Wat als er morgen geen insecten meer zijn?

Wetenschappers stellen een grote sterfte onder insecten vast. In minder dan dertig jaar tijd is meer dan 75 procent van alle vliegende insecten verdwenen. Wat als ze allemáál weg zijn?

Dag 1

Het begint met de stilte. Het is 04.00 uur, een lentenacht. De slaapkamerramen staan op een kier; de lakens heb je van je af gewoeld. Te heet. Een mogelijke muggenbeet neem je voor lief.

Alleen: de beet blijft uit. Geen nachtelijke klopjacht, geen klap, geen bloedspetters op de muur. Geen jeuk. Raar, denk je, nog half in slaap. Daarna draai je je weer om. Waarom wakker liggen van een mug die er niet is?

De volgende ochtend ontbijt je in de tuin – het is zaterdag. In de heg tjirpt een nestje mereljongen. Er dwarrelt wat bloesem op de ontbijttafel, de appelboom bloeit dit voorjaar opvallend lang en uitbundig. Maar de bestuivers laten het afweten. Geen gonzende hommels, geen honingbijen. Zeker naar de perenboom van de buurman vertrokken, denk je. Tot je de tuin rondkijkt.

Overal zie je ze liggen: de pluizige hommels, de citroenvlinders. Aan de rand van de vijver twee waterjuffers, uit de lucht gevallen terwijl ze aan het paren waren. En nergens mieren om ze op te ruimen.

Het was niet alsof je het niet had kunnen zien aankomen. De afgelopen jaren werd door wetenschappers volop gewaarschuwd. Regelmatig waren er al zorgelijke nieuwsberichten. Dat het aantal vliegende insecten met meer dan 75 procent was afgenomen binnen drie decennia, bijvoorbeeld. In minder dan dertig jaar – een oogwenk op de geologische tijdschaal.

Ruim 400 miljoen jaar, sinds het Ordovicium, hebben insecten de aarde bevolkt. Ondanks hun overeenkomsten (zes poten, een lijf dat uit drie delen bestaat) waren ze vooral heel divers: zo’n 1 miljoen bekende soorten, nog los van de naar schatting miljoenen onbekende soorten. Maar de ene na de andere soort verdween. Natuurlijk probeerde de EU de achteruitgang te keren. Er kwam een verbod op neonicotinoïden en andere bestrijdingsmiddelen, een subsidie voor kleinschalige, duurzame landbouw, een kweekprogramma voor vlinders.

Maar het kantelpunt was al bereikt. De aantallen bleven achteruitgaan. En nu zijn ook de laatste insecten dood.

Je smeert een beschuitje met honing, neemt een slok van je verse jus en denkt: hoelang nog?

vlieg

Dag 4

In de supermarkt ontstaat een opstootje bij het schap met broodbeleg. Kon je eerder eindeloos dralen over het kiezen van de juiste jam – kersen of aardbeien, suiker of zoetstof –, nu grist iedereen zo gauw mogelijk de potjes uit de schappen. Er hangt een briefje: Niet meer dan één pot honing per persoon!! Ook de pakken hagelslag gaan snel. De bestuiving van de cacaoboom werd altijd door kleine mugjes verricht en nu die er niet meer zijn, zal chocolade snel een ongekend luxeproduct worden.

De prijs van koffie is al gestegen en de verwachting is dat groenten en fruit snel aan de beurt zijn. Er zullen dit jaar al fors minder aardbeien, pompoenen, komkommers, appels en kersen zijn. Bij veel andere producten – uien, bieten, broccoli, bloemkool, wortels – wordt de productie van zaden lastig. Vanaf volgend jaar zal dat in de prijzen verrekend worden.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Onbehaarde Apen: Waar gaat het heen met onze insecten?
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.

