glaskracht heeft een loonbod van 1,5 procent gedaan. Dat is laag, erkent Van der Tak, „maar het is een beginstand, binnenkort komen we met een nieuw bod.” Hoe hoog dat is, wil hij nog niet zeggen.

Het is logisch dat werkgevers bij een loonsonderhandeling laag inzetten, vindt Van der Velde. „Als je als werknemer over je salaris gaat onderhandelen begin je ook niet met je laagste bod.”

Is het dan ook logisch dat de FNV met 5 procent extra hoog inzet voor volgend jaar? Dat vinden werkgevers dan weer niet. Door zo’n hoge looneis nemen ondernemers de FNV niet meer serieus, zegt Meerman van INretail. „De FNV plaatst zichzelf nu al buiten cao’s en dat wordt dan alleen maar meer.”

Niet alleen in de detailhandel, ook bij andere cao’s wordt de FNV steeds vaker gepasseerd, doordat de andere vakbonden wél akkoord gaan met een lagere loongroei. Bij Jumbo, Action en Gall&Gall werden de vakbonden helemaal buitenspel gezet. Daar maakte de werkgever afspraken met de eigen Ondernemingsraad.

Lees ook: Hoe Jumbo de vakbonden buitenspel zette

„Het zal moeilijk worden om 5 procent te realiseren”, zegt ook FNV-bestuurslid Zakaria Boufangacha. Toch wil hij het proberen. „Nu de lonen zo lang zijn achtergebleven, is een inhaalslag gerechtvaardigd.”

En misschien gaat hij die inhaalslag nog krijgen ook. Sommige economen, ook van het Centraal Planbureau, hebben er al op gewezen dat het in de vorige periode van economische groei – tussen 2005 en 2008 – óók lang duurde voordat de lonen gingen stijgen. Dus het zou kunnen dat de forse loonstijgingen er alsnog van komen, schreef het CPB in maart, als de personeelstekorten nóg groter zijn. „Ik hoop dat we dit voor elkaar boksen”, zegt FNV-onderhandelaar Vos, „anders slaat de balans de verkeerde kant op.”

    • Christiaan Pelgrim