In de Verenigde Staten hebben Harvard-wetenschappers een robotbij ontwikkeld die zelfstandig bloesem moet kunnen bevruchten. Kunstmatig gegons tussen de bloemen. Supermarktketen Walmart heeft jaren geleden al patent aangevraagd op bestuivende drones (niet voor niets was drone ooit Engels voor ‘mannelijke bij’). Op internet circuleren vacatures voor handbestuivers in het Westland: mensen die met een kwastje heel secuur bloesem bestuiven, zodat we tenminste toch nog appels, peren en courgettes kunnen eten.

Het schap met vitamine-C-supplementen, vlak bij de kassa, is leeg.

kever

Dag 11

De mereljongen in de heg hebben geluk, hun ouders vliegen af en aan met regenwormen in de snavel – zolang de voorraad strekt een goed alternatief voor eiwitrijke insecten. Sowieso zijn merels, eenmaal volwassen, weinig kieskeurig: ze eten zaden, pitten, vruchten. Maar de vogelopvangcentra zitten sinds de massale insectensterfte vol met zieltogende boerenzwaluwen en andere insecteneters. Nu er geen insecten meer zijn, zal een groot deel van de vogelsoorten binnen een paar jaar verdwenen zijn, waarschuwen biologen. Ze spreken van een cascade-effect: als een diergroep wegvalt, zal dat tot het uitsterven van andere groepen leiden. Zo zal het verdwijnen van de insecteneters het einde betekenen voor roofsoorten als de sperwer. Hagedissen en kikkers zullen zeldzaam worden nu ze een insectloos dieet moeten volgen. Vleermuizen zullen uit Nederland verdwijnen, net als vissen die van muggenlarven in het water leven. Egels zullen het waarschijnlijk nog een tijdje redden op een dieet van regenwormen en slakken.

spin

Dag 36

De stank is onhoudbaar: in het weiland net buiten de bebouwde kom liggen koeienvlaaien in de zon. Dat insecten belangrijk waren voor de bestuiving wist je. Dat ze belangrijk waren als voedselbron ook. Maar pas nu de mest niet meer wordt afgebroken, besef je hoeveel werk ze ondergronds verrichtten. Bacteriën en schimmels zorgen er wel voor dat die afbraak alsnog plaatsvindt, maar dan in maanden tot jaren – niet in dagen tot weken. Lang geleden, halverwege de twintigste eeuw, zat Australië met een vergelijkbaar probleem: veel vee was geïmporteerd, en lokale insecten waren niet in staat om die exotische mest af te breken. Dus haalden de Australiërs ook mestkevers uit andere landen, die ervoor zorgden dat de koeienvlaaien en schapenkeutels niet eindeloos bleven liggen. Maar nu zijn er zelfs geen mestkevers meer om te importeren.

Op straat liggen verhongerde vogels. Ach, waren er nog maar vleesvliegen die eitjes legden in de kadavers. Maar in het rottende vlees krioelt geen enkele vliegenmade.

langpootmug

Dag 43

Een lichtpuntje: de World Health Organization laat in een persbericht weten dat er dit jaar vermoedelijk een miljoen mensenlevens gespaard zullen blijven. Verschillende muggensoorten waren immers ‘vectoren’ voor parasieten: ze brachten ziektes over als malaria, knokkelkoorts, Zika en het West-Nijlvirus. Om nog maar niet te spreken van de buffelvliegjes die tot rivierblindheid leidden in Afrika en Zuid-Amerika, en de tseetseevlieg die slaapziekte verspreidde. Naar berekening komt er miljoenen vierkante kilometers landbouwgrond beschikbaar in Afrika – land dat eerder onbewerkbaar was vanwege ziekteoverbrengende insecten. Volop plek voor rijst, maïs, tarwe, andere granen: allemaal door de wind bestoven, vrij van sprinkhaanplagen en hard nodig om de nijpende voedselschaarste op te lossen. De vraag is of dat land voldoende vruchtbaar zal zijn. Doordat de voedingsstoffen uit de mest niet meer in de ondergrond terechtkomen, verslechtert mogelijk ook de bodemkwaliteit.

Dat merk je ook al in je eigen tuin. Gelukkig is niet al het bodemleven weggevaagd: miljoenpoten, duizendpoten, regenwormen en pissebedden helpen allemaal nog mee met de afbraak van organisch materiaal. Maar hoelang nog? Deels leefden die soorten juist van insecten, en van hun vervellingshuidjes.

Je buurman zegt blij te zijn met het verdwijnen van de insecten: de keverlarven en langpootmuglarven vernielden zijn gazon, omdat ze de wortels van grassprieten aanvraten. En of je het niet heerlijk vindt, zo’n wespenloze zomer?

Je kijkt naar de kroppen sla in zijn moestuin, die, nu er geen loopkevers en andere slakkenetende insecten zijn, snel ten prooi zullen vallen aan een oprukkend slakkenleger.

bij

Dag 121

De spinnen in je tuin lijken nog niets door te hebben: zodra je naar buiten loopt, voel je het spinrag in je gezicht. Maar de webben hangen er werkeloos bij. De appelboom ziet er raar uit, zo zonder appels. Een paar exemplaren hangen eraan, misvormd en klein, ontstaan door toevallige zelfbestuiving. Je hebt ze aan je buurmeisje van vier gegeven, die laatst aan je vroeg hoe ze een bij moest tekenen. Voor de bomen is een jaar met weinig fruit geen probleem – dan bouwen ze reserves op. Maar wat moeten ze nog met die reserves? Ze zullen ouder en ouder worden zonder voor veel jonge aanwas te zorgen. Vruchten zullen ze nauwelijks nog dragen. De robotbijen en de handbestuivers kunnen de vraag niet aan en zijn niet zo nauwkeurig als de insecten waren, te veel bloemen raken beschadigd.

In Parijs is het najaarsmodeseizoen geopend. De trend: veel katoen (denim!) en zijde, zolang het nog kan. Schaars = exclusief. Ook op de catwalk: vintage-spijkerbroeken met modieuze slijtplekken van heup tot enkel. Rode lippenstift raakt uit de mode, omdat het pigment karmijn niet meer verkrijgbaar is – dat was afkomstig van de schildjes van schildluizen.

spin

Dag 200

Geen chocoladeletters met Sinterklaas dit jaar. Ook geen gevulde speculaas en marsepein. Er zijn geen amandelen, en dus ook geen amandelspijs. Het alternatief, spijs van abrikozenpitten, is geen optie: de abrikozenoogst is mislukt.

hommel

Dag 312

Silent Spring – ooit de apocalyptische titel van een boek van Rachel Carson, is werkelijkheid geworden. Een lente zonder aardhommels, zonder gierzwaluwen. Geen gegons, geen gezang. Veel planten hebben het afgelopen jaar geen zaad geproduceerd. Vogels die van zaden leven krijgen het nu ook moeilijk. Naar schatting zal zo’n 90 procent van de wilde planten binnen een paar jaar verdwijnen – een ecologisch armageddon. Dit voorjaar zijn de eerste gevolgen al zichtbaar: geen klaprozen bijvoorbeeld – geen bestuiving, geen zaad, geen nieuwe generatie. Over tien jaar zal het landschap worden gedomineerd door bomen, wilde grassen en varens. Minder kleur, minder geur.

vlieg

Dag 363

Door voedseltekorten en landdegradatie zijn burgeroorlogen aan de orde van de dag. Miljoenen mensen hebben hun huis verlaten, op zoek naar vrede, veiligheid en vruchtbare grond. Zuid-Europa, ooit geliefd vanwege de sinaasappels en amandelen, is vrijwel onbewoonbaar. Velen trekken naar Azië, omdat daar rijst in overvloed is.

In de bioscoop zie je posters voor een nieuwe film. In Ordovicium Park wekt een groep wetenschappers met behulp van een fossiel kevertje primitieve insecten tot leven. Op de posters is de schaduw van een reusachtige oorworm te zien.

’s Nachts droom je over aardbeien en clandestiende handel in lieveheersbeestjes. Soms word je wakker met fantoomjeuk.

lieveheersbeestje

Illustratie ‘Wat als…?’
Mitsi Studio
Vorm
Koen Smeets

    • Gemma Venhuizen